< Terug naar overzicht

Instrument om opleidingsinvesteringen te registreren

Werkgeversorganisatie VBO heeft een instrument ontwikkeld om de opleidingsinvesteringen van bedrijven te registreren, zodat deze correct ingevuld kunnen worden op de nieuwe sociale balans.

Sinds 1 december 2008 moeten werkgevers uitvoeriger rapporteren over de opleidingen waaraan personeelsleden tijdens het betrokken boekjaar hebben deelgenomen. Behalve de formele, wordt nu ook de informele opleiding in rekening gebracht.
Voor formele opleiding moeten – zoals voorheen – het aantal opgeleide werknemers en het aantal uren vorming genoteerd worden. Voor de kosten volstaat het globale cijfer niet meer. Ze moeten nu expliciet vermeld worden: de brutokosten van de vorming, alle bijdragen aan de collectieve sectorale vormingsfondsen, de bijdrage voor betaald educatief verlof en alle bijdragen voor risicogroepen, alsook de ontvangen subsidies.
In de rubriek voor minder formele en informele vorming komt alle georganiseerde training ‘on the job’, net als peterschap, coaching, deelname aan vormings- en kwaliteitskringen, studiebezoeken, lezingen, beurzen,…
Ook de initiële vorming, de opleiding die wordt gegeven aan jongeren die alternerend werken en leren, wordt nu in de sociale balans opgenomen.

Controle-instrument


Het nauwkeurig invullen van deze vernieuwde en uitgebreide rubriek vergt een serieus registratiesysteem. Maar het is wel uitermate belangrijk dat de bedrijven het doen: zo wordt de nieuwe sociale balans een controle-instrument om na te gaan of de globaal vooropgestelde opleidingsinspanning (1,9 procent van de loonmassa) wordt bereikt.
Wordt deze doelstelling niet gehaald, dan start een sanctioneringmechanisme dat sinds dit jaar tot de heffing van een nieuwe werkgeversbijdrage van 0,05 procent van de loonmassa kan leiden (te betalen aan het fonds voor betaald educatief verlof).

Sociale balans onvoldoende ingevuld


Het VBO weet dat volgens de laatste sociale balansen (2007) de ondernemingen gemiddeld slechts 1,1 procent halen in plaats van de vooropgestelde 1,9 procent. “Maar met slechts zeven procent van de ondernemingen die deze rubriek invullen, levert deze indicator geen correct beeld van de reële opleidingsinspanningen van de Belgische bedrijven”, argumenteert het VBO.
De werkgeversorganisatie geeft aan dat dit leidt tot een onderschatting. Uit de Europese Continuing Vocational Training Survey zou bijvoorbeeld blijken dat de Belgische ondernemingen 1,6 procent van hun loonsom aan opleiding besteden en daarmee het Europese gemiddelde behalen. Voor wat de deelname aan opleiding betreft, zou België met vier op tien werknemers die jaarlijks een opleiding volgen, zelfs tot de top zes van Europa behoren.

Registreren om boete te vermijden


Het VBO ontwikkelde een registratie-instrument om de bedrijven te helpen hun opleidingsinspanningen beter in kaart te brengen. In een roadshow werd het instrument voorgesteld en afgetoetst bij 500 vertegenwoordigers van bedrijven, sectorfederaties en sociale secretariaten.
“We hopen dat deze sensibiliseringscampagne ertoe bij zal dragen dat voortaan meer bedrijven hun opleidingsgegevens invullen en dat zo beter aangetoond wordt dat onze bedrijven wel degelijk investeren in opleiding”, aldus Pieter Timmermans (directeur-generaal VBO).

U vindt het gratis registratie-instrument op de site van het VBO. Ga naar www.vbo.be, ‘dossiers’, ‘arbeidszaken en sociale zekerheid’. Of via deze rechtstreekse link.

Bron: VBO, KMOPME Magazine

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen