< Terug naar overzicht

Hoe een bedrijfswagen omzetten in een mobiliteitsbudget?

De federale overheid legt het u graag uit. De ministers van Werk, Financiën en Sociale Zaken lanceerden een website die alle vragen beantwoordt van werknemers en werkgevers over het mobiliteitsbudget.

Sinds 1 maart is het mobiliteitsbudget in uitvoering. Via de website mobiliteitsbudget.be krijgen werknemers een overzicht van alle opties die ze hebben met hun budget. Die opties gaan van het aanschaffen van een milieuvriendelijke bedrijfswagen, een elektrische fiets of een treinabonnement, tot het betalen van een deel van de huur van hun huis of appartement als ze dichtbij hun werk wonen. De website bevat antwoorden op de meest voorkomende vragen die werknemers en werkgevers over het mobiliteitsbudget hebben. De informatie op de website zal bovendien mee evolueren met verdere aanpassingen of uitbreidingen van het mobiliteitsbudget.

Opties

Werknemers die hun bedrijfswagen inruilen, krijgen een mobiliteitsbudget ter beschikking. Het mobiliteitsbudget is ook toegankelijk voor werknemers die geen bedrijfswagen hebben, maar er wel voor in aanmerking komen. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat nieuwe werknemers, denk bijvoorbeeld aan startende jongeren, onmiddellijk kunnen kiezen voor het mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget komt er op uitdrukkelijke vraag van de sociale partners.
Hoeveel dat mobiliteitsbudget bedraagt, wordt bepaald op basis van de reële kost van hun vroegere bedrijfswagen. Dit betekent dat iemand die verder van zijn werk woont, een hoger budget zal krijgen dan iemand die dichter woont (omwille van hoger brandstofverbruik, meer onderhoud enz.). Wie verder woont, heeft nu eenmaal hogere vervoerkosten.

Een werknemer kan zijn mobiliteitsbudget besteden in drie pijlers:

Pijler 1: een milieuvriendelijkere wagen

Pijler 2: duurzame vervoermiddelen en -diensten

  • Zachte mobiliteit: aankoop, onderhoud en verplichte uitrusting van alle soorten (elektrische) fietsen, bromfietsen, steps, monowheels enz. die niet sneller kunnen rijden dan 45 km, alsook elektrische motorfietsen.
  • Openbaar vervoer: zowel abonnementen als afzonderlijke tickets. Abonnementen moeten betrekking hebben op het woon-werkverkeer. Ook waterbussen komen in aanmerking. Individuele tickets kunnen ook voor anderen worden aangekocht, zoals voor gezinsleden. Op die manier biedt het mobiliteitsbudget ook een alternatief voor het gebruik van bedrijfswagens voor bijvoorbeeld gezinsuitstappen, zelfs naar het buitenland.
  • Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer zoals kantoorbussen.
  • Deeloplossingen: deelfietsen, deelauto’s, deelscooters, carpooling, taxi’s enz.

Pijler 3: restsaldo in loon.

De eerste pijler wordt fiscaal op dezelfde manier behandeld als een bedrijfswagen vandaag. De tweede pijler is volledig vrijgesteld van sociale en fiscale lasten, zowel voor de werknemer als de werkgever.

Het mobiliteitsbudget wordt berekend op jaarbasis. Als het budget op het einde van het jaar niet volledig is opgebruikt, ontvangt de werknemer het restsaldo in loon. Dat saldo is vrijgesteld van personenbelasting, maar er moeten wel sociale zekerheidsbijdragen (de normale 25% werkgeversbijdrage + 13,07% werknemersbijdrage) op betaald worden. Daardoor zal het saldo – in tegenstelling tot bij het systeem van cash for car – bijdragen aan de opbouw van pensioenrechten en andere sociale rechten.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen