< Terug naar overzicht

Overheid onderschat vergrijzing

De veronderstellingen die de overheden in ons land maken om de vergrijzing op te vangen, zijn niet realistisch. Met betrekking tot de financiering van de sociale zekerheid en de relatie tussen werkgelegenheidsgraad en productiviteit worden assumpties gemaakt die niet stroken met de huidige werkelijkheid.

Dat concludeert Frederick Van Gysegem in zijn masterproef ‘Demografische evolutie en de gevolgen voor de overheidsbegroting in België’. Van Gysegem, nu verbonden als wetenschapper aan de vakgroep Financiële Economie van de Universiteit Gent, pleit in zijn onderzoek dan ook voor nieuwe, meer realistische veronderstellingen. De consequenties voor de begrotingsdoelstellingen die moeten worden gehaald om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen, zijn navenant.

Te optimistische inschattingen


De evolutie van de toekomstige kost van de sociale zekerheid in België wordt jaar na jaar opgevolgd door de Studiecommissie voor de Vergrijzing binnen de Hoge Raad van Financiën. Jaarlijks wordt een verslag opgesteld dat uitgebreide aandacht krijgt in de media. Het onderzoek van Van Gysegem toont echter aan dat enkele veronderstellingen - die jaar na jaar worden gehanteerd - voor discussie vatbaar zijn.
Zo wordt een jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,75 procent verondersteld voor de komende 50 jaar. Volgens het onderzoek blijkt dit een té optimistische inschatting te zijn, die ingaat tegen de recente trend. Bovendien is het hoogstwaarschijnlijk dat de vergrijzing de arbeidsproductiviteit in negatieve zin zal beïnvloeden.
Naast de overschatting van de productiviteit hanteert de Studiecommissie de veronderstelling van een stijgende werkgelegenheidsgraad en een stijgende arbeidsproductiviteit naast elkaar. Uit de studie blijkt echter dat deze twee zaken niet los van elkaar mogen gezien worden: het verhogen van de werkgelegenheidsgraad kan enkel maar als personen die momenteel werkloos zijn, aan de slag gaan, maar de arbeid die daarbij gecreëerd wordt, is grotendeels minder productief.
De negatieve gevolgen van een stijgende werkgelegenheidsgraad voor de arbeidsproductiviteit blijken dus onvermijdelijk te zijn en een aanpassing van de productiviteitsveronderstelling dringt zich op.

Sociale zekerheid betaalbaar?


Ook de budgettaire gevolgen van de overschakeling naar meer realistische veronderstellingen worden in de studie in kaart gebracht.
Als men bijvoorbeeld vertrekt van de gemiddelde productiviteitsgroei van de laatste tien jaar en rekening houdt met het negatieve effect van een verhoogde werkgelegenheidsgraad op de productiviteitsgroei, dan zal in 2030 ongeveer 29,3 procent van het BBP nodig zijn om de uitgaven voor de sociale zekerheid te financieren. Tot nog toe werd dit geraamd op 26,2 procent van het BBP. Dit is een verschil van 3 procent van het BBP in 2030. In 2050 zou de kost van de sociale zekerheid zelfs circa 33,7 procent van het BBP bedragen (in plaats van de tot nog toe veronderstelde 28,2 procent). Hier is het verschil met de bestaande projecties dus opgelopen tot 5,5 procent van het BBP.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen