< Terug naar overzicht

Hoeveel verdienen de Belgen? (En hoe valt de vergelijking uit voor u?)

In welke sector worden de hoogste lonen uitbetaald? Met welke beroepen kan er veel geld verdiend worden? Wat is de impact van de plaats van tewerkstelling op het salaris? En welke werknemers hebben hun loon sinds 1999 het sterkst zien toenemen? Die antwoorden vinden we in de nieuwe loonenquête van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de federale overheidsdienst Economie. Verdient u zelf trouwens genoeg, in vergelijking met uw diploma, functie en sector?

De volgende conclusies springen alvast in het oog:

- 10 procent van alle werknemers verdient maximaal 1911 euro bruto per maand.
- 10 procent van alle werknemers verdient minstens 4303 euro bruto per maand.
- 50 procent van de werknemers verdient minder dan 2595 euro bruto per maand.
- Bedrijfsleiders verdienen het hoogste loon, terwijl het gemiddeld salaris het laagste ligt bij het horecapersoneel.
- Sinds 1999 hebben kaderleden hun loon procentueel het sterkst zien toenemen.
- De petrochemische nijverheid is de best betalende sector, terwijl de lonen het laagst liggen bij hotels, restaurants en drankgelegenheden. In deze laatste sector zijn de lonen sinds 1999 procentueel wel het sterkst toegenomen.
- Brussel is het arrondissement waar de hoogste lonen worden uitbetaald, terwijl werkgevers in het arrondissement Dinant gemiddeld het minst betalen.
- Werknemers in het arrondissement Oostende zagen hun loon sinds 1999 procentueel het sterkst toenemen, terwijl deze stijging het kleinst was in het arrondissement Neufchâteau.

Opmerking 1: als er in deze studie over ‘loon’ gepraat wordt, gaat het steeds om het bruto maandloon. Dit loonconcept bevat de periodieke premies die iedere betalingsperiode worden uitbetaald. Premies voor nacht- of weekendwerk zijn hier voorbeelden van. Premies die slechts op uitzonderlijke basis worden uitgekeerd, zoals een dertiende maand of het dubbel vakantiegeld, werden uit het gehanteerde concept geweerd.

Opmerking 2: bovendien is de analyse beperkt tot de voltijds tewerkgestelde loontrekkenden die werkzaam zijn in ondernemingen met minstens tien werknemers. Bepaalde sectoren, met name de landbouw, de visserij, het openbaar bestuur, het onderwijs, de gezondheidszorg en de overige publieke diensten werden niet opgenomen in deze studie.

Opmerking 3: de referentieperiode voor alle gegevens is oktober 2008.

Tien procent van de werknemers verdient meer dan 4303 euro bruto per maand


In 2008 bedroeg het gemiddeld bruto maandloon van een voltijds tewerkgestelde loontrekkende 2936 euro.

Het mediaanloon lag met 2595 euro beduidend onder dit gemiddelde, wat aantoont dat de lagere lonen sterk geconcentreerd zijn, terwijl de hogere lonen een grotere spreiding vertonen.

De sterkere concentratie van de lagere lonen kan deels verklaard worden doordat de minimumlonen wettelijk vastgelegd en dus begrensd zijn, terwijl er voor de hoogste lonen geen wettelijk plafond geldt.

Tien procent van de werknemers verdient op maandbasis maximaal 1911 euro, terwijl 20 procent van de loontrekkenden mogen rekenen op maximaal 2.106 euro. Daar 2595 euro de mediaanwaarde is, ontvangt 50 procent van de werknemers een lager loon, terwijl de andere helft een hoger salaris in de wacht sleept.

De 10 procent werknemers die het meest verdienen, ontvangen van hun werkgever minstens 4303 euro per maand.

Het overzicht:
10 procent verdient bruto maximaal 1911 euro.
20 procent verdient bruto maximaal 2106 euro.
30 procent verdient bruto maximaal 2275 euro.
40 procent verdient bruto maximaal 2426 euro.
50 procent verdient bruto maximaal 2595 euro.
60 procent verdient bruto maximaal 2796 euro.
70 procent verdient bruto maximaal 3066 euro.
80 procent verdient bruto maximaal 3495 euro.
90 procent verdient bruto maximaal 4303 euro.

Bedrijfsleiders verdienen 168 procent meer dan het nationaal gemiddelde


De functie die men uitoefent beïnvloedt in grote mate het loon dat men als werknemer ontvangt. Het dragen van een grote verantwoordelijkheid of het uitoefenen van een complexe functie leveren op het einde van de maand een hoger loonbriefje op.

De 10 best betalende beroepen (gemiddeld bruto maandloon / procent boven het nationaal gemiddelde):
1 Bedrijfsleiders 7870 euro 168,04 procent
2 Kaderleden 5892 euro 100,68 procent
3 Wiskundigen en statistici 4634 euro 57,83 procent
4 Natuurkundigen en scheikundigen 4358 euro 48,43 procent
5 Accountmanagers, consultants en overige vergelijkbare functies 4277 euro 45,67 procent
6 Architecten en ingenieurs 4152 euro 41,42 procent
7 Juristen 4149 euro 41,31 procent
8 Psychologen, tolken, economen en overige specialisten in de menswetenschappen 4137 euro 40,91 procent
9 Specialisten in de biowetenschappen 4008 euro 36,51 procent
10 Informaticaspecialisten 3906 euro 33,04 procent

De 10 minst betalende beroepen (gemiddeld bruto maandloon / procent onder het nationaal gemiddelde):
1 Personeel in de horeca 1975 euro 32,73 procent
2 Gezinshelpers en schoonmakers 2047 euro 30,28 procent
3 Ambachtslieden en arbeiders in de leder- en huidbewerking en in de schoenmakerij 2126 euro 27,59 procent
4 Vuilnisophalers 2149 euro 26,81 procent
5 Gebouwpersoneel en ruitenwassers 2175 euro 25,92 procent
6 Arbeiders in het hout-, textiel- en lederambacht 2180 euro 25,75 procent
7 Pottenbakkers en glasblazers 2191 euro 25,37 procent
8 Ambachtslieden en arbeiders in de textielbewerking en de kleding 2193 euro 25,31 procent
9 Bestuurders van machines voor houtbewerking 2223 euro 24,28 procent
10 Verkopers en winkeldemonstrateurs 2236 euro 23,84 procent

Nationaal gemiddelde: 2936 euro


Met een gemiddeld bruto maandloon van 7870 euro oefenen bedrijfsleiders de best betaalde functie uit. Hun salaris ligt 168 procent boven het nationaal gemiddelde, dat in 2008 2936 euro bedroeg.

Ook kaderleden ontvangen maandelijks een omvangrijk loon, daar hun loonbriefje dubbel zo groot is als het bedrag dat de gemiddelde werknemer ontvangt.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich het horecapersoneel. In ruil voor een maand arbeid ontvangen deze werknemers immers een loon van 1975 euro, een bedrag dat 33 procent onder het nationaal gemiddelde ligt. Om hetzelfde maandloon te ontvangen als een bedrijfsleider, moeten deze werknemers gedurende vier maanden werken. Ook gezinshelpers en schoonmakers ontvangen een loon dat 30 procent lager ligt dan het nationaal gemiddelde.

De petrochemische nijverheid betaalt de hoogste lonen uit


Naast het beroep dat men uitoefent, wordt de omvang van het loon eveneens beïnvloed door de sector waar men werkt.

De 10 best betalende sectoren (gemiddeld bruto maandloon / procent boven het nationaal gemiddelde)
1 Petrochemische nijverheid 4530 euro 54,29 procent
2 Onderzoek en ontwikkeling 3871 euro 31,85 procent
3 Chemische nijverheid 3811 euro 29,80 procent
4 Ondersteunende activiteiten i.v.m. financiële instellingen en het verzekeringswezen 3782 euro 28,81 procent
5 Financiële instellingen 3766 euro 28,27 procent
6 Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en warm water 3764 euro 28,20 procent
7 Vervaardiging van audio-, video- en telecommunicatie–apparatuur 3665 euro 24,83 procent
8 Activiteiten i.v.m. computers 3657 euro 24,56 procent
9 Luchtvaart 3657 euro 24,56 procent
10 Verzekeringswezen en pensioenfondsen 3583 euro 22,04 procent

De 10 minst betalende sectoren (gemiddeld bruto maandloon / procent onder het nationaal gemiddelde)
1 Hotels, restaurants en drankgelegenheden 2129 euro 27,47 procent
2 Detailhandel 2285 euro 22,17 procent
3 Vervaardiging van meubels 2300 euro 21,66 procent
4 Recyclagesector 2317 euro 21,08 procent
5 Houtindustrie 2372 euro 19,21 procent
6 Vervaardiging van kleding en bontnijverheid 2454 euro 16,42 procent
7 Vervaardiging van textiel 2518 euro 14,24 procent
8 Bouwnijverheid 2602 euro 11,38 procent
9 Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken 2621 euro 10,73 procent
10 Leernijverheid en vervaardiging van schoeisel 2626 euro 10,56 procent

Nationaal gemiddelde: 2936 euro

Met een bedrag van 4530 euro is de petrochemische nijverheid de best betalende tak van de economie. Een werknemer verdient in deze sector immers 54 procent meer dan het nationaal gemiddelde. Onderzoek en ontwikkeling en de chemische nijverheid vervolledigen de top drie van de beste betalers.
De laagste lonen worden uitbetaald in de hotels, restaurants en drankgelegenheden, waar het salaris 27 procent onder het nationaal gemiddelde ligt en slechts de helft bedraagt van het maandloon dat in de petrochemische nijverheid wordt uitbetaald. Ook in de detailhandel, de vervaardiging van meubels en de recyclagesector liggen de lonen 20 procent onder het nationaal gemiddelde.

Kaderleden, bedrijfsleiders en het horecapersoneel kenden sinds 1999 de sterkste loonstijging


De Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie organiseert sinds 1999 een jaarlijkse loonenquête. Bijgevolg is het mogelijk om de recentste resultaten te vergelijkingen met de cijfers die we vanaf 1999 hebben verzameld. Op die manier krijgen we een correct beeld van de sectoren en beroepen waar de loonevolutie afwijkt van het nationaal gemiddelde.

De vijf beroepen met de sterkste loonstijging (procent toename in de periode 1999–2008)
1 Kaderleden 38,15 procent
2 Bedrijfsleiders 36,25 procent
3 Personeel in de horeca 35,93 procent
4 Specialisten in de biowetenschappen 35,73 procent
5 Arbeiders in het hout-, textiel- en lederambacht 35,49 procent

De vijf beroepen met de kleinste loonstijging (procent toename in de periode 1999–2008)
1 Bestuurders van uitrustingen voor metaalbewerking 23,45 procent
2 Bestuurders van uitrustingen voor chemicaliënbewerking 23,71 procent
3 Ongeschoolde arbeiders in het transport, laders, lossers en magazijnarbeiders 24,80 procent
4 Archivarissen, bibliothecarissen en documentalisten 25,27 procent
5 Bestuurders van uitrustingen voor mijnbouw en de winning van delfstoffen 25,34 procent

Nationaal gemiddelde: 31,19 procent

Bedrijfsleiders en kaderleden ontvangen niet enkel de hoogste maandlonen, ze zagen sinds 1999 hun loon procentueel ook het sterkst toenemen. Zo lag deze toename bij de kaderleden maar liefst 7 procent boven het nationaal gemiddelde. Ook het horecapersoneel kende een sterke loonstijging. In vergelijking met 1999 is het verschil met het nationaal gemiddelde namelijk met 4,5 procent afgenomen.
Bij de lijst van beroepen met de kleinste loonstijging, valt op dat fabrieksarbeiders aan vaste installaties sterk vertegenwoordigd zijn. Arbeiders die uitrustingen voor metaalbewerking besturen, hebben hun loon sinds 1999 slechts met 23 procent zien toenemen.

Een vergelijkbare analyse kan ook uitgevoerd worden op het niveau van de sectoren.

De vijf sectoren met de sterkste loonstijging (procent toename in de periode 1999–2008)
1 Hotels, restaurants en drankgelegenheden 39,82 procent
2 Vervaardiging van kleding en bontnijverheid 38,96 procent
3 Recyclagesector 37,18 procent
4 Detailhandel 37,15 procent
5 Verhuur van machines en werktuigen zonder bedieningspersoneel 36,94 procent

De vijf sectoren met de kleinste loonstijging (procent toename in de periode 1999–2008)
1 Vervaardiging van tabaksproducten 23,44 procent
2 Vervoer over water 25,07 procent
3 Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en warm water 25,51 procent
4 Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken 26,68 procent
5 Vervaardiging van audio-, video- en telecommunicatie–apparatuur 27,43 procent

Nationaal gemiddelde: 31,19 procent.

De sterkste relatieve loonstijging is weggelegd voor het personeel van hotels, restaurants en
drankgelegenheden. Werkgevers actief in deze sector betalen hun werknemers een loon dat bijna 40 procent hoger ligt in vergelijking met het salaris dat in 1999 werd uitbetaald. Werknemers die tabaksproducten vervaardigen zagen hun loon het minst toenemen. Toch valt vooral de vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken op in deze lijst. Deze sector gaat immers in tegen de trend dat sectoren met een laag gemiddeld loon een sterke procentuele loonstijging kennen.

Pendelen naar Brussel loont


Niet enkel het uitgeoefende beroep of de sector waar men is tewerkgesteld beïnvloeden het loon. Ook de plaats waar men werkt maakt immers een verschil.

De 5 arrondissementen met de hoogste gemiddelde lonen (gemiddeld bruto maandloon / procent boven het nationaal gemiddelde)
1 Brussel Hoofdstad 3381 euro 15,16 procent
2 Nijvel 3065 euro 4,39 procent
3 Halle–Vilvoorde 3054 euro 4,02 procent
4 Antwerpen 3035 euro 3,37 procent
5 Leuven 3026 euro 3,07 procent

De 5 arrondissementen met de laagste gemiddelde lonen (gemiddeld bruto maandloon / procent onder het nationaal gemiddelde)
1 Dinant 2247 euro 23,47 procent
2 Veurne 2328 euro 20,71 procent
3 Marche-en-Famenne 2349 euro 19,99 procent
4 Bastenaken 2395 euro 18,43 procent
5 Philippeville 2402 euro 18,19 procent

Nationaal gemiddelde: 2936 euro.

Brussel Hoofdstad is met stip het arrondissement waar de hoogste lonen worden uitbetaald. Met een gemiddeld bruto maandloon van 3381 euro verdient een werknemer in Brussel 15 procent meer dan het nationaal gemiddelde.

Ook de werkgevers die gevestigd zijn in de arrondissementen rond Brussel of op de as
Antwerpen-Brussel betalen beter dan gemiddeld.

Vanuit financieel oogpunt is het arrondissement Dinant het minst interessant om er te werken, omdat het salaris er 23 procent onder het nationaal gemiddelde ligt. Veurne is het Vlaamse arrondissement met de laagste gemiddelde lonen.

Net zoals bij de beroepen en de sectoren, kan ook voor de plaats van tewerkstelling een vergelijking over de jaren gemaakt worden.

De vijf arrondissementen met de sterkste loonstijging (procent toename in de periode 1999-2008)
1 Oostende 38,64 procent
2 Diksmuide 37,32 procent
3 Tielt 36,62 procent
4 Eeklo 36,26 procent
5 Kortrijk 35,46 procent

De vijf arrondissementen met de kleinste loonstijging (procent toename in de periode 1999–2008)
1 Neufchâteau 23,16 procent
2 Antwerpen 23,78 procent
3 Virton 24,65 procent
4 Dinant 25,39 procent
5 Aarlen 26,05 procent

Nationaal gemiddelde: 31,19 procent.

Loontrekkenden werkzaam in het arrondissement Oostende hebben hun loon procentueel het sterkst zien toenemen. De provincie West-Vlaanderen telt met Diksmuide, Tielt en Kortrijk overigens nog drie andere arrondissementen in deze lijst. Brussel Hoofdstad kende de zevende sterkste loonstijging, terwijl Ath binnen het Waals Gewest de grootste stijging laat optekenen.

Het arrondissement Neufchâteau kent met 23 procent de kleinste loonstijging sinds 1999. Met Virton en Aarlen telt de provincie Luxemburg overigens nog twee andere arrondissementen in deze beknopte lijst.

De gemiddelde lonen in het arrondissement Antwerpen liggen duidelijk boven het nationaal gemiddelde, maar de procentuele toename sinds 1999 ligt 7 procent onder de algemene trend.

Bron: FOD Economie – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen