< Terug naar overzicht

Plaats in rangorde lokt ongeoorloofd gedrag uit

Het kwantificeren van prestatie-indicatoren laat leidinggevenden toe precies na te gaan hoe goed werknemers eigenlijk werken. Hoewel zo’n lijst of rangorde een goede motivator kan zijn, kan het soms ook verkeerde motivatie opwekken en ongeoorloofd gedrag stimuleren als dit functioneel is voor het behalen van een hogere rangorde.

Onderzoekers van het Expertisecentrum Human Resources Management en Organizational Behavior van de Rijksuniversiteit Groningen gingen in een reeks experimenten na of ongeoorloofd gedrag om zo de plaats in de rangorde te beïnvloeden, beperkt blijft tot hogere rangorders of ook lagere rangordes dit effect kunnen teweegbrengen.

In de eerste reeks experimenten gingen de onderzoekers na of mensen binnen verschillende rangordesituaties bereid zijn om ongeoorloofd gedrag, onethische gedragingen die anderen schaden, te vertonen. De participanten kregen één van de vijf verschillende scenario’s. In elk scenario stonden de participanten op een gelijke plaats met hun rivaal. De ene keer is dit de laatste plaats, de andere keer de middelste ofwel de hoogste plaats. Het enige wat deze plaatsen onderscheidt, is de mate van prestige, waarbij de laagste plaats het minst prestigieus is en de hoogste plaats het meest.

Na het lezen van het scenario werd de participanten gevraagd hoe bereid ze waren om ongeoorloofd gedrag te vertonen als dit hen zou helpen om de hogere van de twee plaatsen te behalen. Uit de resultaten bleek dat men in een rangorde waarin louter prestige een rol speelt meer bereid is om ongeoorloofd gedrag te vertonen voor de hoogste plaats dan voor de laagste of middelste plaats. Tussen de laagste en middelste plaats waren er geen verschillen.

Winnen versus verliezen


In de ‘echte wereld’ zijn echter weinig rangordes waarin louter prestige een rol speelt. In de meeste competities heeft het behalen van de hoogste of de laagste plaats wel degelijk een consequentie. De onderzoekers veronderstellen dat het ontbreken van een consequentie in de eerdere experimenten verklaart waarom er geen verschil is gevonden tussen de laagste en de middelste plaats.

In een tweede reeks experimenten werden dezelfde scenario’s gebruikt, maar werd een straf toegevoegd aan het bezitten van de laagste rang en een beloning aan het bezitten van de hoogste rang.

In deze experimenten vonden de onderzoekers dat mensen die gelijk stonden voor de laatste plaats meer bereid waren om ongeoorloofd gedrag (zoals de intentie om de liegen, bedriegen of saboteren) te vertonen dan mensen die gelijk stonden voor de middelste of zelfs de hoogste plaats. Men was nog steeds meer bereid om dit te doen voor de hoogste dan voor de middelste plaatsen. Dit toont dus aan dat verliezen zwaarder weegt dan winnen.

Praktische implicaties


Deze experimenten tonen aan dat rangordes, zoals lijsten met de best presterende werknemers, niet per definitie goed zijn. Hoewel zulke rangordes mensen wel degelijk motiveren, kan het ook de verkeerde motivatie oproepen, waarbij het doel om een bepaalde plaats te verkrijgen of te vermijden belangrijk genoeg wordt om een scala aan (ongeoorloofde) middelen te heiligen.

“Managers zouden er goed aan doen om hier extra oplettend op te zijn. Een tweede implicatie is dat het niet alleen de top van de rangorde is, waarbij ongeoorloofde middelen gebruikt worden. Ook aan de onderkant van de rangorde is een strijd gaande waar geen middel geschuwd wordt. Managers zouden er dan ook goed aan doen om ook aandacht de richten aan die kant van de rangordelijsten. Mensen zijn dus bereid om voor potentiële plaatsen op een rangorde ongeoorloofd gedrag te vertonen, als die plaatsen maar waarde hebben”, besluiten de onderzoekers.

Bron: blog.hrmexpertise.nl

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen