< Terug naar overzicht

Is het scholingsbeding juridisch afdwingbaar?

Met een scholingsbeding hoopt een werkgever te vermijden dat een nieuwe werknemer na een dure opleiding zijn verhoogde waarde op de arbeidsmarkt al gauw verzilvert bij een andere werkgever. Maar is zo’n scholingsbeding altijd geldig?

Veel werkgevers laten hun werknemers, al dan niet onmiddellijk na de aanwerving, een opleiding of cursus volgen om de vereiste specialisatie onder de knie te krijgen. Niet zelden zijn zulke opleidingen lang en duur. Bovendien neemt de kans toe dat de werknemer meteen daarna door een andere werkgever weggelokt wordt. Om de werkgever te garanderen dat hij op zijn minst een aantal jaar zal kunnen genieten van zijn investering in de opleiding, wordt er vaak een scholingsbeding gesloten.

1. Wat is een scholingsbeding?


Is een overeenkomst waarbij de werkgever zich verbindt om de kosten van een door een werknemer te volgen opleiding geheel of gedeeltelijk op zich te nemen.
Als tegenprestatie neemt de werknemer de verplichting op zich om de door de werkgever gemaakte opleidingskosten geheel of gedeeltelijk terug te betalen indien hij de onderneming verlaat vooraleer een door de partijen overeengekomen periode verstreken is (meestal drie jaar).


2. Wanneer wordt een scholingsbeding gesloten?


Ofwel bij de indiensttreding, opgenomen in de individuele arbeidsovereenkomst.
Ofwel in een later opgesteld addendum bij de arbeidsovereenkomst.


3. Is een scholingsbeding altijd geldig?

De vraag of het scholingsbeding juridisch kan worden afgedwongen, is niet eenvoudig te beantwoorden. Er bestaat geen expliciete wettelijke regeling. Er kunnen drie strekkingen onderscheiden worden:


de principiële ongeldigheid
de principiële geldigheid
de voorwaardelijke geldigheid


A. Principiële ongeldigheid

In de discussie over de rechtsgeldigheid van het scholingsbeding worden door de rechtspraak en doctrine onrechtstreeks verscheidene wetsartikelen betrokken om de (on)geldigheid te bepleiten:


Een eerste argument dat door de meerderheid van de rechtspraak en een deel van de rechtsleer wordt aangehaald om de geldigheid van het scholingsbeding te verwerpen, is artikel 6 van de Arbeidsovereenkomstenwet dat bepaalt dat alle bedingen die de rechten die de werknemer krachtens de Arbeidsovereenkomstenwet geniet inperken of diens verplichtingen verzwaren, nietig zijn. In de optiek van dit artikel wordt vaak gesteld dat het scholingsbeding dat de betaling van een bijkomende vergoeding oplegt aan de werknemer die de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen, als een verzwaring van de na te leven verplichtingen van de werknemer bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst moet worden aanzien.

Sommigen stellen dat het scholingsbeding strijdig is met artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet dat betrekking heeft op de aansprakelijkheid van de werknemer voor de fouten die hij in de uitvoering van de arbeidsovereenkomst heeft begaan. Meer in het bijzonder wordt in artikel 18 de aansprakelijkheid beperkt tot bedrog, zware fout en gewoonlijk voorkomende lichte fout. Het scholingsbeding zou artikel 18 miskennen, omdat de fout die door de werknemer wordt begaan door het verlaten van de werkgever vóór het einde van de in het scholingsbeding voorziene periode moet worden onderscheiden van de fout die uit de beëindiging van de overeenkomst zelf voortvloeit. In de mate dat het scholingsbeding een ruimere aansprakelijkheid voorschrijft dan degene die in artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet is bepaald, is het volgens die strekking nietig.


B. Voorwaardelijke geldigheid

Een deel van de rechtspraak en rechtsleer dat de geldigheid van het scholingsbeding erkent, stelt een aantal voorwaarden voor de rechtsgeldigheid:


De partijen moeten een geldige toestemming hebben gegeven. De gevestigde rechtspraak eist dat de werknemer in vrije wil heeft toegestemd tot het scholingsbeding. De meest aangewezen manier is dat de werknemer bij indiensttreding akkoord gaat.

Het beding mag enkel de bedoeling hebben de werkelijke kosten te vergoeden en geenszins een beperking beogen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De partijen moeten te allen tijde de vrijheid behouden om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De rechtspraak verwerpt doorgaans de scholingsbedingen die klaarblijkelijk als enige bedoeling hebben het de werknemer (financieel) onmogelijk te maken om de arbeidsovereenkomst stop te zetten. Er wordt ook gesteld dat de terugbetaling degressief moet gebeuren in functie van de duur van het beding, zodat beide partijen een nuttig voordeel kunnen halen uit de opleiding.

De duur van het beding moet beperkt zijn in de tijd. De rechtspraak aanvaardt een termijn tussen één en vijf jaar, in functie van het algemeen principe van de goede trouw bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. In de meeste gevallen strekt het scholingsbeding zich uit over een periode van drie jaar.

Het moet een ernstige en daadwerkelijk scholing zijn. Rechtbanken aanvaarden enkel bedingen die betrekking hebben op specifieke opleidingen.

Tijdens de scholing moet de werknemer zijn normaal loon uitbetaald krijgen en na de opleiding is er een herwaardering van het loon vooropgesteld. De jurisprudentie eist dat de werknemer tijdens zijn scholing gewoon doorbetaald wordt. Eventueel vereist de uitvoering te goeder trouw zelfs dat de werknemer, na de opleiding te hebben doorlopen, een loonsverhoging kan genieten.

De kosten kunnen enkel verhaald worden op de werknemer indien deze zelf ontslag neemt of ontslagen wordt om dringende reden.


4. Wat zegt het Hof van Cassatie?

Het Hof van Cassatie heeft al twee keer uitspraak gedaan omtrent de problematiek van scholingsbedingen, maar de arresten tonen niet duidelijk aan of de scholingsbedingen al dan niet geldig zijn. Als er tot de geldigheid wordt beslist, wordt niet duidelijk wat de voorwaarden zijn.
Uit de arresten blijkt alvast dat het Hof van Cassatie zich niet verzet tegen de geldigheid van het scholingsbeding indien het beding een terugbetaling van de gemaakte opleidingskosten inhoudt en geen forfaitaire schadevergoeding. Veel zal dus afhangen van de wijze waarop het beding door de rechter ten gronde wordt beoordeeld: als een beding met betrekking tot de terugbetaling van onkosten of als een schadebeding.

5. Welke punten bevat een scholingsbeding best?

Uit het voorgaande kan men een aantal tips voor het opstellen van een scholingsbeding distilleren:


Er is nood aan een duidelijke verwijzing naar de gemaakte kosten. Een gedetailleerde omschrijving van de terug te betalen kosten, evenals de berekeningsbasis ervan kan als bijlage aan het scholingsbeding worden toegevoegd.

Het beding moet zo zijn opgesteld, dat het geen uitwerking heeft in geval van ontslag door de werkgever, behalve bij ontslag om dringende redenen.

Een limitering in de tijd van het scholingsbeding is aangewezen om te vermijden dat het beding zou worden aanzien als een verzwaring van het ontslagrecht van de werknemer.

Er moet verwezen worden naar een degressieve terugbetaling van de gemaakte opleidingskosten naargelang de verstreken duur van de periode waarop het scholingsbeding betrekking heeft.


6. Welke garantie biedt een scholingsbeding?

Ondertussen is het duidelijk dat de partijen er nooit zeker van zijn dat het scholingsbeding juridisch effect zal ressorteren. Dit belet evenwel niet dat het nuttig kan zijn om zo’n beding af te sluiten. Ook de werknemer heeft immers geen zekerheid omtrent de geldigheid. Er zal dus in elk geval een afschrikkingseffect van uitgaan en het beding zal de werknemer ertoe aanzetten om twee keer na te denken op het ogenblik dat hij een overstap overweegt.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen