< Terug naar overzicht

Nationaliteit of herkomst bepalen loon

Nationaliteit of herkomst bepalen wel degelijk iemands loon en positie op de arbeidsmarkt. Migranten, ook van de tweede of de derde generatie, botsen nog steeds op structurele barrières.

Dat blijkt uit het eerste rapport van de Socio-Economische Monitoring die de FOD Werkgelegenheid en het gelijkekansencentrum CGKR ontwikkelden. Volgens de auteurs bevestigt het rapport ontegensprekelijk dat de positie van werknemers op onze arbeidsmarkt afhangt van hun nationaliteit of land van herkomst. Bepaalde groepen werknemers van buitenlandse origine lopen wel degelijk een hoger risico op werkloosheid, een lager loon en een nadelige arbeidsregeling of beroepsstatuut.

De gemiddelde werkloosheidsgraad in België bedraagt bij de samenstelling van deze cijfers 8,4 procent. Inwoners van Belgische origine zitten met 5,9 procent flink onder dat gemiddelde.

De hoogste werkloosheidsgraden zijn op te tekenen bij personen uit kandidaat-lidstaten van de EU (Macedonië, Turkije en Kroatië), en personen van Maghrebijnse origine: 23,9 en 25,9 procent.

Structurele discriminatie


Ook migranten van de tweede of derde generatie botsen nog steeds op structurele barrières. “Zowel de structuur van de arbeidsmarkt, als directe en indirecte discriminatie spelen daarbij een rol”, aldus het rapport, dat volgens de auteurs een vollediger beeld schetst over migranten van de tweede of derde generatie dan voorheen.

Het gelijkekansencentrum zegt dat er bijkomende actie nodig is. Het wil een Koninklijk Besluit dat positieve acties mogelijk zou maken, maar ook meer focus op het diversiteitsbeleid bij alle federale en regionale beleidsactoren. Werkgevers moeten zich net als alle andere betrokken spelers buigen over de nog bestaande belemmeringen op de arbeidsmarkt.

Ondernemersorganisatie Unizo deelt de mening van federaal minister van Werk Monica De Coninck dat ‘Al wie poten en oren heeft, zal moeten werken’ en bevestigt ook dat er kansen zijn voor iedereen, ongeacht hun origine. Bovendien stelt Unizo vast dat potentiële werknemers een grotere diversiteit hebben dan 20 jaar geleden. Daarom ondersteunt Unizo het initiatief van een Socio-Economische Monitoring om de arbeidsmarkt in kaart te brengen.

Unizo verwerpt elke vorm van discriminatie en benadrukt dat nu al in heel wat bedrijven mensen van buitenlandse afkomst werken. “De meeste werkgevers kiezen gewoon de juiste persoon voor op de juiste plaats, ongeacht achtergrond, herkomst of kleur", zegt Unizo-topman Karel Van Eetvelt.

De ondernemersorganisatie wijst er bovendien op dat discriminatie op de werkvloer een breder maatschappelijk probleem is. “Enkel met de vinger naar de werkgevers wijzen, is blind zijn voor de realiteit. Discriminatie gebeurt ook door werknemers onderling of door klanten”, aldus Unizo.

Aan het nieuwe meetinstrument is zeven jaar gesleuteld. Het is niet gestoeld op een peiling of steekproef, maar op de exhaustieve gegevens van het rijksregister en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen