< Terug naar overzicht

Opzeggingstermijnen worden korter

Bij de herziening van de Formule die zijn naam draagt, stelde advocaat Thierry Claeys vast dat de opzeggingstermijnen voor hogere bedienden tussen 1974 (de eerste versie van de Formule Claeys) en 2004 gemiddeld fors gedaald zijn. Claeys toont zich kritisch ten aanzien van de rechtspraak. Hij is voorstander van een wettelijke regeling voor de opzeggingstermijnen.


De Formule Claeys voor de berekening van de opzeggingstermijnen en vergoedingen bij de verbreking van een arbeidsovereenkomst bestaat 30 jaar. Ze is onderhand zo goed ingeburgerd dat vele argeloze werknemers menen dat ze kracht van wet heeft en dus afdwingbaar is bij een meningsverschil met de werkgever over een opzegvergoeding. Ten onrechte. De formule is wel een belangrijke referentie en een barometer voor de evolutie van de rechtspraak. Ze is gebaseerd op de studie van het gemiddelde verband tussen de toegekende opzeggingstermijnen en de criteria die in aanmerking worden genomen door de rechtspraak. De rechters baseren hun beoordeling van de redelijke opzeggingstermijn op de anciënniteit en op de moeilijkheid die de ontslagen werknemer zou ervaren om een nieuwe, gelijkwaardige baan te vinden.


De Formule Claeys werd recent voor de vijfde keer bijgewerkt, ditmaal op basis van 572 rechterlijke beslissingen tussen mei 2002 en mei 2003. Blijkt dat de toegekende opzeggingstermijnen aan bedienden met een loon hoger dan 25.277 euro bruto de voorbije decennia fors gedaald zijn. Enkele voorbeelden.


Een bediende van 29 jaar met vier jaar anciënniteit en een loon van 30.000 euro, kon in 1974 nog op een gemiddelde opzegtermijn van zeven maand rekenen. Vandaag is dat nog vijf maand. Een diensthoofd van 40 jaar (13 jaar anciënniteit, 75.000 euro) zakt van 22 naar 15 maand. Een directeur van 50 jaar (18 jaar anciënniteit, 100.000 euro) tuimelt van 30 naar 21 maand gemiddeld. Bovendien stelde Thierry Claeys vast dat veel rechters een limiet hanteren voor lonen hoger dan 115.000 euro, wat tot een gemiddeld drie maand lagere opzeg leidt in vergelijking met de uitkomst van de Formule, versie 2004.


Een andere, relatief nieuwe en vooralsnog bescheiden trend is dat sommige arbeidsrechtbanken vinden dat bij het bepalen van de opzegtermijn rekening mag worden gehouden met de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer in het ontslag. Thierry Claeys meent dat deze tendens zich zal doorzetten en dat daartegen geen enkel wettelijk bezwaar bestaat, integendeel.


In een gesprek met HR Square liet Claeys zich niettemin kritisch uit over de heersende rechtspraak. Deze zou zich volgens de advocaat te veel laten leiden door precedenten en te weinig door de realiteit. Rechtbanken bekijken het probleem te abstract. Zo houden ze bijvoorbeeld geen rekening met de statistieken van de VDAB of van de outplacementbranche om de moeilijkheidsgraad te schatten die het vinden van een nieuwe baan met zich meebrengt.
Thierry Claeys is voorstander van een wettelijke regeling van de opzegtermijnen voor hogere bedienden. Daardoor zouden de rechtbanken tijd en energie winnen om zich toe te spitsen op de feiten en omstandigheden van het ontslag. Aan de bediende die zelf geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is voor zijn ontslag zou dan een iets kortere opzegtermijn dan de wettelijke kunnen toegekend worden. De ‘onschuldige’ werknemer zou een iets hogere opzeg kunnen claimen.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen