< Terug naar overzicht

Groeibedrijven blijven motor van de Belgische economie

Hoewel ze een kleine minderheid van alle Belgische bedrijven met minstens 10 werknemers uitmaken, drukken snelgroeiende bedrijven hun stempel op zowel de Belgische tewerkstelling als de economische groei.

Dat blijkt uit jaarlijks onderzoek van professor Hans Crijns en onderzoeker Yannick Dillen naar de evolutie en kenmerken van Belgische groeibedrijven. Het onderzoek gaat uit van het Impulscentrum ‘Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen’ aan de Vlerick Business School, en loopt in samenwerking met EY en KBC.

Van in totaal 22.442 Belgische ondernemingen met minstens 10 werknemers zijn er 744 bedrijven – of 3,16 procent – die beantwoorden aan het profiel van 'snelle groeier' wat betreft tewerkstelling. Van alle jobs die in de periode 2013-2016 gecreëerd werden door Belgische bedrijven met minstens 10 werknemers, was bijna 85 procent voor rekening van de snelle groeiers. Dat vertaalt zich in de creatie van 70.967 nieuwe jobs, wat neerkomt op een gemiddelde van 95 extra jobs per groeibedrijf.

Wanneer we kijken naar toegevoegde waarde, zijn er 1532 bedrijven – of 6,83 procent – die snel groeien. Het hoogste cijfer ooit sinds de start van dit onderzoek. Samen zijn ze verantwoordelijk voor 48 procent van de totale stijging in toegevoegde waarde die gerealiseerd werd door alle Belgische bedrijven met minstens 10 werknemers. Tijdens de periode 2013-2016 genereerden ze 11,3 miljard euro toegevoegde waarde, met een gemiddelde toegevoegde waarde van 7,38 miljoen euro per groeibedrijf.

Snelgroeiende bedrijven worden in dit onderzoek gedefinieerd als bedrijven met minstens 10 werknemers die over een periode van drie jaar een toename van meer dan 20 procent per jaar kennen op het vlak van tewerkstelling of op het vlak van toegevoegde waarde. Ze hebben daardoor een belangrijke impact op zowel jobcreatie en tewerkstelling, als op de groei van het BBP. De meest recente cijfers refereren naar de periode 2013-2016.

Wie zijn ze?

  • Snelgroeiende bedrijven vinden we vooral terug in de dienstensector en meer specifiek in de kennisindustrie (IT, communicatie, wetenschap, techniek en administratie). Sectoren als groothandel, retail, bouw en productie zijn ondervertegenwoordigd.
  • Geografisch vinden we ze vooral terug in de provincie Antwerpen. In Henegouwen en Luik zijn amper snelgroeiende bedrijven gevestigd. De absolute hotspot is echter het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: hier vinden we 16,5 procent van de groeiers op het vlak van tewerkstelling en 14 procent van de groeiers op het vlak van toegevoegde waarde terug.
  • Bij het begin van hun groeiperiode zijn ze minder rendabel in vergelijking met andere bedrijven met minstens 10 werknemers. Na drie jaar zijn ze echter meer rendabel. Snelle groei gaat dus hand in hand met een toename van de winst.
  • Het gaat om vrij mature bedrijven met gemiddeld 60 werknemers bij het begin van hun groeiperiode en 108 werknemers op het einde van de drie jaar.

De stem van de ondernemer

De resultaten worden voor het eerst ook aangevuld met een bevraging bij de CEO’s van 109 groeibedrijven.

Wat stimuleert hun groei?

  • 36 procent van de bedrijven kiest voor een strategie van productontwikkeling (verkoop van nieuwe producten / diensten in een bestaande markt).
  • Wanneer gevraagd naar specifieke acties om de omzet te verhogen, opteert 67 procent van de bevraagden voor de introductie van nieuwe producten / diensten, 40 procent zet in op marketing en 40 procent focust op partnerships met andere bedrijven.
  • Bij 60 procent van de bedrijven is de groei intern, 40 procent groeit via een overname.

Wat remt de groei?

  • De grootste hindernis voor verdere groei is het aantrekken van de juiste talenten: 76 procent geeft aan dat ze moeite hebben met het invullen van vacatures. Het gaat daarbij vooral om technische profielen zoals ingenieurs en projectleiders.
  • Een mogelijk gevolg daarvan is dat ook een gebrekkige interne structuur (22 procent) en het gebrek aan managementcapaciteiten (23 procent) een rem op de groei zijn.
  • Tegen de verwachtingen in, is financiering niet echt een probleem: 7 op de 10 CEO’s geeft aan voldoende toegang te hebben tot kapitaal.

Wat moet de overheid doen om groei te stimuleren?

  • Meer flexibele arbeidsmarkt (76 procent).
  • Minder regelgeving en wetgeving (65 procent).
  • Lagere belastingtarieven (59 procent).

Hoe internationaal zijn onze groeibedrijven?

  • 78 procent van de groeibedrijven realiseert omzet buiten België en 3 op de 10 haalt meer dan 60 procent van zijn inkomsten uit het buitenland.
  • 1 op de 5 exporteert slechts tussen de 1 procent en 10 procent en evenveel bedrijven exporteren helemaal niet.
  • Echter: 51 procent van de bedrijven verkoopt niet buiten Europa.

Hoe digitaal voorop zijn onze groeibedrijven?

  • 63 procent van de bedrijven maakt geen gebruik van online-saleskanalen.
  • 96 procent van de bedrijven verkoopt minder dan 10 procent online.

Bron: Vlerick (vlerick.com)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen