< Terug naar overzicht

Technieken voor traumaverwerking helpen burn-out sneller genezen

VUB-professor Elke Van Hoof ontwikkelde een nieuwe burn-out-therapie gebaseerd op technieken uit de traumapsychologie, die mensen na gemiddeld 92 dagen weer aan het werk zou helpen, dubbel zo snel als de huidige gangbare therapieën.

Een trauma door een aanslag of een overval en een burn-out: op het eerste zicht lijken ze niets met elkaar te maken te hebben. Maar toch blijken veelgebruikte psychologische technieken (zogenaamde EMDR-technieken) voor traumatherapie ook effectief bij de behandeling van burn-out. Dat ontdekte VUB-professor Elke Van Hoof, die de voorbije 20 jaar als trauma- en stresspsychologe een bijzonder brede ervaring opbouwde.

EMDR staat voor Eye Movement Desensitisation and Reprocessing. Patiënten met angst of een trauma wisselen hun aandacht van links naar rechts met oogbewegingen door de vinger van de therapeut te volgen, terwijl ze aan hun angst of trauma denken. Soms wordt er afwisselend op hun beide knieën getikt en klinken er in hun linker- en rechteroor geluidjes.
De fysieke activiteit verhindert als het ware dat de herinnering aan het trauma opnieuw in de hersenen wordt opgeslagen. Die krijgt daardoor een andere bijklank of kleur, ze wordt minder traumatisch. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit werkt bij posttraumatische stressstoornissen, al is nog niet geweten waarom het werkt.

“In mijn privé-praktijk merkte ik dat er bij patiënten met burn-out net als bij trauma-patiënten een onevenwicht is tussen gevoel en logisch redeneren. Ze weten objectief wel dat ze het rustiger aan moeten doen en niet bang moeten zijn, maar dat komt niet overeen met hun emoties. Door traumatechnieken toe te passen, brengen we dit weer in evenwicht ”, verklaart Van Hoof, die deze aanpak drie jaar geleden professionaliseerde als ‘Insourcing’.

Een andere belangrijke succesfactor van de therapie is werk als onderdeel van herstel. Bij Insourcing is werkhervatting een focuspunt, vanaf de start van de behandeling. Uit het pilootproject blijkt duidelijk dat de directe focus op werk geen barrière vormt voor de behandeling, maar in tegendeel zeer goede resultaten oplevert. “Een belangrijke stap in het traject is net weer die zingeving vinden. Je kan niet volledig herstellen als je je niet nuttig voelt. Dus wij behandelen in eerste instantie de werkonbekwaamheid. We gaan eerst stabiliseren en pas dan gaan we het probleem analyseren, als mensen zelf mee oplossingen kunnen zoeken”, zegt Van Hoof.

Sneller aan het werk

De aanpak vermindert emotionele klachten en cognitieve vermoeidheid en verbetert het herstelvermogen. Van de ruim 400 afgesloten dossiers tijdens de pilootfase, werden er 100 dossiers geselecteerd voor analyse. Hieruit blijkt dat meer dan 70 procent weer aan het werk is gegaan op het moment van de analyse. Ter vergelijking: het meest innovatieve project in de eerstelijnszorg tot op heden in het Verenigd Koninkrijk zorgde voor 50 procent werkhervatting. Bovendien gingen mensen ook een stuk sneller weer aan de slag: gemiddeld na 92 dagen of 3 maanden al, wat dubbel zo snel is als de 189 dagen die tot nu als gemiddelde golden.

Opmerkelijk daarbij is dat een derde van de werknemers zelfs onmiddellijk weer voltijds aan het werk kan en bijna de helft minstens halftijds. Bovendien blijft de helft bij dezelfde werkgever. “Als mensen de juiste handvaten hebben om met situaties om te gaan, is het perfect mogelijk om terug te keren naar dezelfde job, bij dezelfde werkgever”, legt Van Hoof uit. Ook zonder herval. Minder dan 1 procent van de patiënten die professor Van Hoof de voorbije twee jaar behandelde is hervallen. Wanneer dat wel gebeurde, was het om redenen die buiten de controle van de medewerker of de hulpverlener vallen.

Bron: VUB

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen