< Terug naar overzicht

Prijsvermindering voor personeel: mag de RSZ meegenieten?

Werkgevers kunnen prijskortingen op eigen producten of diensten toestaan aan hun personeel. Een nieuw KB geeft de marges aan waarbinnen dat kan zonder dat er RSZ op verschuldigd is.

Het Koninklijk Besluit van 28 februari 2002 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 maart 2002) regelt de RSZ-bijdragen op prijskortingen die personeelsleden krijgen op producten of diensten van de onderneming. Het KB trad in werking op 1 april 2002. Vroeger beschouwde de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dergelijke prijsverminderingen als loon, waarop sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Volgens de RSZ beantwoordden de prijsverminderingen aan de loondefinitie uit de Loonbeschermingswet van 12 april 1965: loon wordt er gedefinieerd als elk geld of in geld waardeerbaar voordeel waarop de werknemer recht heeft ingevolge de dienstbetrekking ten laste van de werkgever.
Ook vandaag voert de RSZ nog altijd controles uit in het kader van de toegestane prijsverminderingen. Verscheidene werkgevers hebben een brief van de RSZ ontvangen waarin wordt aangekondigd dat de Sociale Inspectie een onderzoek zal starten en dat de werkgever de nodige documenten ter beschikking moet houden om te kunnen nagaan of de prijsverminderingen beantwoorden aan de voorwaarden van het KB van 28 februari 2002. Het is dan ook nuttig even op een rijtje te zetten onder welke voorwaarden prijsverminderingen aan de werknemers kunnen worden toegestaan zonder dat hierop sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

Ook voor 1 april 2002

Alle prijsverminderingen die aan het personeel worden toegestaan vanaf 1 april 2002, ook als dergelijke prijsverminderingen binnen de onderneming reeds gedurende een lange tijd worden toegekend, worden vrijgesteld van sociale-zekerheidsbijdragen indien aan alle voorwaarden van het KB van 28 februari 2002 is voldaan.
Ook voor de kortingen voor 1 april 2002 zijn er geen sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd op de prijsverminderingen, op voorwaarde dat ze aan de voorwaarden van het KB voldoen. Het beheerscomité van de RSZ heeft aanvaard dat dit eveneens geldt voor de prijsverminderingen waarop reeds door de RSZ sociale-zekerheidsbijdragen gevorderd werden en die het voorwerp vormen van betwisting.

Voorwaarden

Er zijn geen sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd op de door de werkgever toegestane prijsverminderingen indien aan een aantal specifieke voorwaarden voldaan is:

1. Eigen producten of diensten

Artikel 19, §2, 19° van het Uitvoeringsbesluit RSZ-Wet, ingevoerd bij het KB van 28 februari 2002, stelt dat “de vermindering, ten laste van de werkgever, van de normale prijs van de gefabriceerde of verkochte producten of diensten geleverd door de werkgever” uitgesloten is uit het loonbegrip voor de sociale zekerheid. Prijsverminderingen zijn dus uit het loonbegrip uitgesloten wanneer ze toegestaan worden op producten die de werkgever zelf fabriceert of verkoopt of diensten die de werkgever zelf levert.
In zijn advies nr. 1347 van 15 mei 2001 heeft de Nationale Arbeidsraad gesteld dat de korting en het daarmee samenhangende feit dat ze niet als loon wordt beschouwd, alleen betrekking heeft op de rechtstreeks door de werkgever geleverde producten en diensten. Als de werkgever geen eigen producten heeft, worden de kortingen als loon beschouwd wanneer ze voor de werkgever kosten vormen, ongeacht het percentage van de korting.

2. Normaal verbruik

De hoeveelheid van de aan elke werknemer verkochte producten of geleverde diensten mag het normale verbruik van het gezin van de werknemer niet overschrijden.
De werkgever moet kunnen aantonen dat hij zijn werknemers op deze voorwaarde heeft gewezen. Het is dus aangewezen dat dit schriftelijk gebeurt.
De Nationale Arbeidsraad voegt hier nog aan toe dat de producten moeten bestemd zijn voor persoonlijk gebruik. Op die manier wil men vermijden dat de werknemer voordelig producten aankoopt met de bedoeling ze door te verkopen.

3. Normale prijs

De normale prijs is de normale verkoopprijs. Het is de prijs die de werknemer als particuliere consument had moeten betalen, indien hij niet zou tewerkgesteld zijn door de werkgever die het product fabriceert of verkoopt of de dienst levert. Indien het gaat over een product waarvoor een klant een vaste prijs betaalt, stellen zich weinig problemen. Het is echter mogelijk dat deze prijs afhankelijk is van een aantal parameters. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een hypothecaire lening. In dat geval zal het onbegonnen werk zijn om voor iedere werknemer afzonderlijk na te gaan wat de normale prijs zou geweest zijn indien de werknemer niet bij de werkgever tewerkgesteld was, om vervolgens de prijsvermindering te berekenen. Het kan dan ook in bepaalde gevallen aangewezen zijn om de RSZ zelf te contacteren om een akkoord te bereiken omtrent de normale prijs voor een beperkt aantal typische consumentenprofielen.
Levert de werkgever niet rechtstreeks producten of diensten aan de particuliere klant, zoals een fabrikant of een groothandelaar, dan is de normale prijs degene die de particuliere klant met een vergelijkbaar profiel als de werknemer voor dit product in de detailhandel moet betalen.
De werkgever moet de nodige elementen kunnen voorleggen om de normale prijs te staven.

4. Korting beperkt tot 30%

De prijsvermindering moet beperkt blijven tot ten hoogste 30% van het bedrag van de normale prijs. Is de prijsvermindering groter, dan wordt het bedrag van de vermindering dat 30% van de normale prijs overschrijdt, als loon beschouwd.
De Nationale Arbeidsraad maakt hierbij de logische bedenking dat een prijsvermindering van méér dan 30% die aan een werknemer wordt toegestaan, niet als loon kan worden beschouwd indien dezelfde voorwaarden ook voor de gewone klanten van de onderneming gelden. In dat geval wordt de prijsvermindering niet aan de werknemer toegestaan “vanwege de dienstbetrekking”. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een uitverkoop of aan de koopjesperiode.

5. Kostprijs

De prijs die de werknemer na aftrek van de prijsvermindering betaalt, mag niet lager zijn dan de kostprijs van het product of de dienst. Is de prijs die de werknemer betaalt lager dan de kostprijs, dan wordt het verschil tussen de door de werknemer betaalde prijs en de kostprijs als loon beschouwd, zelfs als de korting minder bedraagt dan 30% van de normale prijs.
Opnieuw moet de werkgever de nodige elementen voorleggen om de kostprijs te staven.
Ook op de regel dat de prijsvermindering nooit lager mag gaan dan de kostprijs, voorziet de Nationale Arbeidsraad in zijn advies een logische uitzondering. De door de werknemer betaalde prijs mag wel lager zijn dan de kostprijs van het product of de dienst wanneer de verkoopwaarde lager is dan de kostprijs. Gedacht kan worden aan winkeldochters, bederfbare waren, verouderde computers en dergelijke.
In handelszaken moet volgens de Nationale Arbeidsraad de aankoopprijs van de te koop aangeboden producten als de kostprijs worden beschouwd.

Besluit

Sinds de inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit van 28 februari 2002 zijn de prijsverminderingen, toegestaan op eigen producten of diensten van de werkgever, die beperkt blijven tot maximum 30% van de normale prijs en niet beneden de kostprijs gaan, vrijgesteld van sociale-zekerheidsbijdragen. De aankoop van goederen of diensten mag wel het normale verbruik van het gezin niet overschrijden.
Het Koninklijk Besluit is in werking getreden op 1 april 2002, maar is tevens van toepassing op de daaraan voorafgaande periode.
Met de invoering van het KB van 28 februari 2002 is echter de rechtsonzekerheid omtrent de sociale-zekerheidsrechtelijke behandeling van prijsverminderingen niet volledig verdwenen. In de praktijk zullen begrippen zoals normaal verbruik, normale prijs en kostprijs aanleiding geven tot betwistingen. Een goede strategie kan zijn om als werkgever een dossier omtrent de toegestane prijsverminderingen samen te stellen en hierover zelf de RSZ te contacteren. Op die manier kan worden nagegaan of de concrete toepassing van de begrippen binnen de onderneming de toetsing door de RSZ kan doorstaan. Door zo vroeg mogelijk het schriftelijke standpunt van de RSZ te vragen, vermijdt de werkgever later met betwistingen geconfronteerd te worden.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen