< Terug naar overzicht

Preventief alcohol- en drugbeleid verplicht sinds 1 april

Sinds donderdag 1 april 2010, moet elke organisatie uit de privésector een preventief alcohol- en drugbeleid hebben. Geen aprilgrap. Cao 100 treedt immers in werking.

Een jaar geleden sloten de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad cao 100, de collectieve arbeidsovereenkomst over een preventief alcohol- en drugbeleid in de onderneming. Concreet: elke privéorganisatie moet op zijn minst een beleids- of intentieverklaring met doelstellingen en uitgangspunten opnemen in haar arbeidsreglement (dit is de verplichte fase 1 van de cao).

“In de meeste organisaties zal een concrete uitwerking van een alcohol- en drugbeleid (de tweede fase van cao 100) aangewezen zijn. Doelstellingen alleen bieden immers geen oplossing om functioneringsproblemen ten gevolge van alcohol of drugs aan te pakken of te voorkomen”, vindt Marie-Claire Lambrechts, coördinator van de sector arbeid van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (vzw VAD).

Om organisaties te ondersteunen bij de uitwerking van een alcohol- en drugbeleid, ontwikkelde VAD de online-vragenlijst Q-ADO 1.0. Uit de antwoorden van 578 respondenten weerklinkt alvast de noodzaak van concrete initiatieven op de werkvloer.

Zijn private organisaties in orde met cao 100?


De voorbije drie maanden vulden 578 respondenten uit zeer diverse organisaties Q-ADO 1.0 in. Het ging om organisaties van minder dan 10 tot meer dan 1000 werknemers, zowel uit de private (hoofdzakelijk) als uit de publieke sector. De respondenten zelf waren voornamelijk preventieadviseurs-veiligheid, medewerkers van personeelsdiensten en directie/kaderpersoneel.

Wat blijkt?
- 23 procent gaf aan dat er al een beleidsverklaring opgenomen was in het arbeidsreglement.
- 45 procent was ermee bezig.
- 17 procent was van plan om het te doen.

Marie-Claire Lambrechts: “De verwachting is dat de verplichte fase van cao 100 goed opgevolgd zal worden. Opvallend is immers de brede acceptatie van de cao in de diverse echelons van het bedrijfsleven. Dat grote draagvlak werd in belangrijke mate gecreëerd door het interprofessioneel akkoord. Het engagement van alle sociale partners heeft het alcohol- en drugthema op de agenda geplaatst en veel meer bespreekbaar gemaakt.”

Efficiënt beleid: meer dan doelstellingen en uitgangspunten


In de tweede, facultatieve, fase van cao 100 kunnen bedrijven overgaan tot de uitwerking van regels over de beschikbaarheid van alcohol, procedures, testen enzovoort. Lambrechts: “Voor de meeste organisaties zal de concrete uitwerking van een alcohol- en ander drugbeleid aangewezen zijn. Een efficiënt alcohol- en drugbeleid kan je immers niet realiseren met louter doelstellingen en uitgangspunten. Doelstellingen bieden geen antwoord als een werknemer onder invloed komt werken. Leidinggevenden en collega’s weten niet wat te doen. Je helpt er geen mensen mee. Met formele regels, concrete procedures en hulpverlening doe je dat wel.”

Win-winsituatie voor werkgevers en werknemers


Niet alleen procedures en regels, maar ook hulpverlening, en vorming en voorlichting behoren tot de vier pijlers waarop een preventief alcohol- en ander drugbeleid volgens VAD steunt. Zo’n beleid tracht functioneringsproblemen ten gevolge van alcohol- en/of druggebruik te voorkomen. Het draagt ook bij tot een vroegtijdige en adequate aanpak van eventuele problemen. Zowel werknemers als werkgevers hebben daar baat bij.

Uit de resultaten van Q-ADO 1.0 blijkt dat de invulling van de diverse pijlers op dit moment vaak nog onvolledig is. Zo gaf 38 procent van de respondenten aan dat er in hun organisatie vooral informele, ongeschreven regels zijn op het gebied van alcoholgebruik.

Maar kennen alle werknemers deze ongeschreven regels? En worden ze door iedereen nageleefd? Wat met nieuwe werknemers? Ongeschreven regels zijn moeilijker af te dwingen, terwijl ze wel kunnen bijdragen tot een bepaalde organisatiecultuur (‘drinken om erbij te horen’). Formele regels daarentegen scheppen duidelijkheid over wat kan en mag binnen een organisatie. Lambrechts: “Duidelijke afspraken dragen bij tot meer zekerheid en veiligheid, zowel voor werknemers als voor werkgevers.”

Wat doet Q-ADO 1.0?


De online-vragenlijst Q-ADO 1.0 (spreek uit: kwado) van VAD peilt niet naar individueel alcohol- of druggebruik van werknemers. Wat doet hij wel? Lambrechts: “De vragenlijst brengt in kaart hoe een organisatie met de alcohol- en drugthematiek omgaat, bijvoorbeeld waar en wanneer werknemers mogen drinken. En wat er gebeurt als een werknemer onder invloed is van illegale drugs. Dergelijke gegevens vormen een goede basis voor de ontwikkeling van een beleid, maar ook om een bestaand beleid te toetsen en te evalueren.”

De vragenlijst bestaat uit ongeveer 100 vragen. Hij is opgebouwd rond de vier pijlers van een alcohol- en drugbeleid:

- Regelgeving (bijvoorbeeld inzake beschikbaarheid van alcohol op het werk).
- Procedures bij acuut en chronisch misbruik.
- Hulpverlening.
- Vorming en voorlichting.

Organisaties ontvangen zowel feedback bij hun antwoorden, als adviezen voor een succesvol alcohol- en drugbeleid. Men verneemt ook of het beleid van de organisatie beantwoordt aan de vereisten van cao 100.

De vragenlijst werd het meest ingevuld door de preventieadviseur veiligheid (38 procent), gevolgd door HRM/personeelsdienst (16 procent) en door het kader/hiërarchische lijn (16 procent).

Q-ADO 1.0 werd gerealiseerd met steun van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De vragenlijst en bijhorende toelichting vindt u op www.vad.be. Binnenkort lanceert VAD www.qado.be. Deze site zal alle informatie over alcohol en drugs in relatie tot het werk bundelen.

Bron: VAD

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen