< Terug naar overzicht

Slechts één op de drie kan stemmen

Ongeveer 1,4 miljoen werknemers kunnen vanaf deze week deelnemen aan de sociale verkiezingen. Dat is een record. Toch gaat het om minder dan een derde van alle werknemers in de privésector en in de openbare sector. De dekkingsgraad van de sociale verkiezingen kalft langzaam maar zeker af.

Zakenkrant De Tijd kreeg een maand terug inzage in de registraties voor de sociale verkiezingen. Toen waren bij de dienst Inspraakorganen van de federale overheidsdienst Arbeid en Sociaal Overleg 6340 bedrijven met 1.384.039 kiesgerechtigde werknemers geregistreerd. Die kunnen stemmen voor de 31.964 mandaten in de comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW’s). Welgeteld 1.190.372 werknemers uit 3300 bedrijven kunnen tegelijk stemmen voor een ondernemingsraad (OR).

Voor de oprichting van een OR ligt de benedengrens op 100 werknemers, voor een preventiecomité op 50. Door het kmo-akkoord van eind 2007 krijgen de comités in bedrijven met 50 tot 100 werknemers ook een aantal bevoegdheden van een OR.

Bovenstaande cijfers zijn niet de definitieve, maar op basis hiervan is het wel al zeker dat een recordaantal werknemers dit jaar aan de sociale verkiezingen kan deelnemen. Ten opzichte van 2004 is sprake van een toename met 7%. Opvallend: het aantal te verdelen mandaten blijft ongeveer gelijk.

Die toename van het aantal kiesgerechtigden is niet onlogisch, vermits ook de totale werkgelegenheid in die periode flink gestegen is. Toch gaat het nog steeds om een minderheid van de loontrekkenden. De Tijd weet zelfs meer: de dekkingsgraad van de sociale verkiezingen kalft geleidelijk af. Dat blijkt uit een doorlichting die twee onderzoekers van het Leuvense Hoger Instituut van de Arbeid (Hiva) van de verkiezingen van 2004 maakten.

Telt men alle werknemers uit privé en openbare sector samen, dan kon in 1987 36,7% van hen voor een OR stemmen. In 2004 was dat nog slechts 30,8%. Voor het CPBW zakte het percentage van 41,4% naar 36,7%.

Die cijfers zijn in de eerste plaats zo laag, omdat in de publieke sector bijna nergens sociale verkiezingen worden gehouden. Maar ook van de werknemers in de privésector kan slechts een krimpende minderheid stemmen. Binnen die groep zakt het dekkingspercentage van 49% naar 44,3% voor de OR’s en van 54,9% naar 49,2% voor de CPBW’s.

Het aantal kiesgerechtigde werknemers groeit dus trager dan het totale aantal werknemers. De oorzaken zijn divers. Zo is er de kmo’isering van de economie, waardoor meer bedrijven onder de kiesdrempel vallen. En in groeisectoren zoals de uitzendarbeid en de bouw worden geen verkiezingen georganiseerd. De kans om te kunnen stemmen, is in elk geval sterk afhankelijk van de sector. Daarnaast worden in sommige bedrijven de verkiezingen ook stopgezet omdat er geen of te weinig kandidaten opduiken.

Door die combinatie van factoren heeft slechts 30% van alle Belgische werknemers en 40% van de werknemers in de privésector de kans om voor ten minste één orgaan te stemmen. Ongeveer 80% van wie kan stemmen, doet dat. Dit vrij hoge opkomstpercentage bleef in de loop der jaren vrij stabiel. Het eindresultaat is wel dat in 2004 slechts 762.000 van de ruim 3,5 miljoen werknemers deelnamen aan de verkiezingen. Dat is iets meer dan een vijfde.


Bron: De Tijd

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen