< Terug naar overzicht

Leeftijdspiramide respecteren bij collectief ontslag

Bedrijven die overgaan tot collectief ontslag, zullen niet zomaar uitsluitend oudere werknemers kunnen ontslaan, maar zullen rekening moeten houden met de leeftijdspiramide binnen de onderneming. Dat staat in de Programmawet, waarover de ministerraad het dinsdagavond eens raakte.

De maatregel deelt de werknemers in drie leeftijdsgroepen in: jonger dan 30 jaar, tussen 30 en 49 jaar en ouder dan 50 jaar. Het is de bedoeling dat bij een collectief ontslag het aantal ontslagen evenredig wordt verdeeld over de drie groepen.

De maatregel laat evenwel enkele afwijkingen toe. Zo kunnen bedrijven per leeftijdsgroep tien procent van de strikte verdeling afwijken, kunnen ze bij de sluiting van één of meer afdelingen de spreiding per afdeling bekijken en worden werknemers met een sleutelfunctie uitgesloten bij de tellingen.

Bij niet-naleving verliezen werkgevers het recht op structurele verminderingen en de doelgroepvermindering voor het kwartaal van kennisgeving van het collectief ontslag en de zeven voorgaande kwartalen voor alle werknemers van minstens 50 jaar oud én die ontslagen zijn ten gevolge van de herstructurering.

Om oudere werknemers langer aan de slag te houden, zullen ondernemingen elk jaar een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers moeten opmaken. Dat plan, waarvoor de FOD Werkgelegenheid modellen ter beschikking zal stellen, bevat een overzicht van de maatregelen die de werkgever van plan is te nemen voor het behoud van het aantal oudere werknemers of voor de verhoging van hun aantal. Rond deze maatregel zijn geen sancties voorzien, maar de werkgever moet het plan wel aan de ondernemingsraad voorleggen.

Opleiding en educatief verlof


Een andere maatregel voorziet in een verhoging van de sanctie voor bedrijven die onvoldoende opleidingsinspanningen leveren. Momenteel moet 1,9 procent van de totale loonmassa over alle sectoren daarin worden geïnvesteerd.

Er wordt wel een mogelijkheid ingebouwd voor werkgevers die tot één van de betrokken sectoren horen, maar die individueel voldoende inspanningen leveren, om de sanctie te vermijden.

Ook bevat de Programmawet een verhoging van de patronale bijdrage inzake brugpensioen. Zoals bekend wijzigt het brugpensioen in 'werkloosheid met bedrijfstoeslag' (WBT). Wanneer dat systeem ingaat vanaf 1 april 2012, wordt het verschuldigde percentage aan werkgeversbijdragen verdubbeld: 10 procent wordt 20 procent, 20 procent wordt 40 procent en 30 procent wordt 60 procent. Uitzondering is dat 40 procent tot 65 procent wordt verhoogd en 50 procent tot 75 procent.

Naast de verhoging van de werkgeversbijdragen die enkel geldt voor de nieuwe WBT's, worden ook alle verschuldigde percentages met 15 procent verhoogd. Dat geldt voor alle bijdragen die verschuldigd zijn voor alle WBT's, maar het verhoogde percentage wordt enkel toegekend vanaf het tweede kwartaal van 2012 en latere kwartalen.

Ook het aantal uren betaald educatief verlof voor opleidingen die voorbereiden op de uitoefening van een knelpuntberoep stijgen van 100 of 120 uren naar 180 uren. Eenzelfde verhoging wordt voorzien voor opleidingen in het kader van het onderwijs voor sociale promotie die leiden tot het behalen van een eerste diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs.

Ook de verandering van het jaarlijkse vakantiesysteem zoals de NAR voorstelde, werd opgenomen in de Programmawet. Het bestaat erin dat in die gevallen een Europees vakantiegeld zal worden uitbetaald per gewerkte periode van drie maanden - en dat tijdens de laatste week van de betrokken drie maanden.

Bron: De Standaard

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen