< Terug naar overzicht

Globalisering en kwaliteit van de arbeid

De verscheidene reorganisaties van de grote automobielbedrijven actief in ons land, zijn het voorbeeld van economische globalisering en snelle technologische veranderingen. Hoe kunnen we deze veranderingen beter begrijpen? En wat is de impact van deze veranderingen op werknemers?

Het Works-project (Work Organisation and Restructuring in the Knowledge Society), gefinancierd binnen het Zesde Kaderprogramma van de EU, bracht zeventien onderzoeksinstellingen uit dertien Europese lidstaten samen om deze evoluties te onderzoeken. Het HIVA coördineert het project.
Centraal in het WORKS-project staat de manier waarop bedrijven herstructureren door activiteiten uit te besteden naar andere bedrijven of ze te verplaatsen naar andere regio’s of landen.
Hoewel het onderzoek plaatsvond vóór de huidige crisis, leert het ons hoe bedrijven omgaan met dergelijke ingrijpende veranderingen, wat ze betekenen voor de werknemers: de flexibiliteit die van hen wordt verwacht, de competenties die ze nodig hebben, de kwaliteit van hun werk.

Een greep uit de belangrijkste vaststellingen:

  • 1. Het onderzoek toont dat uitbesteding en delokalisering van activiteiten niet alleen plaatsgrijpen in de industriële sectoren maar ook in de diensten, inbegrepen de publieke diensten. Voorts wordt niet alleen traditionele productie geherstructureerd, maar ook, bijvoorbeeld, logistieke diensten, onderzoek en ontwikkeling, klantendiensten, ICT enz. Bedrijven besteden echter niet alleen uit, soms worden activiteiten juist in huis genomen, bijvoorbeeld om meer controle te verwerven op de globale meerwaardeketen, zoals werd vastgesteld in de confectie.


  • 2. Verschillen in de arbeidsregulering tussen landen, regio’s, sectoren en bedrijven spelen wel degelijk een rol in de beslissingen die bedrijven nemen om zich te reorganiseren. Dergelijke reorganisaties hebben op hun beurt een diepe impact op de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden en leiden tot grotere verschillen tussen werknemersgroepen.


  • 3. In de sector van de IT, bijvoorbeeld, worden werknemers die voorheen werkzaam waren onder gelijke arbeidsvoorwaarden een ‘gefragmenteerde’ werknemersgroep met erg verschillende arbeidsvoorwaarden naargelang van de werkgever waarbij men terechtkomt. In klantendiensten werken werknemers, die voorheen behoorden tot de publieke sector, onder andere en doorgaans meer precaire arbeidsvoorwaarden dan voor deze activiteiten werden uitbesteed. Productieactiviteiten die worden gedelokaliseerd, vinden we elders terug onder meer precaire statuten, in meer gestandaardiseerde jobs en voor lagere lonen.


  • 4. In alle sectoren en activiteiten volgen veranderingen zich in een steeds sneller tempo op: producten worden sneller vernieuwd, levertermijnen worden korter, resultaten moeten sneller worden gehaald, het arbeidstempo gaat omhoog. Maar ook overnames, fusies en herstructureringen volgen elkaar op. Dit heeft voor gevolg dat werknemers onder druk komen te staan: ze moeten met deze snelle en vaak ingrijpende veranderingen leren omgaan.


  • 5. De nieuwe competenties die van werknemers worden verwacht, betreffen echter vaak niet de professionele vaardigheden die de kern uitmaken van hun beroep en zo hun positie op de arbeidsmarkt zouden kunnen versterken. Het gaat veeleer over de capaciteiten om snel allerlei nieuwe informatie te kunnen verwerken, over sociale en communicatieve vaardigheden, over de flexibiliteit om om te gaan met verschillende soorten klanten en dies meer. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dan ook dat de geobserveerde toename van vereiste competenties zeer nauw samenhangt met een intensifiëring van het werk.


  • 6. Analyse van de Europese Enquête naar de Arbeidsomstandigheden toont anderzijds dat gemiddeld in de EU-15, arbeidsplaatsen eenvoudiger en meer routine geworden zijn tussen 1995 en 2005: werknemers hebben minder mogelijkheden om hun taakvolgorde en werkmethode te kiezen, hun werk laat hen minder toe om onverwachte problemen op te lossen en biedt minder leermogelijkheden. Ook is het werk in de EU-15 intensiever geworden ten gevolge van automatisering of opgelegde productiedoelstellingen. Het wekt dan ook weinig verwondering dat in andere enquêtes wordt vastgesteld dat een groot aandeel van werknemers in Europa zich overgekwalificeerd voelt voor het werk dat men moet uitvoeren. Dit is bij uitstek het geval voor werknemers met tijdelijk werk.


  • 7. De gelijktijdige evolutie van minder autonomie op de werkplek en toegenomen eisen inzake het aanpassingsvermogen van werknemers baart de onderzoekers zorgen. Hoe kan de ‘employability’ van werknemers worden verbeterd wanneer het werk juist eenvoudiger wordt, men harder moet werken en de flexibiliteit dreigt toe te nemen? Inspanningen voor meer vorming en opleiding zijn belangrijk, maar even belangrijk is het om de kwaliteit van de arbeid van de werknemers te verbeteren. Dit is tenslotte een evenwaardige Lissabon-doelstelling: niet enkel méér maar ook betere jobs. Het WORKS-project toont dat hier nog veel werk aan de winkel is.


  • Bron: HIVA

    Geef als eerste een reactie

    Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
    < Terug naar overzicht

    U zoekt, u vindt !

    HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

    Word nu lid !
    Geniet van de voordelen