< Terug naar overzicht

Kwart asielzoekers vindt werk binnen het jaar

Een kwart van de asielzoekers die zich aansluiten bij de VDAB heeft na een jaar werk. Al zijn er significante verschillen volgens gender, leeftijd, kennis van het Nederlands en het volgen van een inwerkings- en inburgeringstraject.

De recente instroom van vluchtelingen in Vlaanderen gaf de voorbije jaren aanleiding tot een intensief maatschappelijk debat dat vragen opwerpt over onder meer de arbeidsmarktintegratie van asielzoekers. Deelname aan de arbeidsmarkt wordt algemeen beschouwd als een cruciale hefboom van integratie. Het Steunpunt Werk (KU Leuven) analyseerde de arbeidsmarktintegratie van asielzoekers in Vlaanderen.

Iets meer dan de helft (55 procent) van de asielzoekers van wie in 2015 of 2016 de arbeidskaart C werd goedgekeurd, sloot zich aan bij de VDAB. Daarvan stroomde 12,4 procent na zes maanden uit naar werk en 24,5 procent vond na twaalf maanden werk.

Traditionele genderrollen

Toch zijn er enkele significante verschillen als er rekening wordt gehouden met enkele persoonskenmerken van de werkzoekenden. Zo hebben vrouwelijke asielzoekers een lagere waarschijnlijkheid om zich aan te sluiten bij de VDAB en uit te stromen naar werk. Vrouwelijke asielzoekers met een arbeidsintentie (uitgedrukt door hun arbeidskaart C) en die aangesloten zijn bij de VDAB, hebben een 40 procent lagere waarschijnlijkheid dan mannen om naar werk uit te stromen. Een gelijkaardige tendens wordt vastgesteld bij vrouwen met een migratieachtergrond in België. Hoewel zij in het onderwijs gemiddeld beter presteren dan jonge mannen met een migratieachtergrond, ligt hun arbeidsmarktparticipatie toch relatief lager.

Als mogelijke verklaring verwijzen onderzoekers Sarah Vansteenkiste en Pieter-Jan De Graeve naar traditionele genderrollen en hiërarchieën die een barrière kunnen vormen voor vrouwelijke asielzoekers. Het kan dat ze minder steun krijgen van hun omgeving om professionele ambities na te streven. Ook andere factoren kunnen een verklaring bieden. Eerder onderzoek wijst bijvoorbeeld in de richting van barrières op basis van het dragen van religieuze symbolen zoals een hoofddoek. Al is het ook mogelijk dat er verschillen ontstaan omdat mannelijke en vrouwelijke asielzoekers op andere beroepen en sectoren mikken.

Nederlands

Ook de leeftijd speelt een rol. De resultaten tonen dat 18- tot 24-jarige asielzoekers met een arbeidskaart C en 50-plussers een lagere waarschijnlijkheid hebben om zich aan te sluiten bij de VDAB. De waarschijnlijkheid om naar werk uit te stromen ligt het hoogst bij 25- tot 34-jarigen en het laagst bij 50-plussers. De lagere arbeidsmarktparticipatie van asielzoekers van 50 jaar en ouder kan mogelijk verklaard worden door de moeilijkheden die ze ondervinden om zich nog aan te passen aan de arbeidsmarkt, om kwalificaties en werkervaring te laten erkennen of om zich om te scholen. Los van migratiestatus, laat deze leeftijdsgroep een relatief lagere kans op werk optekenen.

Uit de analyses blijkt het belang van kennis van de Nederlandse taal als toegangsticket tot de Vlaamse arbeidsmarkt. Wie het Nederlands goed beheerst, heeft een grotere waarschijnlijkheid om naar werk uit te stromen dan wie het Nederlands niet beheerst. Al tijdens het zoekproces naar een job worden personen met een onvoldoende kennis van het Nederlands gehinderd, omdat ze bijvoorbeeld minder in staat zijn om overtuigende motivatiebrieven te schrijven en sollicitatiegesprekken te voeren.

Naast het individuele effect van kennis van het Nederlands, medieert het de relatie tussen verblijfsduur van de asielzoeker en uitstroom naar werk. Asielzoekers die langer in Vlaanderen verblijven, bouwen gemiddeld gesproken een betere kennis van het Nederlands op, waardoor ze een grotere waarschijnlijkheid hebben om uit te stromen naar werk. Een langere verblijfsduur is ook positief gerelateerd aan het zich aansluiten bij de VDAB. Een langere verblijfsduur doet het sociaal en landspecifiek menselijk kapitaal toenemen, waardoor de asielzoeker ook meer vertrouwd kan zijn met instellingen als de VDAB en er de toegang toe vindt.

Een laatste significante vaststelling op het niveau van het individu is dat wie een inwerkingstraject volgt, of een inwerkings- en inburgeringstraject combineert, een lagere waarschijnlijkheid heeft om uit te stromen naar werk in vergelijking met wie geen traject volgt. Lock-in effecten kunnen hier een rol spelen: het volgen van een traject zorgt ervoor dat asielzoekers minder of geen tijd hebben om te zoeken naar werk, waardoor op korte termijn de waarschijnlijkheid om uit te stromen naar werk verkleint. Op langere termijn neemt de waarschijnlijkheid om uit te stromen naar werk echter toe voor asielzoekers die een inwerkings- en inburgeringstraject combineren. De waarschijnlijkheid van doorstroom naar werk blijft echter wel lager in vergelijking met asielzoekers die geen traject volgen.

Bron: Steunpunt Werk

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen