< Terug naar overzicht

Re-integratie: grotere vraag leidt niet tot meer terugkeer naar de werkvloer

Er komen steeds meer aanvragen voor re-integratietrajecten. In de meeste gevallen draait het echter uit op een definitieve arbeidsongeschiktheid. Al mogen hieruit geen voorbarige conclusies getrokken worden over de inspanningen om het werk te hervatten.

Na een eerste kwartaalbalans rond re-integratietrajecten in mei, maakt Mensura, externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, nu een halfjaarbalans op. Het aantal aanvragen is sindsdien meer dan verdubbeld. Ondanks een lichte verbetering, blijft het resultaat evenwel vooral een definitieve arbeidsongeschiktheid bij de huidige werkgever. Toch leveren werkgevers wel degelijk inspanningen om langdurig zieke werknemers terug naar de werkvloer te begeleiden, zo blijkt uit aanvullende cijfers van werkhervattingsonderzoeken.

Stijgend aantal aanvragen

Mensura behandelde het eerste halfjaar 1366 aanvragen voor re-integratietrajecten. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van het aantal aanvragen in het eerste kwartaal van 2017, toen de teller op 544 stond. Zowel de werknemer, de werkgever, de behandelende arts als het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) kunnen een re-integratietraject opstarten, maar het blijkt dat vooral werknemers zelf het initiatief nemen (68 procent), gevolgd door werkgevers (22 procent).

Bijna twee op de drie aanvragen zijn voor een vrouwelijke werknemer (60 procent) en de meeste aanvragen (30 procent) zijn voor de leeftijdscategorie 35-44 jaar. Sectoraal spant de dienstensector de kroon (30 procent), gevolgd door de zorgsector (14 procent) en de bouwsector (11 procent).

2 op de 3 aanvragen leiden tot definitieve arbeidsongeschiktheid

Het grootste deel van het totale aantal trajecten (60 procent na een halfjaar ten opzichte van 73 procent na het eerste kwartaal) leidt tot de beslissing ‘definitief arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk, zonder de mogelijkheid om ander of aangepast werk uit te voeren bij dezelfde werkgever’.

In 13 procent luidt de uitspraak ook definitief arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk, maar is ander of aangepast werk wel nog een optie. In 10 procent is re-integratie opstarten om medische redenen niet opportuun. Vlaanderen tekent het hoogste percentage ‘definitief arbeidsongeschikt’ op (63 procent).

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid blijft minimaal: in ongeveer 5 procent van de gevallen is er nog de mogelijkheid tot tussentijds ander of aangepast werk. Zonder deze mogelijkheid betreft het nog ongeveer 4 procent van de gevallen. Verder blijkt dat voor mannen vaker de mogelijkheid tot aangepast werk wordt gevonden (17 procent ten opzichte van 10 procent bij vrouwen).

Toch daalt aantal arbeidsongeschikte werknemers

De resultaten uit een aanvullend onderzoek van Mensura in het kader van werkhervattingsonderzoeken tonen echter een andere tendens: het percentage definitieve arbeidsongeschiktheden daalt sterk voor alle sectoren tussen 2010 en 2016: van 19,8 procent naar 5,4 procent. Dat is vooral zichtbaar in de bouwsector (van 17 procent in 2015 naar 12 procent in 2016).

De twee meest voorkomende diagnoses bij arbeidsongeschiktheid hebben betrekking op het bewegingsapparaat (het hoogst in de sectoren bouw, logistiek en handel) en psychische problemen (het hoogst in het onderwijs, de zorgsector en de handel).

Werkgevers zetten in op terugkeer langdurig zieken

“Het aantal aanvragen voor re-integratietrajecten neemt toe omdat de procedure intussen beter bekend is. De resultaten van deze halfjaarbalans bevestigen min of meer de tendensen die uit de kwartaalcijfers bleken. De meerderheid van de re-integratietrajecten strandt op definitieve arbeidsongeschiktheid’, aldus Marie-Noëlle Schmickler, geneesheer directeur van Mensura.

Toch zou het verkeerd zijn om hieruit te besluiten dat er onvoldoende gezocht wordt naar ander of aangepast werk, om re-integratie alle kansen te geven: “De resultaten uit de werkhervattingsonderzoeken en de bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting tonen net aan dat werkgevers wel degelijk inzetten op het faciliteren van terugkeer naar de werkvloer. Dat lijkt tegenstrijdig, maar valt te verklaren door de moeilijkheidsgraad van het dossier. Het blijkt dat wanneer werkgever en werknemer geloven dat werkhervatting haalbaar is, er doorgaans gekozen wordt voor een werkhervattingsonderzoek. Het zijn vooral de complexere dossiers die via het re-integratietraject worden behandeld. Daar kunnen bijvoorbeeld psychosociale factoren meespelen zoals conflicten. Of het feit dat een werknemer het niet meer haalbaar acht om bepaalde fysieke arbeid te hervatten.”

“Werkhervattingsonderzoeken blijken meer informeel en laagdrempelig, waardoor dat de ideale weg is voor trajecten waarbij er al een goed zicht is op hoe de werkhervatting kan verlopen. Het blijft niettemin zaak om bij de complexere re-integratietrajecten creatief te blijven zoeken naar alternatieven voor definitieve arbeidsongeschiktheid”, adviseert Schmickler.

Bron: Mensura (mensura.be)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen