< Terug naar overzicht

Minder dan een op drie ontslagen 45-plussers volgt outplacement

Sinds eind vorig jaar moeten werkgevers verplicht een outplacementbegeleiding aanbieden aan elke 45-plusser die ze ontslaan. Uit onderzoek van het HIVA en IDEA Consult blijkt echter dat in 2007 slechts 29,1 procent van de ontslagen 45-plussers een outplacementbegeleiding volgde.

Bovenstaande vaststelling is vreemd, ten eerste omdat ontslagen 45-plussers recht hebben op (gratis) outplacement en dat recht blijkbaar niet opnemen. Ten tweede omdat eind 2007 de verplichting op outplacement in werking trad. Bij niet-naleving van de verplichting riskeert de werkgever een boete van 1800 euro. Bovendien kan de RVA werknemers die niet op het aanbod ingaan, sanctioneren.

De onderzoekers zien twee oorzaken voor het matige succes van outplacement.
  • Zo gaan ze ervan uit dat outplacement nog relatief onbekend is en de verplichting nog niet overal is doorgedrongen.

  • Bovendien zou de gunstige economische conjunctuur in 2007 ervoor gezorgd hebben dat ontslagen werknemers makkelijker elders aan de slag konden, zonder dat ze daarvoor outplacement nodig hadden.


  • Prijsdaling


    Uit het onderzoek blijkt ook dat de veralgemeende verplichting leidt tot een sterke prijsdaling van outplacement. Een belangrijke oorzaak is de opgelegde boete van 1800 euro. Heel wat werkgevers trachten de kosten voor de begeleiding zo laag mogelijk te houden en zijn vaak niet bereid om meer te spenderen dan de boeteprijs. De wetgeving zorgt dus voor een neerwaartse prijsevolutie.
    Heel wat HR-bedrijven zien outplacement daarnaast als een groeimarkt: dit leidt tot een expansie van het aantal outplacementbedrijven en dus ook voor dalende prijzen. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de inhoud van de begeleiding en zet de kwaliteit onder druk. Sommige outplacementkantoren trachten de kostprijs te drukken door hun begeleidingsmethodiek aan te passen, met name door groepsoutplacement aan te bieden in plaats van individuele opvolging, minder contacturen, meer gestandaardiseerde pakketten… In dit opzicht gaat de democratisering van outplacement gepaard met aanpassingen van het inhoudelijk aanbod.

    Paradox


    Het onderzoek bracht ook een paradox aan het licht. De federale wetgever legt heel wat verplichtingen op die de kwaliteit van de dienstverlening moeten garanderen. Niettegenstaande die voorschriften, bestaat er geen enkele instantie die de naleving van deze bepalingen controleert. Dat maakt van België het meest gereguleerde land van de EU 15 inzake outplacement, zonder dat de overheid precies weet wie er al dan niet actief is op de markt.
    Het HIVA pleit dan ook voor minder, maar meer adequate en daadwerkelijk afgedwongen regelgeving. Outplacementkantoren zouden ook meer vrijheid moeten krijgen om hun eigen aanpak uit te tekenen.

    Markante onderzoeksgegevens


    De HIVA-IDEA Consult studie leverde nog enkele markante onderzoeksgegevens op:
  • Vlaanderen telt 131 erkende outplacementkantoren. Hiervan zijn er slechts 47 daadwerkelijk actief.

  • In 2007 volgden 6281 mensen een outplacementtraject.

  • Vlaanderen doet het met 235 begeleidingen op 100.000 werkenden vrij goed binnen de EU 15. Nederland is koploper met 800 begeleidingen op 100.000 werkenden.

  • In 2007 waren meer dan 47 procent van de begeleide werknemers arbeiders. Bedienden zijn goed voor 38 procent en het aandeel van de kaderleden bedraagt (slechts) 14 procent. Vóór de invoering van de verplichting was outplacement vooral iets voor kaderleden.


  • Het onderzoek naar outplacement werd uitgevoerd door het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) en IDEA Consult, in opdracht van Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke.

    Bron: Persdienst KU Leuven

    Geef als eerste een reactie

    Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
    < Terug naar overzicht

    U zoekt, u vindt !

    HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

    Word nu lid !
    Geniet van de voordelen