< Terug naar overzicht

Langdurig absenteïsme stijgt exponentieel

In 2015 waren op een gemiddelde werkdag bijna 7 op de 100 werknemers afwezig wegens ziekte of een privéongeval. Het langdurig absenteïsme, waarbij werknemers minstens één jaar thuis blijven, kende in 2015 een nooit geziene stijging met 14 procent.

Dit blijkt uit de resultaten van het onderzoek van HR-dienstverlener Securex bij 25.781 werkgevers en 261.177 werknemers. Bedrijven in België gaan bovendien op verschillende manieren om met de terugkeer naar het werk na een langdurige afwezigheid. Zo stelt 56 procent van de kleine bedrijven het nut van een re-integratie van werknemers in vraag, terwijl 72 procent van de grote bedrijven net pleiten vóór re-integratie.

Langdurig absenteïsme stijgt met 14 procent

Het totale ziektepercentage steeg van 6,52 procent in 2014 naar 6,95 procent in 2015. De structurele stijging van het absenteïsme sinds 2001 zet zich dus voort (met dit tempo wordt de kaap van 7 procent volgend jaar overschreden).

De afwezigheden van meer dan één jaar liggen aan de basis van deze evolutie. Het korte (minder dan een maand) en middellange (van 1 maand tot 1 jaar) ziektepercentage bleven stabiel (respectievelijk 2,10 procent en 2,01 procent). Het lange ziektepercentage kent echter een nooit geziene stijging met 14 procent sinds 2014. Het RIZIV zal dit najaar - zodra het aantal invaliden in 2015 gekend is - dus nog harder aan de alarmbel trekken dan vorig jaar.

Het risico op een dergelijk absenteïsme stijgt met de leeftijd, en dan vooral bij arbeiders. Vanaf 55 jaar is gemiddeld per werkdag 1 op de 8 arbeiders en 1 op de 24 bedienden langer dan een jaar afwezig. Bij 60-64-jarige arbeiders is dat zelfs 1 op de 4.

Vergrijzing en chronische stress als verklaring

Oudere werknemers meldden zich ook in 2015 minder vaak afwezig dan hun jongere collega’s. Maar ze zijn nog steeds meer langdurig ziek, onder andere door slijtage van het bewegingsstelsel. Het spreekt voor zich dat deze groep werknemers proportioneel groter wordt door het optrekken van de pensioenleeftijd en het verstrengen van de regels voor brugpensioen. Bovendien hebben deze maatregelen vooral gevolgen voor de nog altijd talrijke beroepsactieve babyboomers.

De Belgische werknemer lijdt daarenboven steeds meer aan chronische stress. De spanningsklachten bij stresslijders zijn tussen 2013 en 2015 met 30 procent gestegen. Het gevaar op burn-out, en dus langdurige afwezigheden, loert om de hoek. Dat vooral bedienden eerder dan arbeiders zouden lijden onder stress en burn-out, staat echter niet vast. Want arbeiders hebben vaak te maken met een langere, minder gevarieerde en bovendien fysiek zwaardere loopbaan dan bedienden, waardoor ze soms al op jongere leeftijd fysieke klachten ondervinden die kunnen leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze problematiek gecombineerd met een hogere werkonzekerheid, meer financiële zorgen, minder autonomie en minder passie in de job, leidt ook bij arbeiders tot stress en psychische aandoeningen.

Heeft re-integratie nut?

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) en minister van Werk Kris Peeters (CD&V) bereiden samen een nieuw koninklijk besluit voor. Ze willen de re-integratie van langdurig zieken stimuleren en de werkgever aanmoedigen om zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen.

De bedrijven in België zijn echter sterk verdeeld over de re-integratie van langdurig afwezige werknemers na een burn-out. 72 procent van de grote ondernemingen (> 500 werknemers) pleiten voor re-integratie, maar slechts 44 procent van de kleinere ondernemingen (< 500) vindt re-integratie na een burn-out nog nuttig.

Zo blijkt dat amper 23 procent van de kleine bedrijven een burn-outbeleid voert tegenover 47 procent van de grote ondernemingen. We vermoeden dat kleinere bedrijven de financiële en praktische haalbaarheid van re-integratie in vraag stellen. Kleine bedrijven zijn sneller genoodzaakt om een afwezige te vervangen en zien wellicht minder mogelijkheden voor aangepast werk.

Feit is wel dat kleinere bedrijven minder snel met een eerste geval van burn-out worden geconfronteerd dan grote bedrijven (respectievelijk 59 procent en 92 procent). Dit verschil in risico op een burn-out heeft niet alleen te maken met het aantal werknemers, maar waarschijnlijk ook met een snellere reactie op alarmerende signalen. Want het risico op spanningsklachten is even groot in grote als in kleine bedrijven.

Bron: Securex (securex.be)


Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen