< Terug naar overzicht

Succes dienstencheques relatief

De dienstencheques zouden de meest succesvolle werkgelegenheidsmaatregel van de afgelopen jaren zijn. Maar het Rekenhof nuanceert: de overheid controleert het systeem niet voldoende, de contracten voor de werknemers zijn niet kwalitatief genoeg en de budgettaire omkadering is te soepel.

Federgon maakte eerder een uiterst positieve balans op van het federale systeem van dienstencheques (zie dit artikel ).
Men spreekt niet voor niets over ‘de meest doeltreffende werkgelegenheidsmaatregel van de afgelopen jaren’. De oorspronkelijke doelstelling van de dienstencheques, het creëren van 25.000 jobs, werd ruimschoots overschreden. Het aantal personen dat in 2008 actief was in het kader van de dienstencheques, wordt geraamd op zowat 90.000. De maatregel heeft dus aan vele werkzoekenden, in hoofdzaak laaggeschoolde vrouwen, de mogelijkheid geboden (opnieuw) aan de slag te gaan.

Rekenhof nuanceert


Maar het Rekenhof plaatst na een audit van het systeem vraagtekens bij die heilzame effecten. Het systeem is gevoelig voor misbruiken door malafide bedrijven. En de overheid is onvoldoende gewapend om daartegen op te treden.
Bovendien zijn de kostengestegen van 239 miljoen euro in 2005 tot bijna een miljard euro in 2009. Succes heeft immers een schaduwzijde: vorig jaar werden er 73,5 miljoen cheques verkocht of ruim een derde meer dan in 2007, maar de RVA moest wel 880 miljoen euro in het systeem pompen.

Het Rekenhof meent dat:

  • de verplichtingen die aan de erkende ondernemingen zijn opgelegd in verband met de aard van de overeenkomsten en de arbeidstijd, beter moeten worden gecontroleerd

  • via gerichte controles moet worden nagegaan of er geen dienstencheques worden gebruikt daar waar de wet het verbiedt

  • er meer informatie-uitwisseling moet zijn tussen de FOD Werkgelegenheid, de RVA en de instellingen die de sociale bijdragen innen (RSZ en RSZ-PPO). De vergelijking van de gegevens moet garanderen dat de dienstencheques wel degelijk werden gebruikt voor een activiteit uitgevoerd door een dienstenchequewerknemer, die als dusdanig is aangegeven bij de RSZ en voor wie sociale bijdragen zijn betaald

  • de FOD Werkgelegenheid regelmatig de ruilwaarde van de dienstencheques moet evalueren, op basis van een kritische analyse van de kostenstructuur van de erkende ondernemingen en rekening houdende met de verschillende soorten overheidssteun ter bevordering van de werkgelegenheid.

  • een strikt budgettair kader voor de staatstegemoetkoming moet gehanteerd worden.


  • Gecreëerde banen?


    Voorts stelt het Rekenhof vast dat, om de impact van het systeem van de dienstencheques op de werkgelegenheid te evalueren, er geen enkel criterium is dat definieert wat precies onder een baan moet worden verstaan.
    “In de feiten stemt het aantal gecreëerde betrekkingen waarvan de FOD Werkgelegenheid uitgaat (87.152 in 2007) overeen met alle personen die in het systeem zijn terechtgekomen, ongeacht het aantal uren dat in de loop van het jaar is gepresteerd.”
    Het Rekenhof beveelt aan om de notie ‘gecreëerde baan’ te definiëren aan de hand van criteria die beter aansluiten bij de kwaliteits- en duurzaamheidseisen die door het systeem worden beoogd.

    Terugverdieneffecten?


    Toch is het Rekenhof overtuigd dat het gebruik van de dienstencheques terugverdieneffecten oplevert: minder werkloosheidsuitkeringen en meer sociale bijdrageontvangsten. Maar men onderstreept dat ‘verschillende tekortkomingen in het bijhouden van de gegevens en in de informatie-uitwisseling tussen de socialezekerheidsinstellingen’ een correcte berekening van die terugverdieneffecten bemoeilijken. Het Rekenhof dringt er dan ook op aan dat de instellingen die de bijdragen innen, de erkende werkgevers ertoe zouden verplichten alle gegevens door te spelen over de prestaties van de dienstenchequewerknemers.
    Om dit dienstenchequebeleid te financieren, stort de staat aan de sociale zekerheid een bedrag dat overeenstemt met de lasten die de RVA draagt, verminderd met het berekend terugverdieneffect op het vlak van de sociale bijdragen. Het Rekenhof merkt op dat de stijging van de bijdragen naar aanleiding van de dienstencheques, in zijn totaliteit als een positief terugverdieneffect wordt beschouwd, terwijl de dienstenchequewerknemers ook verhoogde rechten hebben inzake sociale zekerheid en dus extra uitgaven met zich meebrengen.

    Reactie van de minister


    De minister van Werkgelegenheid verklaart dat er een reeks maatregelen werd genomen naar aanleiding van de aanbevelingen van het Rekenhof, die tot een beter beheer en een versterkte controle van de dienstencheques moeten leiden. Er werd een werkgroep opgericht die de verschillende inspectiediensten verenigt met het oog op een betere informatie-uitwisseling en meer gerichte controles.
    De minister kondigt ook aan dat ze de Nationale Bank van België heeft gevraagd om de jaarrekeningen van de dienstenchequeondernemingen te onderzoeken, zodat op basis van dat onderzoek de juiste ruilwaarde van de dienstencheques kan worden bepaald. Tot slot verbindt de minister zich ertoe maatregelen te nemen om de kwaliteit van de contracten van de dienstenchequewerknemers te verbeteren.

    Bron: Rekenhof

    Lees meer over

    Geef als eerste een reactie

    Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
    < Terug naar overzicht

    U zoekt, u vindt !

    HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

    Word nu lid !
    Geniet van de voordelen