< Terug naar overzicht

Loopbaansparen? Graag, als de loonkost niet stijgt.

Bijna zeven op tien van de werkgevers die deelnamen aan een survey van Acerta zien in loopbaansparen een opportuniteit. Weliswaar op voorwaarde dat de loonkost niet stijgt. Drie op tien bedrijven bieden hun medewerkers vandaag al de mogelijkheid om op een of andere manier tijd ‘te kopen’, hoewel er nog geen wettelijk kader bestaat.

Loopbaansparen leeft. En niet alleen bij paritaire comités die bezig zijn daarvoor een structuur uit te werken. Het is een van de elementen van de Wet Wendbaar en Werkbaar Werk uit 2017. Die creëert een kader waarbinnen afspraken gemaakt kunnen worden om werknemers de mogelijkheid te bieden tijdens hun loopbaan een krediet aan uren/dagen bijeen te sparen en die ten gepaste tijde op te nemen met behoud van loon. Loopbaansparen gaat dus eigenlijk over de flexibilisering van het recht op afwezig blijven van het werk. Op de vraag of er in hun organisatie op een of andere manier al tijd kan worden ‘gekocht’, antwoordde 30 procent van de 113 respondenten dat dit mogelijk is.
Sarah De Groof, Senior Consultant Acerta commentarieert: “Op de algemene vraag hoe werkgevers vandaag tegemoetkomen aan het verzoek van werknemers om langere tijd van het werk afwezig te blijven, blijkt het merendeel nog terug te grijpen naar de beproefde oplossingen van tijdskrediet en ouderschapsverlof. Maar er worden ook al creatievere oplossingen gehanteerd: de eindejaarspremie omzetten naar extra vakantiedagen bijvoorbeeld, eventueel als onderdeel van een cafetariaplan of een flexibel, geïndividualiseerd loonpakket.”

Meer dan twee derde werkgevers staat open voor loopbaansparen

Naast de vraag naar de realiteit, kregen de panelleden ook deze naar de toekomst van loopbaansparen: 67,6% staat alvast open voor het concept. Werkgevers zien in loopbaansparen een manier om tegemoet te komen aan de wensen van de werknemers, om de retentie te verhogen, om hun inzetbaarheid te bevorderen en als alternatief voor tijdskrediet of ouderschapsverlof.
Sarah De Groof: “De opties om voor kortere tijd extra vrij te nemen van het werk zijn beperkt. Ouderschapsverlof, zelfs met de soepelere toepassingsvoorwaarden, blijft toch een langere en minder flexibele afwezigheid, iets wat in tijden van arbeidskrapte voor veel werkgevers niet het meest wenselijke scenario is. Het is dan ook niet zo verrassend dat werkgevers in loopbaansparen opportuniteiten zien.”

Als de loonkost maar niet stijgt

Niet alleen is de interesse voor loopbaansparen groot, ook qua mogelijke invulling zien werkgevers het niet klein. Een derde denkt aan tot tien extra opspaarbare dagen, bijna een kwart gaat tot twintig en ongeveer evenveel zou zelfs geen beperking opleggen qua aantal dagen.
Ook over de termijn waarover de werknemer zou beschikken voor het opnemen van de opgespaarde dagen zijn werkgevers heel liberaal: slechts 24 procent van de werkgevers zegt dat de opgespaarde uren binnen een half jaar of een jaar moeten worden opgenomen; 38 procent wil voor de periode waarin de opname moet gebeuren geen enkele beperking opleggen.
De opgespaarde dagen aan het einde van de loopbaan plakken om zo de pensioendatum wat te vervroegen, vindt 85 procent van de respondenten ook een optie. Het enige voorbehoud dat ze maken is: er mag geen extra loonkost tegenover staan.
Een belangrijke vraag, zeker als de gespaarde tijd lange tijd wordt overgedragen, is deze naar het loon dat betaald wordt op het ogenblik dat de werknemer de opgespaarde tijd effectief opneemt: wordt deze tijd betaald tegen het loon dat gold op het ogenblik dat de tijd werd verdiend of wordt deze betaald tegen het loon dat geldt op het ogenblik van opname van de opgespaarde tijd? Werkgevers willen niet afwijken van het loon op het moment waarop de dagen zijn opgespaard. Is er tussen opsparen en opname sprake van een loonopslag, dan betaalt de werkgever het initiële loon en niet een verhoogd loon.

Loopbaansparen draait arbeidsmarkt niet op slot

Een theoretisch voorbehoud was dat het systeem de arbeidsmarkt wel eens op slot zou kunnen draaien. Een werkgever zou niet kiezen voor een sollicitant die elders al een ‘rugzakje’ tijd heeft bijeen gespaard. Werknemers zouden in dat geval dus bij hun werkgever moeten blijven tot hun rugzakje weer leeg zou zijn en de gespaarde tijd opgenomen. Dat ziet het merendeel van de werkgevers toch anders: 63 procent zou de sollicitant met het rugzakje wel degelijk in dienst nemen, geen probleem. Maar ook hier duikt de reserve tegenover de loonkost op: neemt de werknemer zijn elders opgespaarde dagen op, dan is het niet de nieuwe werkgever die daarvoor betaalt.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen