< Terug naar overzicht

Onderzoek duaal leren (1): de mentorbevraging

Om het relatief nieuwe decreet OAO, dat bepaalde aspecten van alternerende opleidingen regelt, te evalueren, is SYNTRA Vlaanderen in zee gegaan met het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CESO) van de KU Leuven. Een overzicht van de belangrijkste bevindingen.

Tijdens het academiejaar 2016-2017 heeft SYNTRA Vlaanderen een onderzoek opgezet rond duaal leren samen met 25 studenten uit de derde bachelor Sociologie onder leiding van professor Valeria Pulignano en Graziela Dekeyzer. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidde: wat is het verband tussen aspecten van de werkplek en het succesvol uitstromen van jongeren in duale opleidingen?

Uit de bevraging bij de mentoren kwam naar voren dat de meeste ondernemingen uit de bouwsector, de horeca of de social profit kwamen (samen goed voor bijna 30 procent). Op basis van de behandelde erkenningsaanvragen blijkt dat de sector verkoop en marketing sterk ondervertegenwoordigd is, en de sectoren chemie en ‘overige’ dan weer sterk oververtegenwoordigd zijn.

Grote ondernemingen nemen het voortouw

In tweede instantie keken de onderzoekers naar de ervaring van de onderneming met jongeren op de werkplek. Uit de vraag hoelang de onderneming al met jongeren uit het secundair onderwijs werkt, blijkt dat bijna de helft van de ondernemingen al meer dan 5 jaar ervaring had met het opleiden van jongeren. Als we dit verder opdelen naargelang van de grootte van de onderneming, blijkt dat micro-ondernemingen gemiddeld genomen minder jaren ervaring hebben dan grote ondernemingen. Bij de sectoren scoort chemie het hoogst, daar heeft 73 procent van de ondernemingen al meer dan 5 jaar ervaring.

In meer dan de helft van de ondernemingen is een leerling aan het werk. Er zijn echter ook 13 procent van de ondernemingen waar geen leerling aan het werk is en 30 procent waar er twee tot vier leerlingen samen aan de slag zijn. Slechts in 2 procent van de ondernemingen waren er meer dan vijf leerlingen aan het werk.

Als we dit bekijken volgens de grootte van de onderneming, blijkt dat micro-ondernemingen vaker geen enkele of één leerling tewerkstellen, ondernemingen vanaf 10 VTE’s vaker minstens twee leerlingen, en vijf leerlingen of meer komen enkel voor in middelgrote en grote ondernemingen (voornamelijk in de chemiesector en de social profit).

OAO meteen populairst

Tevens vroegen de academici aan de mentoren met welke soorten overeenkomsten of contracten ze werkten voor het van start gaan van het decreet OAO en nadien, dus het huidige contract van de jongeren die er werkzaam zijn. Het is duidelijk dat de overeenkomst OAO al het vaakst voorkomende contract is waarmee de jongere aan de slag is, zeker in de sectoren horeca en verkoop & marketing. Een deeltijds arbeidscontract komt het vaakst voor in de social profit en een stageovereenkomst alternerende opleiding komt vooral voor in de chemiesector.

Als laatste kenmerk van de onderneming werd de algemene leercultuur bevraagd aan de hand van verschillende stellingen. De mentor moest per stelling een score geven van 0 (indien volledig niet akkoord) tot en met 4 (indien volledig akkoord). De gemiddelde score van alle items is 3,25 op 4, en lijkt te duiden op een zeer positieve leercultuur in de meeste ondernemingen die met jongeren werken. Als we dit nagaan per grootte van de onderneming, blijkt dat micro-ondernemingen iets hoger scoren ten opzichte van de andere types van ondernemingen en grote ondernemingen iets lager. Bovendien vinden we de hoogste scores over de leercultuur in de autosector, de horeca en de voedingsindustrie.

Bron: Jaarrapport werking Vlaams partnerschap duaal leren (syntravlaanderen.be)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen