< Terug naar overzicht

Re-integratiecomité moet werknemers na langdurige ziekte helpen

De kans dat een werknemer effectief terugkeert naar zijn werk na een langdurige ziekte, vermindert naargelang de duur van de afwezigheid toeneemt. Dat brengt nieuw, grootschalig onderzoek aan het licht. Tevens werd nagegaan hoe re-integratie wel bevorderd kan worden.

Omdat mensen die langer dan drie maanden afwezig zijn op het werk minder dan 50 procent kans hebben terug te keren naar hun werk, besloten de HR-dienstverleners Acerta en IDEWE om samen een onderzoek te doen naar de kenmerken van het chronisch ziekteverzuim. Zo wordt voor het eerst niet alleen een zicht gecreëerd op de duur van de ziekteperiodes, maar vooral ook op de kenmerken van de werknemer en van de job die een cruciale rol spelen in langdurig ziekteverzuim. Bedoeling van het onderzoek is dat werkgevers ermee aan de slag gaan om gerichte acties te nemen om de re-integratie van langdurig zieken vlotter te laten verlopen en aan te moedigen.

Grote meerderheid hervat vlug en spontaan het werk

De grote meerderheid van zieke werknemers hervatten spontaan het werk binnen de maand: 98 procent van de gerapporteerde afwezigheden bij Acerta ten gevolge van ziekte duren minder dan een maand, bij IDEWE is dat 74 procent. Dit laatste percentage ligt een stuk lager door de zelfgerapporteerde verzuimepisodes, waarbij veel medewerkers kort verzuim in het voorbije jaar vergeten zijn. Het onderzoek focust op werknemers die tussen 1 maand en 12 maanden afwezig zijn door ziekte.

Uit cijfers van Acerta blijkt dat de helft van de verzuimperiodes tussen 1 en 12 maand, 1 tot 2 maanden duurt. 30 procent leidt tot een periode van 2 tot 3 maanden niet kunnen werken, en één vijfde zorgt voor een langdurige periode van 3 maanden tot 1 jaar arbeidsongeschiktheid. De cijfers van IDEWE zijn hier respectievelijk 41 procent tussen 1 en 2 maanden, 20 procent tussen 2 en 3 maanden en 39 procent van 3 maanden tot 1 jaar. In dit laatste geval spreken we over chronisch ziekteverzuim of langdurige ziekte. Deze groep werknemers heeft bijkomende ondersteuning nodig om te kunnen re-integreren in het werk.

Dienstensector, transport en horeca zwaarst getroffen

Het percentage verzuim in de chronische fase bij de vrouwen ligt licht hoger dan bij de groep mannen. Het verschil bedraagt zo’n 2 procent.

De kans op chronisch ziekteverzuim neemt toe met de leeftijd. Uit de cijfers van Acerta blijkt dat 23 procent van de verzuimepisodes bij de 55-plussers langer duurt dan 3 maanden. In de groep van 45- tot 54-jarigen is dat 22 procent, net zoals in de leeftijdscategorie van 35 tot 44 jaar. Bij de jongere werknemers is dit opvallend minder: 17 procent van de episodes in de groep tussen 25 en 34 jaar is chronisch, terwijl dit bij de werknemers jonger dan 25 slechts 13 procent is. Een gelijkaardige trend is te vinden in de andere data, alleen liggen de percentages hier nog hoger: 30 procent van de chronische verzuimepisodes zijn te situeren in de groep jonger dan 25 jaar, 35 procent bij de 25-34-jarigen, 38 procent bij de 35- tot 45-jarigen, 41 procent bij de 45- tot 54-jarigen en 42 procent bij de 55-plussers.

Als het aantal geregistreerde ziekteverzuimperiodes vergeleken wordt naar sector, blijkt de dienstensector bovenaan op het lijstje van sectoren met het meeste langdurig verzuim prijkt. Uit de cijfers van IDEWE komt naar voren dat in de dienstensector 43 procent van de episodes chronisch is. Voor de horeca is dat eveneens 43 procent en voor de transportsector 42 procent. In de transportsector zijn veel oudere werknemers aan de slag, wat dit hoge percentage voor een deel verklaart. Bij Acerta is dit voor dezelfde sectoren respectievelijk 24 procent (diensten), 23 procent (horeca) en 23 procent (transport).

Vooral kanker en mentale aandoeningen reden van chronisch verzuim

Als externe dienst voor preventie en bescherming op het Werk beschikt IDEWE over de gegevens van de redenen van afwezigheden van werknemers. Als er gekeken wordt welke aandoeningen aanleiding geven tot korte afwezigheid, gaan 9 op de 10 werknemers met infectieziektes en aandoeningen van de luchtwegen opnieuw aan de slag binnen de maand.

Het grootste percentage van langdurig verzuim is te wijten aan kankers, tumoren en mentale stoornissen. 69 procent van de verzuimepisodes door kanker of tumoren duurt langer dan drie maanden, voor mentale aandoeningen is dat 53 procent. Op de derde plaats volgen aandoeningen van het circulatoir stelsel, met name hart- en vaataandoeningen (42 procent).

Angst en onzekerheid belemmeren terugkeer

Lode Godderis, professor aan de KU Leuven en onderzoeker bij Groep IDEWE, verklaart waarom zo weinig langdurig zieken terugkeren: “Werknemers die langer dan drie maanden afwezig zijn op het werk door ziekte, ondervinden vaak moeilijkheden bij de terugkeer naar het werk. Niet alleen door de aandoening, maar ook door een toenemende onzekerheid en angst voor de terugkeer. De kans om opnieuw aan de slag te gaan, neemt af met de duur van de ongeschiktheid. 80 procent van de werknemers die langer dan zes weken afwezig zijn, vragen ook ondersteuning bij de terugkeer naar het werk. Het is dan ook van groot belang dat deze mensen voldoende bijstand krijgen om hun werk te kunnen hervatten. Deze ondersteuning kan best tussen maand één en maand drie van afwezigheid opgestart worden, om snel te beantwoorden aan de ondersteuningsbehoefte en de evolutie naar de chronische fase te vermijden.”

De ondersteuning blijkt het meest nodig voor mentale stoornissen en locomotorische aandoeningen. Voor deze mensen is het risico het grootst om te evolueren naar langdurige afwezigheid.

Leidinggevende en collega’s essentieel in re-integratie

De werkgever speelt een cruciale rol in de ondersteuning van werknemers die afwezig zijn door ziekte. “Het is essentieel om op regelmatige basis contact te houden met de werknemer, zodat je als werkgever zijn of haar behoeften en bekommernissen zo goed mogelijk kan capteren”, merkt Chris Wuytens op, managing director van Acerta Consult, op. “Maar dan moeten uiteraard zowel werkgever als werknemer hiervoor open staan. Een succesvolle re-integratie komt van beide kanten.”

Individuele aanpak: integratie moet starten tussen maand één en maand drie

Het lijkt logisch om zieke werknemers thuis te houden tot wanneer ze volledig genezen zijn. Hierdoor start in België de begeleiding bij de terugkeer naar het werk doorgaans te laat. Hoe langer je afwezig bent, hoe meer ondersteuning je bovendien nodig hebt. Professor Lode Godderis pleit er dan ook voor om in de eerste maand van afwezigheid al actie te ondernemen om zieke werknemers te begeleiden: “De arbeidsgeneesheer gaat dan kijken wat de gezondheidstoestand en ondersteuningsbehoeften bij de werknemer zijn. Wat zijn de oorzaken en gevolgen van de aandoening? Kan werk helpen in het herstel en zijn er aanpassingen nodig?”

Chris Wuytens treedt hem hierin bij: “Een succesvolle re-integratie vereist dat werkgever en werknemer, met respect voor elkaars belangen en op maat van het individu, een geïndividualiseerde aanpak overeenkomen die de re-integratie ondersteunt en aanmoedigt.  Elk teruggewonnen talent moet als het ware gezien worden als een nieuwe medewerker. Door ziekte kunnen zijn of haar interesses gewijzigd zijn. Om een goede re-integratie te bewerkstelligen, moet de werkgever samen met de werknemer op zoek gaan naar zijn of haar talenten die ze na de re-integratie kunnen inzetten. Onder geen beding mag de werkgever de werknemer eenzijdig in zijn oude rollenpatroon duwen of zijn oude takenpakket opdringen.”

Re-integratietrajecten: initiatieven bij overheid en HR

Het ziekteverzuim weegt budgettair zwaar door in ons land. De Belgische ministers van Werk en Volksgezondheid werken momenteel aan een wetsontwerp dat de re-integratie van zieke werknemers moet bevorderen via de uitwerking van een re-integratietraject. Minister Maggie De Block liet onlangs ook optekenen dat ze een hervorming van de wetgeving bekijkt om burn-out te laten erkennen als arbeidsgerelateerde ziekte. Daardoor zou veel meer nadruk komen op preventie- en re-integratieprogramma’s voor psychosociale aandoeningen.

“Het doorlopen van een re-integratietraject moet zowel werkgevers als werknemers doen beseffen dat er echt wel mogelijkheden zijn voor re-integratie, en kan hen helpen om deze kans te grijpen”, commentarieert minister Kris Peeters. “In het re-integratietraject dat we hebben uitgewerkt, is bovendien een belangrijke rol weggelegd voor de arbeidsgeneesheer, die niet alleen als arts kan overleggen met de behandelend arts van de werknemer, maar die ook de werkgever en de arbeidsomstandigheden kent, en bovendien deel uitmaakt van een multidisciplinair team binnen de preventiedienst, zodat ook psychosociale aspecten en ergonomie kunnen worden bekeken.”

Chris Wuytens ziet vanuit werkgeversstandpunt een re-integratiecomité bijdragen aan een goede terugkeer na langdurige afwezigheid: “Dit re-integratiecomité, samengesteld uit HR- en businesspartners, zoeken via een gezamenlijke aanpak hoe de werknemer zijn (nieuwe) talenten maximaal tot zijn recht kan laten komen in het kader van de re-integratie. Maar voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Betrek als werkgever zoveel mogelijk de werknemers in hun takenpakket en in de organisatie. Via flexibel werken kan de tevredenheid van werknemers bijvoorbeeld gemakkelijk verhoogd worden.”

Over het onderzoek

IDEWE verzamelde gegevens van 1.179.072 werknemers die van 2013 tot 2015 op arbeidsgeneeskundig onderzoek kwamen. Acerta baseerde zich op de loongegevens van gemiddeld 407.523 werknemers per jaar, eveneens over de periode van 2013-2015. Op die gegevens werd dezelfde analyse toegepast.

Bron: persbericht Acerta en IDEWE

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen