< Terug naar overzicht

Lagere arbeidsparticipatie van laaggeschoolde vrouwen na ouderschap

De sterke toename in vrouwelijke onderwijsparticipatie sinds het einde van de jaren 1960 zorgde voor een forse instroom van vrouwen op de arbeidsmarkt. Hoewel het gezinsbeleid meer en meer werd afgestemd op het tweeverdienersmodel, vertoont de manier waarop gezin en arbeid worden gecombineerd sterke verschillen tussen hoog- en laagopgeleide vrouwen. Vooral bij laaggeschoolde vrouwen kent de arbeidsparticipatie een sterke terugval na het krijgen van kinderen.

De resultaten van de Generations & Gender Survey (GGS) tonen aan dat er bij vrouwen van 18 tot 49 jaar zonder kinderen een aanzienlijk verschil van 30 procent bestaat op het vlak van arbeidsparticipatie tussen hooggeschoolde en lagergeschoolde vrouwen. De laaggeschoolde vrouwen die wel actief blijven na de komst van een kind bevinden zich bovendien proportioneel meer in deeltijds werk, wat een zwakkere inkomenspositie met zich meebrengt.

Laagopgeleide vrouwen van 18 tot 49 jaar zonder kinderen hebben in 37 procent van de gevallen een voltijdse job en in 19 procent van de gevallen een deeltijdse job. Na het krijgen van kinderen is er een sterke terugval. Als het jongste kind 2 jaar of jonger is, werkt nog amper 11 procent van de vrouwen voltijds en 13 procent deeltijds.

De arbeidsparticipatie stijgt opnieuw naarmate de leeftijd van het jongste kind toeneemt. Opvallend is dat de stijging grotendeels te situeren is bij deeltijdse arbeid, wat sterke repercussies meebrengt voor de inkomenspositie en de aard van werk van deze vrouwen. Deze verschuiving richting deeltijdse arbeid maakt duidelijk dat vrouwelijke arbeidsparticipatie niet enkel op korte, maar ook op lange termijn beïnvloed wordt door de aanwezigheid van kinderen.

Dat laaggeschoolde vrouwen in sterkere mate de arbeidsmarkt verlaten na het ouderschap, zou onder meer te maken kunnen hebben met de zoektocht naar een opvangplaats. Laaggeschoolden eindigen die zoektocht proportioneel vaker met lege handen, klinkt het.

Een economische verklaring is dat het voor vrouwen met een lager opleidingsniveau minder kost om uit te treden uit de arbeidsmarkt, omdat ze een kleiner verdienpotentieel hebben dan hoogopgeleide vrouwen.

Bron: FOD Economie

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen