< Terug naar overzicht

Kandidaat op maat

De Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO) was oorspronkelijk opgezet als instrument voor het bijbrengen van ontbrekende competenties die niet of enkel na lange wachttijden via VDAB-opleidingen aangeleerd kunnen worden. Jaar na jaar groeide de populariteit en nam het aantal deelnemers toe. Wegens het succes richt de VDAB het IBO-instrument nu nog explicieter op de knelpuntberoepen.

De nieuwe ‘VDAB Ontcijfert’ belicht het succes van de Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO), een stelsel dat via activering van de werkloosheidsuitkering opleiding op de werkvloer aanbiedt. Het is een succesverhaal want driekwart van de werkzoekenden die in een IBO stappen, rondt de opleiding ook af. Hun kans op duurzame tewerkstelling nadien is zeer hoog: 86% blijft ook na de gegarandeerde tewerkstellingsperiode aan de slag. Bovendien haalt dit uitstroomcijfer ook voor de moeilijker bereikbare groepen als laaggeschoolden of allochtonen een hoog niveau. In 2006 begonnen net geen 15.500 werkzoekenden aan een IBO.

Toch zijn er ook enkele nuanceringen te formuleren. Veel deelnemers hebben een sterk arbeidsmarktprofiel: jong, man, met een technische of beroepsgerichte opleiding en nog niet lang op zoek naar een baan. Dit laat vermoeden dat werkgevers het stelsel ook gebruiken als een steuntje in de rug bij de aanwerving van een nieuwe arbeidskracht. Toch bereikt het systeem heel wat werkzoekenden met een laag of zelfs geen diploma. Al gaat het vooral om kortdurig werkzoekenden, dit geeft IBO niet enkel een vormingstaak maar ook een rol in de preventie van langdurige werkloosheid.

De kans om via een IBO aan het werk te blijven is natuurlijk niet bij alle werkzoekenden even groot. De klassiek sterke persoonskenmerken spelen opnieuw in het voordeel: mannen (87%), kortdurig werkzoekenden (87%) en midden- en hooggeschoolden (87% à 90%) hebben een grotere kans om na afloop van de IBO aan het werk te blijven. Van de laaggeschoolden slaagt 84% erin duurzaam aan het werk te blijven. Dat is minder dan gemiddeld, maar voor deze kansengroep met een doorgaans moeizamere uitstroom naar werk, blijft dit een verrassend positief resultaat. Bij de middengeschoolden scoren de beroeps- en technische richtingen beter dan de andere, maar IBO is in zekere mate ook op maat gesneden van werkzoekenden uit het technisch of beroepsonderwijs.

Een vergelijking van de verschillende leeftijdsgroepen leert dat de kans op werk na IBO toeneemt met de leeftijd. Zo hebben de 40-plussers 88% kans om na de gegarandeerde tewerkstellingsperiode aan het werk te blijven. Deze groep staat voor 12% van het aantal IBO’ers in 2006. “Dit resultaat bevesyigt nogmaals dat oudere werkzoekenden zeker niet te snel mogen afgeschreven worden”, benadrukt de VDAB.

Het instrument is vooral populair bij de beroepsgroepen verkoper, administratief bediende, metaalarbeider, metselaar en andere bouwarbeiders. De meeste van deze beroepsgroepen omvatten een of meer knelpuntberoepen, wat van IBO ook in deze optiek een nuttig instrument maakt.

De volledige tekst van deze ‘VDAB ontcijfert’ is te lezen op www.vdab.be/trends/ontcijfert/.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen