< Terug naar overzicht

Loonhulp wordt consultant

Door de toenemende complexiteit van de wetgeving en de intrede van e-government stijgen de kosten van de sociale secretariaten. Wat nu?

nr5
Chris Botterman (Unie van de Erkende Sociale Secretariaten): “De diversificatie in de service kwam er op vraag van de markt. Sommige sociale secretariaten die daarop inspeelden, vonden meteen ook de mogelijkheid om te overleven.”
Chris Botterman (Unie van de Erkende Sociale Secretariaten)
Hendrik De Schrijver


De sociale-zekerheidswet schrijft voor dat de erkende sociale secretariaten vzw’s zijn. Ze moeten hun winst investeren ten bate van de dienstverlening. “In de mate dat er winst is”, moppert Chris Botterman, voorzitter van de Unie van de Erkende Sociale Secretariaten van Werkgevers: “Erkende sociale secretariaten zijn een exclusief Belgisch fenomeen. In vergelijking met een enigszins gelijkaardige dienstverlening in andere landen, bijvoorbeeld van gespecialiseerde boekhouders, zijn de tarieven van onze service erg laag. De jongste jaren hebben enkele factoren de resultaten beïnvloed, zoals de omzetting van loonberekeningen en aangiften in euro, en het invoeren van e-government in de sociale zekerheid.”
Ondertussen neemt ook de complexiteit van het werk van de sociale secretariaten voortdurend toe. “Nog niet zo lang geleden wilde iedere minister van Arbeid of Sociale Zaken zijn of haar naam aan een plan of maatregel verbinden”, vertelt Botterman. “Alle stimuli en bijdrageverminderingen maakten de wetgeving en de uitvoering ervan erg ingewikkeld. Daarenboven zijn er vandaag veel meer én complexere sectorale CAO’s dan vroeger. In 1985 kon je die nog allemaal op één groot bord samenvatten.” Hij wijst ook op de versnippering en toewijzing van bevoegdheden inzake het tewerkstellingsbeleid aan de regio’s: “Voor alles wat te maken heeft met vorming, opleiding, mobiliteit en kinderopvang zijn de regio’s nu bevoegd. Een voorbeeld: op federaal niveau werd het systeem van loopbaanonderbreking vervangen door het tijdskrediet. Maar Vlaanderen heeft daarop in het jongste werkgelegenheidsakkoord een bovenbouw gecreëerd, met eigen premies en toeslagen. De sociale secretariaten moeten dat allemaal bijhouden.”


De markt

Volgens de recentste RSZ-gegevens (uit 2000) is 85,8% van de werkgevers aangesloten bij een erkend sociaal secretariaat. Van de 3,1 miljoen onder de RSZ ressorterende werknemers zijn er ruim 1,8 miljoen (59,6%) aan de slag bij een werkgever die aangesloten is bij een erkend sociaal secretariaat. Tot voor kort was slechts 40% van de bedrijven met meer dan 1000 werknemers aangesloten bij een sociaal secretariaat, maar in 2000 bleken dat er al bijna 78%. Kortom, alsmaar meer grote ondernemingen beslissen om de loonadministratie uit te besteden. De snel stijgende complexiteit van de wetgeving is daar allicht niet vreemd aan.
Van de 46 sociale secretariaten in België zijn er 45 aangesloten bij de Unie van de Erkende Sociale Secretariaten van Werkgevers. “Ik vind het goed dat er één geen lid is ”, beweert voorzitter Chris Botterman. “Anders zou men kunnen denken dat aansluiting bij de beroepsfederatie verplicht is. We verwachten wel een daling van het aantal sociale secretariaten als gevolg van de toenemende complexiteit van de informatica. De noodzakelijke investeringen hiervoor zijn zeer zwaar. De gegevens zullen in één hoofdzetel per provincie gecentraliseerd worden en uit kostenoverwegingen zal men ernaar streven om de klant te bedienen vanuit dat ene centrale punt.”
Een rangschikking van de sociale secretariaten volgens grootte is niet makkelijk. Volgens Chris Botterman weten de ingewijden wel hoe de kaarten liggen: “De vijf grootste zijn wellicht: SD Worx, gevolgd door Acerta Sociaal Secretariaat (fusie van SFD, SBB en Sociaal Hulpbetoon in West-Vlaanderen), Partena (fusie van Assubel en De Familie), Securex, HDP (Hulp des Patroons) en ADMB.”
Acerta werkt samen met zusterbedrijf Alia in Wallonië voor in totaal ongeveer 38.500 werkgevers en stelt maandelijks ongeveer 400.000 loonbriefjes op. Commentarieert Stef Stas, commercieel directeur van Acerta: “Alia in Wallonië werkt niet alleen onder een eigen vlag, maar verleent ook een aangepaste dienstverlening. De verwachtingen van een Vlaams bedrijf kunnen immers anders zijn dan in Wallonië. Een Franstalige communiceert anders. Daarom hebben we daar een apart bedrijf met een eigen structuur en eigen werkwijze.”
Gemeten aan het aantal aangesloten bedrijven is Acerta koploper, maar als je naar het aantal loonbriefjes kijkt tweede, na het HR-dienstenbedrijf SD Worx. In 2002 bediende het sociaal secretariaat van SD Worx 24.000 klanten, die samen ongeveer 545.000 werknemers tewerkstellen.



Natuurlijke selectie?

Volgens Botterman noodzaakt de complexe wetgeving tot meer investeren in hooggeschoolden. Die medewerkers moeten de wetgeving opvolgen, vertalen in mensentaal voor de bedrijven en hen begeleiden bij de toepassing. Een wat bedreigende rechtspraak heeft de sociale secretariaten herinnerd aan hun informatieplicht. Als ze de werkgever niet inlichten, kunnen ze ervoor aansprakelijk gesteld worden. Maar hoever reikt die informatieplicht? Wie is aansprakelijk voor een foutieve loonberekening? Het sociaal secretariaat moet kunnen aantonen dat de werkgever in gebreke is gebleven. Vonnissen en arresten hebben de verantwoordelijkheid inzake informatieverstrekking zwaarder gemaakt en deze eis van de overheid vergt ook alsmaar meer (dure) arbeidstijd.
Merkt Botterman op: “Nog een stoorzender in de rendabiliteitevolutie is de lage intrest. Daardoor daalt de opbrengst van de tijdelijke beleggingen van de ontvangen bijdragen.” De stijgende werkloosheid doet ook de te verrekenen loonmassa dalen: “Wij voelen dat eerst aan het dalend aantal uitzendcontracten. Uitzendbedrijven laten hun loonadministratie doorgaans uitvoeren door sociale secretariaten. Daarenboven is er een belangrijke toename van tijdelijke werkloosheid, zijn er sluitingen en herstructureringen. Uiteraard vermindert dat het aantal loonberekeningen, samen met het volume van door te storten bijdragen.”
De RSZ controleert de financiën van de sociale secretariaten (vooral met het oog op het doorstorten van de sociale bijdragen), maar officiële boekhoudkundige resultaten zijn er niet: als vzw’s moeten ze geen balans neerleggen bij de Nationale Bank. Binnenkort wordt evenwel een KB verwacht, dat de nieuwe vzw-wet uitvoerbaar zal maken. Dan moet een vzw wel een publieke boekhouding voeren. Pas dan zal er ook echt zicht zijn op de resultaten van de sociale secretariaten. Wordt dan duidelijk dat een natuurlijke selectie onvermijdelijk is? Zullen de kleine visjes in de bokaal van erkende sociale secretariaten het nog lang kunnen uithouden? “In onze sector moeten zoveel mogelijk spelers, ook kleine, actief blijven. Een oligopolievorming van slechts enkele grote secretariaten is geen goede zaak”, vindt Botterman. “In onze contacten met het beleidsniveau en met de RSZ pleiten we ervoor dat ook met de realiteit van kleine sociale secretariaten zou worden rekening gehouden. Bij het kiezen van een bepaalde richting mag men niet te vlug gaan om alle secretariaten de kans te geven bij te blijven. Hoe meer spelers op de markt, hoe meer bedrijven vrij kunnen kiezen.”


Chris Botterman

Chris Botterman, adjunct-algemeen secretaris van de Boerenbond, heeft zijn roots in het sociaal secretariaat van de Boerenbond (SBB) en was geruime tijd lid van de raad van bestuur van de Unie van de Erkende Sociale Secretariaten van Werkgevers, vóór hij er zowat vier jaar geleden voorzitter van werd. “De historiek van onze sociale secretariaten gaat terug tot 1945, de totstandkoming van onze sociale zekerheid”, licht hij toe. “Toen hebben werkgeversfederaties die secretariaten opgericht. Ze opereren in het verlengde van de werkgevers. Eén van de erkenningvoorwaarden is dat ze twee vertegenwoordigers van een erkende beroepsfederatie van werkgevers in hun raad van bestuur hebben. Dat betekent echter niet dat ze de taak van de werkgevers in het sociaal overleg moeten overnemen. Ze zorgen voor de technische uitvoering van maatregelen, maar inspireren ook werkgeverorganisaties omtrent de haalbaarheid ervan. Anderzijds vormen de sociale secretariaten ook voor de werknemers de garantie dat de ingewikkelde arbeidswetgeving correct wordt uitgevoerd.”


Méér dan geld versassen

Stef Stas, commercieel directeur van sociaal secretariaat Acerta (dat tot de grootste behoort in België), wijst erop dat sommige klanten méér verwachten, terwijl de kosten en de investeringen in knowhow alsmaar toenemen: “Vooral meer efficiëntie is dé uitdaging in een markt, die geëvolueerd is van receptief naar veeleer proactief, gericht op advies.”
Bijna alle sociale secretariaten onderkennen de nood om de enge loonberekening te verlaten. Zegt Botterman: “Wil men erkend blijven, dan móet men informatie geven. Maar samen met de toenemende complexiteit van reglementeringen nam rond 1990 ook de vraag van bedrijven toe om begeleid te worden in hun keuze binnen het aanbod van tewerkstellingsmaatregelen. Als unie stelden we duidelijk dat alles wat semi-commercieel zou worden, niet thuis hoort in een sociaal secretariaat. Het informeren en begeleiden horen bij de kernactiviteit en zitten vaak begrepen in het basispakket van het secretariaat én in het tarief dat het kan aanrekenen voor loonberekening. Maar publicaties of andere informatiedragers verkopen en betalende opleidingen geven kunnen niet binnen de vzw. Dat moet worden ondergebracht in afzonderlijke rechtspersonen. Als unie vinden we het zelf belangrijk onze eerste opdracht zuiver te houden, ook al is die nu een echte ondersteuning geworden, die nauw aansluit bij het globaal personeelsbeleid van de werkgever.”
Er is een trend aan de gang naar het verstrekken van een bredere waaier van HR-diensten met meer toegevoegde waarde. Maar kan de opbrengst daarvan wel probleemloos worden overgeheveld naar het sociaal secretariaat, de vzw? “Zolang die opbrengst kan worden ingezet om het doel van het sociaal secretariaat beter te verwezenlijken, lijkt me daar niks mis mee. De diversificatie in de service kwam er op vraag van de markt. Sommige sociale secretariaten die daarop inspeelden, vonden meteen ook de mogelijkheid om te overleven. Mochten ze zich beperkt hebben tot hun kernactiviteit, dan zou de markt al vlugger uitgezuiverd geweest zijn. Het feit alleen dat dergelijke rechtspersonen ontstaan, illustreert dat er in België nood is aan voorlichting. De overheid maakt ingewikkelde wetten en wie anders helpt bedrijven bij de toepassing ervan? Sociale secretariaten die op de markt willen blijven, móeten wel inspelen op die vraag.”

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen