< Terug naar overzicht

Gezondere voeding aanbieden is ook lonend voor de werkgever

Uit een onderzoek naar de gezondheidsbeleving op de werkvloer blijkt dat werkgevers hun medewerkers wel degelijk kunnen helpen de werkdag gezonder door te komen. Het bedrijf zou daarvan trouwens zelf heel wat voordelen plukken.

Het onafhankelijke onderzoeksbureau 365ANALYTICS peilde op vraag van verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd Life 1000 actieve Belgen (tussen 18 en 65 jaar) naar hun persoonlijke gezondheidssituatie, naar hun visie op gezondheidsbevorderende initiatieven en naar de rol die hun werkgever hier vandaag in speelt en morgen zou mogen spelen.

Gewichtsproblemen

Een ongezond eetpatroon, een sedentaire levensstijl, te weinig beweging, stress,... Het zijn vaak gehoorde klachten in België. Zo blijkt onder meer uit cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie dat België tegen 2030 afstevent op een bevolking van wie 89 procent van de vrouwen zal kampen met overgewicht. Dat we ‘goed’ op weg zijn naar dit percentage, bewijzen ook de cijfers uit het ‘Nationaal Gezonderzoek’. Maar liefst de helft (49 procent) van de respondenten kampt vandaag al met overgewicht of is zwaarlijvig. Slechts 42 procent voelt zich gezond en slechts een derde zegt een gezonde levensstijl te hebben. Logischerwijs voelt slechts 45 procent van de Belgische werknemers zich goed in zijn vel.

Op de vraag of men over het algemeen gelukkig is, antwoordt 46 procent van de bevraagden positief. Een cijfer dat sinds 2012 – mits een kleine schommeling – op hetzelfde niveau blijft  zweven. De cijfers tonen dan weer wel dat Belgen met ondergewicht en Belgen met zwaarlijvigheid zich iets minder gelukkig voelen dan Belgen met een normaal gewicht.

Gezonde levensstijl is te lastig en te duur

Voldoende in beweging blijven, werken aan de mentale gezondheid en er een gezond eetpatroon op nahouden zijn de evidente verbeterpaden. Maar volgens de Belg is een gezonde levensstijl duur (51 procent), neemt die veel tijd in beslag (44 procent) en vraagt die een grote inspanning (52 procent). Een nefast denkpatroon van een actieve bevolking, van wie 70 procent zegt een ongezonde levensstijl te hebben en 58 procent aangeeft zich maar matig tot ronduit ongezond te voelen.

Het goede nieuws is dat er heel wat verbetering mogelijk is op verschillende terreinen. De aanzet kan gegeven worden door het onderwijs en de overheid via een degelijk preventiebeleid, maar ook door de werkgevers. De gemiddelde werknemer zit dagelijks de helft van zijn tijd op het werk. Dat staat gelijk aan een periode van 8 uur potentiële gezondheidsbevordering. Bijvoorbeeld door gezonde voeding goedkoper en aantrekkelijk te maken en ervoor te zorgen dat het even makkelijk te verkrijgen is als ongezonde voeding.

Talloze voordelen

Inzetten op gezondheidsbevordering heeft niet enkel voordelen voor de werknemer (die zich gelukkiger gaat voelen) en de maatschappij (dalende gezondheidskosten), maar ook voor het bedrijf zelf. Lieven Annemans, gezondheidseconoom aan de Universiteit Gent: “Onderzoek toont aan dat het BMI van werknemers tot 5 procent daalt wanneer ze werken in een professionele omgeving waar de werkgever actief aan de slag gaat met gezonde voeding. Hierdoor kan het aantal werknemers met een gezond voedingspatroon met 50 procent stijgen.”

Dat heeft zowel op korte als op lange termijn heel wat voordelen voor de werkgever. Professor Annemans staaft deze stelling: “Gezonde werknemers presteren beter, zijn minder vaak ziek en renderen beter op lange termijn. Zo toont onderzoek ook aan dat gezonde werknemers tot vier keer langer per week fysiek actief zijn. Hun productiviteit stijgt met 10 tot zelfs 30 procent. En absenteïsme daalt in een aantal studies met 25 procent. In andere dan weer tot 50 procent. Bovendien hebben geëngageerde bedrijven altijd een beentje voor inzake bedrijfsimago. Zowel intern als naar de buitenwereld toe.”

Onbenut potentieel

Slechts 19 procent van de werknemers is vandaag tevreden over de mogelijkheden die hun werkgever biedt om de eigen levensstijl op peil te houden of te verbeteren. Nochtans zouden vele werknemers kiezen voor gezond, indien het bedrijf dit zou aanbieden.

Op de vraag of de werkgever het aanbod van dranken op het werk vandaag gezond houdt, antwoordt slechts 37 procent positief. Nochtans zegt 55 procent van de werknemers dat ze hiervan gebruik zou maken indien het aanbod er zou zijn. Bij slechts 30 procent van de werknemers zorgt de werkgever er vandaag voor dat zijn medewerkers ’s middags gezond kunnen eten.

Nochtans stijgt het potentieel tot bijna het dubbele. Zowat 6 Belgen op de 10 zouden kiezen voor een gezonde maaltijd indien de werkgever die zou aanbieden. Bij 1 op de 5 werknemers wordt op het werk gratis fruit aangeboden. Nochtans zegt maar liefst de helft spontaan fruit te eten indien de werkgever het hen zou aanbieden. Bij slechts 1 op de 5 werkgevers zijn gezonde voedingsmiddelen (waaronder tussendoortjes) voorzien. 45 procent zou hier met plezier gebruik van maken, indien de werkgever het zou aanbieden.

Zoek de juiste balans tussen aanmoedigen en bemoeien

De discrepantie tussen de huidige realiteit en het potentieel van morgen toont aan dat een belangrijke deel van de Belgen openstaat voor een stap richting gezond. 45 procent van de werknemers zegt bovendien dat hun werkgever hen actief mag motiveren om er een gezonde levensstijl op na te houden. Alleen rijst hierbij al snel de vraag hoe ver de werkgever hierbij kan gaan. Zo zegt 75 procent van de bevraagden dat de eigen levensstijl uiteindelijk een persoonlijke zone blijft.

De uitdaging zal er voor de werkgevers dan ook vooral uit bestaan om de juiste balans te vinden tussen aanmoedigen en bemoeien. De werkgever moet beogen om van gezonde voeding de evidente en gemakkelijke keuze op het werk te maken. Zet gezonde voeding op ooghoogte, verleid de Belg met bepaalde geuren en kleuren om hem gezonder te doen eten, maak gezonde voeding goedkoper en aantrekkelijk, en zorg dat het vooral gemakkelijker te verkrijgen is dan ongezonde voeding.

De schaalparadox: kmo-medewerkers zijn het meest tevreden

Uit de resultaten van de VIGeZ-indicatorenmeting blijkt dat het het vaakst de grote bedrijven zijn die inzetten op gezondheidsbevordering. Ze investeren in verhouding ook meer. Hun budgetten zijn groter en de kosten per werknemer zijn door schaalgrootte vaak interessanter dan bij kleine bedrijven. Bovendien hebben zij ook naar mankracht meer mogelijkheden, daar waar bij kleine kmo’s gezondheidsbevordering vaak helemaal onderaan op de agenda wordt geplaatst.

Paradoxaal genoeg blijkt uit het ‘Nationaal Gezonderzoek’ dat werknemers uit kleinere bedrijven net méér tevreden zijn over de initiatieven die worden genomen door hun werkgever. Een mogelijke verklaring zit hem in de doorstroom binnen multinationals. Zo kunnen we ons de vraag stellen of initiatieven die aan de top worden genomen op de juiste manier worden uitgerold. Bereiken ze de werknemers zoals het hoort? En nemen grote bedrijven wel de juiste acties? Bedrijven met een kleiner aantal werknemers kunnen waarschijnlijk makkelijker inspelen op de echte noden van de medewerkers. De lijn werkgever-werknemer is korter en de kennis over wat leeft op de werkvloer daardoor groter.

Bron: Delta Lloyd Life (deltalloydlife.be)


Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen