< Terug naar overzicht

Sociale verkiezingen. Meer gelijkenissen dan verschillen

Tussen 6 en 19 mei 2004 vinden al voor de veertiende keer in België sociale verkiezingen plaats. Waarop leggen de vakbonden deze keer de klemtoon in hun campagne? Wat verandert er straks op de werkvloer als ze hun voornaamste eisen kunnen doordrukken?

Meer dan 1,3 miljoen werknemers in ongeveer 6000 bedrijven verkiezen tussen 6 en 19 mei 2004 hun vertegenwoordigers in de ondernemingsraad en het comité voor preventie en welzijn op het werk. Zo’n comité moet samengesteld worden in bedrijven met ten minste 50 personeelsleden. Als er ten minste 100 werknemers zijn, wordt er ook een ondernemingsraad gevormd met daarin de vertegenwoordigers van de werknemers.
Voor de uitslagen blijft het even wachten. De vakbonden hebben een protocol ondertekend om geen resultaten bekend te maken voor het einde van de verkiezingsperiode. Bij de vorige sociale verkiezingen (traditiegetrouw vier jaar geleden) ontstond er heel wat heibel over de precieze uitslagen. Uiteindelijk bleek de christelijke vakbond ACV nog altijd de grootste syndicale aanhang te hebben in België met bijna 57% van het aantal zetels in de ondernemingsraden. De socialistische vakbond ABVV haalde 35% en de liberale bond ACLVB ruim 6%. De rest (zowat 2%) ging naar de Nationale Confederatie voor het Kaderpersoneel en de individuele kaderlijsten (ook wel huislijsten genoemd). Het ACV bleef dus afgetekend leider, maar ging er wel met 2% in aantal mandaten op achteruit.
Met welke eisen trachtten de vakbonden deze keer de werknemers te overtuigen om voor hun kandidaten te stemmen? Welke prioriteiten schuiven ze naar voren in hun campagnes? We plaatsen de belangrijkste strijdpunten van de drie grootste vakbonden naast elkaar. Wie de brochures kent, merkt al gauw dat we daarbij grotendeels het tien-puntenprogramma van het ACV gevolgd hebben. Daaruit spreekt uiteraard geen voorkeur, maar het blijkt wel het meest geschikte structurele kader om de belangrijkste eisen samen te vatten. De eisen van de andere vakbonden kunnen grotendeels ingepast worden in dat raamwerk, al zijn er hier en daar wel andere klemtonen of andere nuances. Volgens de vakbondsleiders is er zelfs een grotere profileringsdrang dan bij de sociale verkiezingen in 2000, maar echt spectaculaire botsende standpunten blijven ook nu uit. In vele gevallen gaat een stem bij de sociale verkiezingen zelfs nog altijd naar het individu (naar de collega), niet zozeer naar een vakbond, naar een programma, naar een kleur.

Vast werk en kwaliteitsvolle jobs

Bij de aftrap van de campagne zette het ACV “vast werk” helemaal bovenaan op de aandachtslijst. “Alsmaar meer werknemers gaan van het ene tijdelijk contract naar het volgende. Dat veroorzaakt niet alleen heel wat onzekerheid, ze lopen ook vele loonvoordelen mis, die vaste werknemers wel genieten. We moeten die trend ombuigen”, commentarieerde ACV-voorzitter Luc Cortebeeck. Hij vindt tevens dat flexwerkers vaak in slechtere, ongezonde en gevaarlijke omstandigheden aan de slag zijn. Proefperiodes, uitzendwerk en nepstatuten moeten dan ook “beperkt worden tot wat economisch strikt noodzakelijk is.”

Voor het ACV levert dat de volgende concrete eisen op:


Vaste contracten (van onbepaalde duur) invoeren voor iedereen.
Duidelijker afspraken maken over het gebruik van uitzendarbeid en onderaanneming.
De overige nepstatuten afschaffen (vanwege de lagere lonen, de onzekere duur van de contracten en de minder goede arbeidsvoorwaarden).


Het ABVV sluit daarbij aan met een al even gloedvol pleidooi voor “kwaliteitsvolle jobs”. Ook de socialistische vakbond wil onzekere contracten en atypische arbeidsvormen tot een minimum beperken. Het ABVV wil volwaardige banen en - opmerkelijk - “bij voorkeur met voltijdse arbeidsovereenkomsten.” Deeltijds moet weliswaar kunnen, maar dan alleen op uitdrukkelijke vraag van de werknemer.
Bij het ACLVB wordt hetzelfde punt bovenaan op de lijst geplaatst onder het motto “Niet iedereen wil elke dag van partner veranderen.” De liberale bond voegt eraan toe dat deeltijds werk alleen maar kan op vraag van de werknemer én dat deeltijds geen aanleiding mag vormen voor discriminatie.
Opmerkelijk is ook de blijvende argwaan tegen uitzendwerk, die bij de drie bonden expliciet geuit wordt. Ondanks de verregaande regularisatie, blijft het wantrouwen groot. Het ACLVB vat die bekommernis samen in de eis: “Interim-arbeid moet de uitzondering blijven.”

Veilig en gezond werk

Veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk krijgen bij elke vakbond heel wat aandacht, al ligt de klemtoon bij het ACV onmiskenbaar wat zwaarder op dit ruime punt. Zowel ABVV als ACV stelen ook expliciet dat nieuwe beroepsziekten erkend moeten worden. Bij het ABVV vinden we ook een volledig programmapunt gewijd aan ergonomie in het algemeen en repetitieve overbelastingsletsels in het bijzonder.

Juist loon

Aandacht voor het loon betekent onder meer de eis tot een verruiming van het uitbetalen van een dertiende maand voor iedereen en de verdediging van de loonindexering. Bij het ABVV vinden we de volgende argumentatie: “De automatische loonindexering is een basismechanisme dat elke werknemer het behoud van zijn koopkracht garandeert. De toepassing van de index moet dus niet als een loonsverhoging als dusdanig worden beschouwd, maar gewoonweg als een gerechtvaardigde en noodzakelijke koppeling van de lonen aan de evolutie van de levensduurte.”

Gelijke kansen

“Mannen mogen eens tonen dat ze gek zijn op vrouwen”, lezen we bij het ACLVB. Met als toelichting: “Elke discriminatie inzake arbeidsvoorwaarden is uitgesloten.” Het ABVV wijst erop dat goede kinderopvang de problemen van werkende vrouwen mee kan helpen oplossen. Ondanks alle mooie theorieën over de nieuwe man, geven immers nog altijd vooral (uitsluitend?) vrouwen hun job (deels) op om voor de kinderen te kunnen zorgen bij gebrek aan opvang.
Het ACV stipt aan dat de vele wetten en reglementen ten spijt, vrouwen nog altijd niet gelijk behandeld worden. Globaal verdienen vrouwen zelfs zowat 20% minder dan mannen. Vrouwen krijgen ook nog moeilijk toegang tot bepaalde jobs, opleidingen, functies en promoties. Er volgt dan ook een pleidooi voor “gelijke kansen”.

Brugpensioen blijft

Brugpensioen? Elke werkgeversorganisatie hamert er keer op keer op dat het systeem niet betaalbaar is én dat te veel ervaring daardoor al te vroeg het bedrijf verlaat. Doorgaans is het evenwel een hypocriete kritiek. Geen enkele werkgever die een collectief ontslag doorvoert, aarzelt om de weg met de minste weerstand te volgen: datzelfde brugpensioen.
Er zal dus wel niet zo vlug iets veranderen? De politici houden zich immers ook gedeisd. Ze beseffen ook best dat brugpensioen en vervroegd pensioen op termijn onbetaalbaar is, maar ze erkennen het ideale karakter bij reorganisaties én ze kennen het vakbondsstandpunt. Op dat vlak zijn de drie vakbonden zeer duidelijk: het brugpensioen moet behouden blijven.
Er is zelfs méér. Bij de vakbonden klinkt het meer en meer eensluidend dat er een recht op brugpensioen moet komen. Jawel, een recht. ABVV en ACV stellen dat expliciet. Beide willen dat recht laten opeisen door elke werknemer die een loopbaan van 38 jaar heeft. Bij nachtarbeid moet dat zelfs eerder kunnen.
Voor 55-plussers wordt er sowieso al aangepast werk gevraagd, indien nodig. Daarbij mag geen loon ingeleverd worden. Ook het recht om met loonbehoud van nacht- naar dagploeg over te stappen, vindt meer en meer weerklank in syndicale middens.

Tijdskrediet uitbreiden

“Kwaliteit van werk en leven” blijkt een vaak terugkerend aandachtspunt in de campagne van de drie bonden. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om “werk, gezin en privé-leven op een gezonde manier te combineren” (zoals het ACV propageert). Deeltijds werk, ouderschapsverlof en uitgroeibanen moeten kunnen helpen, zij het steeds met de nadruk dat dergelijke vragen wel van de werknemer zelf moeten uitgaan. Vooral een uitbreiding van het tijdskrediet wordt naar voren geschoven. “Zelfs toprenners rijden niet elke dag tegen het uurwerk”, zo verwoordt het ACLVB deze bekommernis.

Gratis woon-werkverkeer

De vakbonden eisen van elke werkgever een bedrijfsvervoerplan. Voegt het ACV eraan toe: “Dat moet wel het resultaat zijn van nauw overleg tussen werknemers en hun werkgever.” Opvallendste eis hierbij (het duidelijkst en sterkst op de voorgrond geplaatst door ACV en ABVV) is de eis om het woon-werkvervoer kosteloos te maken.

Vorming en opleiding

Permanent leren moet een recht worden van elke werknemer, zo vinden de drie vakbonden. We nemen de eisen van het ACV op dit gebied, omdat zij iets concreter zijn (en grosso modo de wensen van de drie bonden goed weergeven):


Alle werknemers recht op opleiding geven: ten minste vijf dagen per jaar (met loonbehoud).
Betaald educatief verlof: gelijke rechten voor deeltijdse werknemers invoeren.


Statuut arbeiders en bedienden

Professor Roger Blanpain noemt het nog altijd de schande van België: in het arbeidsrecht en in de CAO’s wordt in ons land nog altijd een onderscheid gemaakt tussen hand- en hoofdarbeid, tussen arbeiders en bedienden. In vele gevallen is het onderscheid tussen beide arbitrair en onzinnig. In alle gevallen is het discriminerend. Blanpain voegt er steevast aan toe dat het alleen gehandhaafd blijft, omdat het de vakbonden goed uitkomt. Hun structuren én de goed gespijsde diverse fondsen zullen daarmee wel te maken hebben.
Het ACV wil de professor evenwel tegemoet komen. In het ACV-programma staat duidelijk de eis tot afschaffing: “Er moet één nieuw en beter statuut komen voor iedereen, met dezelfde rechten. Dat is trouwens in andere landen al zo. Hier moeten nog heel wat verschillen tussen arbeiders en bedienden weggewerkt worden. Dat dit geld zal kosten, is duidelijk. Maar het mag niet gehaald worden uit de kas van de sociale zekerheid, want dan zijn het de werknemers die betalen. En die hebben dat onderscheid tussen arbeiders en bedienden niet gewild. Voor het ACV is zo’n eengemaakt statuut een heel belangrijk actiepunt.”
Bij het ABVV klinkt het nog wat voorzichtiger. Het ABVV wil een “einde maken aan de discriminatie die het gevolg is van het arbeidersstatuut”. Mogen we dit interpreteren als een pleidooi voor één statuut of alleen maar om het wegwerken van discriminerende verschillen?

Milieu en duurzame ontwikkeling

De vakbonden hebben ook geleerd om aandacht te hebben voor het milieu. In het verleden viel veeleer de botsing op tussen milieu-eisen en werk. Te veel eisen deden fabrieken verhuizen. Nu proberen de bonden deze vragen te kaderen in een groter geheel van duurzame ontwikkeling. Duurzaamheid wordt dan zowel beschouw in het perspectief van sociaal, milieuvriendelijk en ethisch ondernemen.

Wat nu?

Ondertussen is het duidelijk dat de eisen van de vakbonden nauw bij elkaar aansluiten. De gelijkenissen zijn opvallender dan de verschillen. Belangrijker wordt het nu om uit te kijken hoe de bonden deze eisen willen afdwingen op de werkvloer.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen