< Terug naar overzicht

Interprofessioneel mini-akkoord

Hoe moeten we de waarde van het nieuwe interprofessioneel akkoord inschatten? Arnout De Koster (VBO) zette op 23 januari 2003 zijn visie uiteen tijdens een PMC-infoavond.

nr2
Arnout De Koster (VBO): “De politiek hield zich zeker niet afzijdig. Van die kant was het onmiddellijk duidelijk dat de index onbespreekbaar was en we van het brugpensioen moesten afblijven.”
Arnout De Koster (VBO)
Hendrik De Schrijver


Toen de Personnel Managers Club (PMC) enkele maanden geleden de avond plande, wist niemand of er in januari 2003 al een interprofessioneel akkoord zou zijn. Vandaar de voorzichtige formulering van het thema: “Een nieuw interprofessioneel akkoord: consensus of ontstemming?” Volgens spreker Arnout De Koster, directeur van het sociaal departement van werkgeverskoepel VBO, werd het akkoord geen van beide. Hij noemt het een mini-akkoord met maxi-goedkeuring en mixi-gevoelens bij alle betrokken partijen.
Het algemeen kader bij de aanvang van de onderhandelingen was niet positief. De Koster: “De politiek hield zich zeker niet afzijdig. Van die kant was het onmiddellijk duidelijk dat de index onbespreekbaar was en we van het brugpensioen moesten afblijven. Door de pre-electorale sfeer speelde men liever defensief. Het economisch klimaat zit niet mee: consumenten- en ondernemersvertrouwen blijven dalen en de faillissementen stijgen. Ook de waarschuwingen van de EU rond vergrijzing en activiteitsgraad konden we niet zomaar naast ons neerleggen. Bovendien waren de vakbonden het zelf niet altijd eens en zaten de werkgevers nog met een wrange nasmaak over de resultaten van vorig akkoord.”
Traditiegetrouw verschenen beide partijen met tegenstrijdige eisenbundels aan de start. Enkele voorbeelden:


Loon en index: de vakbonden willen niet raken aan de koopkracht en de index, ze wensen geen opgelegde loonnorm en een verhoging van het minimumloon. Werkgevers willen de loonvorming wijzigen met een all-in index (een maximumverhoging die men kan toepassen, gelijk hoe de index reëel evolueert).

Flexibiliteit: is voor de vakbonden onbespreekbaar, terwijl de werkgevers meer keuze willen in compensatie van overuren, die makkelijker moeten toegelaten worden, met eveneens een andere regeling voor deeltijdsen.

Brugpensioen: het behoud van het brugpensioen is een breekpunt voor de vakbonden, terwijl de werkgevers juist de Europese eisen willen volgen door onder meer het langer in dienst houden te stimuleren.

Statuut: de standpunten over de gelijkschakeling van arbeiders- en bediendenstatuut liggen mijlenver uit elkaar, met nog eens onderlinge verschillen tussen de vakbonden zelf. Ook bij de voorstellen over tewerkstelling, vorming of tijdskrediet waren er trouwens verschillende standpunten.


Na heel wat pendeldiplomatie kwam er op 12 december 2002 een mini-akkoord tot stand. De Koster: “Om tot een beslissing te komen, vielen er heel wat onderhandelingspunten weg en het is zeker geen groot, allesomvattend akkoord. Daarvoor ontbreekt er een gezamenlijke visie. Buiten de indicatieve loonnorm van 5,4% zijn er veel punten die nog geregeld moeten worden. Alles kan beter, maar vergeten we niet dat alles ook een prijs heeft. Het resultaat heeft zeker een symboolfunctie. Nu volgt nog de juridische omzetting en dan is het aan de sectoren en de ondernemingen om in een hopelijk serener klimaat binnen de uitgestippelde marges de zaken voor de komende twee jaar uit te klaren.”

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen