< Terug naar overzicht

Mijn preventieadviseur heeft (geen) bescherming nodig

Sinds 1 februari 2003 is de preventieadviseur juridisch beschermd tegen ontslag. Noodzakelijke beschutting of een nodeloos beschermde werknemer erbij?

nr2
Henri De Meersman (Prebes): “Het is niet denkbeeldig dat sommigen nu de taak van preventieadviseur zullen ambiëren voor de bescherming.”
Henri De Meersman (Prebes)
Hendrik De Schrijver


De nieuwe ontslagbescherming van de preventieadviseur wordt door de werkgeversorganisaties schamper onthaald als een zoveelste uiting van de onzinnige reguleringsdrift van federaal minister van Werkgelegenheid Laurette Onkelinx (PS). Maar zelfs de verenigingen die de preventiediensten vertegenwoordigen, blijven er opvallend koel bij. Is de wet dan toch overbodig? Ieder zijn waarheid:

Henri De Meersman (PreBes, de Koninklijke Vlaamse Vereniging voor Preventie en Bescherming):


Op termijn kan de juridische bescherming een negatieve invloed hebben op onze vertrouwensrelatie, die wij soms moeizaam hebben opgebouwd.
Op zich heeft een preventieadviseur geen wettelijke bescherming nodig. Hij handelt volgens een deontologische code die het welzijn van alle betrokkenen en van het hele bedrijf beoogt.
Het is niet omdat men de preventieadviseur beschermt, dat hij zijn job beter zal doen. Integendeel, het is niet denkbeeldig dat sommigen nu de taak van preventieadviseur zullen ambiëren voor de bescherming.


Roland Vanden Eede (Belgische Beroepsvereniging van Arbeidsgeneesheren):

Zowel een interne als een externe preventieadviseur kan slechts functioneren waar men een overlegmodel huldigt.


Frank Melis (Coprev, de beroepsvereniging van externe preventiediensten in België):

Een externe preventieadviseur heeft al vrij lang twee soorten bescherming en die werken goed. Ten eerste ben ik als preventieadviseur beschermd in mijn eigen externe dienst, voor technische en morele onafhankelijkheid. Ten tweede geldt die bescherming ook in de relatie klant-leverancier: een klant-bedrijf dat naar een andere externe dienst overstapt, moet een wachttijd respecteren. Het bedrijf moet het lopende en het daaropvolgende jaar de samenwerking verder zetten.
Wie overtuigd is van zijn advies zal dit handhaven, ook wanneer de werkgever het daarmee niet eens is. Maar moet je het been stijf houden, dan is er al iets mis gelopen. Je moet trachten te voorkomen dat de zaken escaleren. Meestal kan dat met overleg.


François Philips (socialistische vakbond ABVV):

Jammer dat de vertegenwoordigers van de werknemers in het comité weinig macht hebben om preventieadviseurs die hun opdrachten niet naar behoren vervullen, te doen vervangen.


Kris Van Eyck (christelijke vakbond ACV):

Met het in dienst nemen van een preventieadviseur is de kous niet af. Hij moet kunnen beschikken over voldoende tijd en middelen, kansen krijgen tot bijscholing, onafhankelijk advies kunnen uitbrengen, maar vooral het vertrouwen genieten van zowel werkgever als werknemers.
Dit zit allemaal mooi in een wettelijk statuut, maar in de praktijk loopt het vaak fout. De beschikbare tijd laat weinig of geen ruimte voor eigen initiatief en preventieadviseurs hebben dikwijls nauwelijks tijd om de administratieve taken rond te krijgen.
Inzake hun onafhankelijkheid hebben preventieadviseurs een slechte reputatie bij werknemers. Hoe kleiner het bedrijf, hoe minder zij worden vertrouwd, zo toont een ACV-enquête uit het voorjaar van 2002 aan.
Het ACV wéét dat de vraag naar bescherming ook komt van vele preventieadviseurs.
Nu reeds stellen dat werknemers om verkeerde redenen preventieadviseur zullen worden, vinden wij op zijn zachtst gezegd beledigend voor alle toekomstige, vaak gemotiveerde preventieadviseurs. De werkgever beslist toch zelf wie dit wordt? De schijnbaar strenge aanstellingsprocedure heeft hierop weinig invloed.


“Waarom dan geen bescherming voor de personeelsdirecteur?”

Jef Schools en Lowie Peeters, respectievelijk HR-manager en verantwoordelijke voor psycho-sociale begeleiding (vertrouwenspersoon) bij Van Hool, geven hun mening over de wet die de preventieadviseur beschermt tegen ontslag. Van Hool produceert onder meer bussen, heeft vestigingen in Koningshooikt en Bree, telt 4300 werknemers. Stelt Schools vast: “Men praat veel over een consensusmodel tussen werkgever en werknemers. Dit veronderstelt vertrouwen. Maar nog nooit steunde onze wetgeving zo sterk op wantrouwen. Wij, personeelsdirecteurs, moeten de verhoudingen tussen werknemers gezond houden, pesten en geweld oplossen, een constructieve dialoog op gang houden. De delicate plaats van de personeelsfunctie wordt zeer heterogeen ingevuld. Oprispingen dat de directie de functie niet ernstig neemt, zijn legio. Verdienen personeelsverantwoordelijken, als verbindingspersonen met de sociale partners en bemiddelaars bij conflicten, dan geen bescherming? Let op: ik pleit daar absoluut niet voor. Ik stel alleen vast dat de vakbonden nu dat gevoel van wantrouwen, dat schuilt in de regelgeving, uit opportunisme nog wat aanwakkeren. Beschermen is alléén nodig wanneer men willekeur kan verwachten.”
Beklemtoont Peeters: “Bescherming waartegen? Welk bedrijf heeft baat bij een onveilig arbeidsmilieu of een preventieadviseur die zijn werk niet doet?” Vult Schools aan: “Ongevallen en absenteïsme kosten een bedrijf veel geld, een onveilig bedrijf levert geen kwaliteitsproducten af. Een preventieadviseur die zijn job goed doet, brengt dus veel geld op. Intussen voedt de overheid met haar beschermingsregels wél het wantrouwen. Bij de werknemers versterken die beschermingen vooral het gevoel van onaantastbaarheid. Voor de vakbonden is het koren op hun molen, dé pot lijm waarmee zij vele werknemers aan hen kunnen binden. Maar in welke mate beïnvloedt dat gevoel ook de motivatie, inzet en discipline van de doorsnee werknemer en uiteindelijk de goede werking van het bedrijf?”



nr2
Roland Vanden Eede (Beroepsvereniging Arbeidsgeneesheren): “Een preventieadviseur kan slechts functioneren waar men een overlegmodel huldigt.”
Roland Vanden Eede (Beroepsvereniging Arbeidsgeneesheren)
Hendrik De Schrijver


Kris De Meester (werkgeversfederatie VBO):

Het verschil in bescherming tussen arbeidsgeneesheren en andere preventieadviseurs steunde onder meer op het feit dat de artsen een beslissingsbevoegdheid hebben – het medisch geschikt of ongeschikt verklaren van een werknemer – terwijl de andere preventieadviseurs een louter adviserende functie hebben.
Redenen voor een zwaardere bescherming zijn er niet. Het VBO betwist ook dat de vraag hiernaar uitging van de preventieadviseurs.



nr2
Frank Melis (Coprev): “Wie overtuigd is van zijn advies zal dit handhaven, ook wanneer de werkgever het daarmee niet eens is.”
Frank Melis (Coprev)
Hendrik De Schrijver


Kris Peeters (Unizo, de Unie van Zelfstandige Ondernemers):

KMO’s met 20 of meer werknemers moeten een interne preventieadviseur hebben. Dat komt neer op ten minste één beschermde werknemer in een klein bedrijf, waarvoor de ontslagprocedure nu loodzwaar is. In België bestaan er al 14 redenen waarom een werknemer beschermd kan zijn tegen ontslag.
Zelfs indien een werkgever de preventieadviseur om gegronde redenen wil ontslaan of uit zijn functie verwijderen, zal hij tijdens de gerechtelijke procedure verder betaald moeten worden.
De beschermingsvergoeding wordt beperkt tot het deel van het loon van de preventieadviseur dat overeenstemt met de tijd die hij besteedt aan zijn preventietaak. Dat leidt tot rechtsonzekerheid.





Meer details over deze problematiek vindt u in een langere versie van dit artikel op onze site: www.hrsquare.be



De preventieadviseur

1. Wat doet een preventieadviseur?


De wet van 4 augustus 1996 (Belgische Staatsblad van 18 september 1996) betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk heeft de functie van preventieadviseur ingevoerd.
De preventieadviseur staat de werkgever bij in de uitvoering van het preventiebeleid.
Hij leidt de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Voor bepaalde taken omtrent welzijn op het werk kan de werkgever een beroep doen op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, die één of meer preventieadviseurs in dienst heeft.
Het Koninklijk Besluit Interne Dienst van 27 maart 1998 (Belgisch Staatsblad van 31 maart 1998) beschrijft gedetailleerd de taken van de preventieadviseur. Het gaat om alle administratieve, informerende, rapporterende en adviserende opdrachten, analyses en controles die gericht zijn op het verminderen en/of verhelpen van arbeidsrisico’s en op het verbeteren van het welzijn van de werknemers.


2. Treedt een preventieadviseur ook op tegen geweld en pesterijen?


Er zijn twee types preventieadviseurs: deze zoals hierboven beschreven en de preventieadviseur inzake geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (OGW).
Het tweede type werd ingevoerd door de Wet OGW van 11 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 22 juni 2002).


3. Wie kan de functie uitoefenen?


De vereiste kennis van de preventieadviseur hangt af van de grootte van de onderneming en de risicograad van de activiteit.
De bedrijven worden ingedeeld in vier groepen (A, B, C en D) en overeenkomstig hiermee is een preventieadviseur vereist van niveau I, niveau II of slechts met basiskennis.


4. Welke ondernemingen moeten een preventieadviseur hebben?


Volgens het KB Beleid moet iedere werkgever een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (PBW) oprichten en ten minste één preventieadviseur hebben.
Als er minder dan 20 werknemers zijn, mag de werkgever die functie zelf vervullen.
De werkgever is niet verplicht een beroep te doen op een externe dienst indien hij zelf de nodige deskundigheid in huis heeft.


5. Wat doet een preventieadviseur met een klacht?


De preventieadviseur OGW ontvangt de klacht, neemt ze op in een individueel klachtendossier, bezorgt een afschrift aan de werkgever en nodigt hem uit maatregelen te nemen. Hij onderzoekt ook zelf de klacht, stelt maatregelen voor en informeert het slachtoffer over de evolutie van de behandeling van de klacht.
De algemene preventieadviseur kan een klacht ontvangen en integreren in zijn advies aan de werkgever. Gaat het om een ernstig en dreigend gevaar en is het management afwezig, dan kan hij zelf initiatief nemen (bijvoorbeeld activiteiten stoppen bij dreigende CO-vergiftiging).
De preventieadviseur heeft enkel beslissingsmacht bij afwezigheid van het management.


6. Kan de preventieadviseur onafhankelijk werken?


De wet van 20 december 2002 (Belgisch Staatsblad van 20 januari 2003) beschermt álle preventieadviseurs juridisch tegen ontslag.
Deze wet is van toepassing sinds 1 februari 2003.
Om te garanderen dat de redenen van de beslissing tot ontslag of verwijdering niets te maken hebben met de onafhankelijkheid van de preventieadviseur, moet de werkgever een procedure volgen. Bovendien moeten de aangevoerde redenen bewezen zijn.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen