< Terug naar overzicht

Meer dan helft werkende Belgen heeft vakbondskaart

Iets meer dan de helft van alle werkende Belgen is aangesloten bij een vakbond. De Belgische vakbonden behoren tot de sterkste in Europa. Het werkloosheidssysteem verklaart grotendeels het succes van Belgische vakbonden.

Drie onderzoekers van het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen (Tim Van Rie, Ive Marx en Jeroen Horemans) hebben de aanhang van de Europese vakbonden tegen het licht gehouden en gezocht naar de redenen voor de grote verschillen in syndicalisatiegraad tussen de EU-landen. Hun studie is zopas verschenen in het European Journal of Industrial Relations.

In België ligt het vakbondslidmaatschap hoog, zeker in vergelijking tot de buurlanden. In Frankrijk is vandaag minder dan 10 procent van de werknemers lid van een vakbond. In Nederland en Duitsland gaat het om 20 procent. Daartegenover halen de Belgische vakbonden een aanhang van net iets meer dan de helft van alle werknemers: 52 procent.

Anderzijds neemt de vakbondsaanhang in de meeste Europese landen af. Sinds de jaren 1970 is er vrijwel overal een constant dalende lijn te zien. In onze buurlanden is die trend erg uitgesproken. De vakbonden verloren er in de voorbije decennia een derde tot de helft van hun leden.

In België is dat niet het geval. De Belgische syndicalisatiegraad ligt vandaag zelfs hoger dan 40 jaar geleden, al wordt de piek van 1990 niet meer gehaald. Dezelfde opwaartse trend geldt voor de Scandinavische landen Finland, Zweden en Denemarken. Daar is de vakbondsaanhang zelfs nog de helft groter dan bij ons.

Met bijna 70 procent is de syndicalisatiegraad in Noord-Europa uitzonderlijk hoog. Ter vergelijking: in de 27 EU-landen heeft gemiddeld één werknemer op de vier een vakbondskaart op zak.

Ghent-systeem


De reden waarom er in de Belgische en Scandinavische landen veel sterkere vakbonden bestaan dan elders in Europa is de belangrijke rol die ze spelen in de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen. Die ‘dienstverlening’ wordt in het internationale vakjargon het Ghent-systeem genoemd, naar de Belgische stad Gent, waar eind negentiende eeuw de eerste private werkloosheidskassen zijn ontstaan.

Die rol als uitbetaler houdt een sterke aanmoediging in om lidmaatschapsgeld te betalen bij een vakbond. Meer nog bij arbeiders dan bij bedienden. De kans is immers groter dat arbeiders een beroep moeten doen op de werkloosheidsverzekering, en dus op de uitbetalende vakbond.

In België bestaat er weliswaar een alternatief voor de vakbonden, namelijk de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen, maar die kent al bij al een beperkt succes. Uit cijfers van de overheidsdienst RVA blijkt dat één werkloze op de negen zijn uitkering krijgt via de Hulpkas, tegen vier op de tien bij zowel het christelijke ACV als het socialistische ABVV.

De rekruterende kracht van de vakbonden is dus voor een (groot) deel gekoppeld aan hun rol als dienstverlener bij werkloosheid. Deze bevinding is niet onbelangrijk als we de standpunten van de vakbonden willen begrijpen in dossiers zoals de hervorming van de sociale zekerheid, met name als het gaat om een beperking van de duur van de uitkeringen.

Bron: De Standaard

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen