< Terug naar overzicht

Gezonde mensen zouden zes jaar later met pensioen kunnen gaan, tenzij...

Gezonde mensen kunnen later met pensioen. Het zou bijna niemand extra gezondheidsklachten opleveren. Al speelt niet alleen fysieke gezondheid een rol. Ook mentale veerkracht is belangrijk. 'Obsoleten' doen niet mee.

Bijna alle Europese werknemers zouden zes jaar later met pensioen kunnen. De lichamelijke gezondheid gaat tussen 50 en 74 jaar gemiddeld maar langzaam achteruit. De meeste oudere werknemers zijn fysiek voldoende gezond om te kunnen blijven werken. Bovendien slagen ook minder gezonde mensen er vaak in om toch te blijven werken. Tot die conclusie kwam Michaël Boissonneault van de Universiteit Groningen. Hij verwijst in zijn proefschrift uit 2018 naar data van Amerikaanse werknemers. Die werken tussen hun 55ste en 69ste gemiddeld nog acht jaar door. Laat de gezondheid het toe, dan kunnen ze gemiddeld nog 12,9 jaar doorwerken. Mensen met een hoge opleiding zouden zelfs gemiddeld 13,8 jaar kunnen werken, tegen 11,7 jaar voor laagopgeleiden. Onderzoek van de Universiteit van Maastricht uit 2016 wijst dezelfde kant uit.

Fysiek kan het vaak

“Vooral lichamelijke gezondheid vormt nauwelijks een beperking”, stelt Boissonneault. Fysieke arbeid wordt steeds minder zwaar door allerlei hulpmiddelen. Wel waarschuwt hij voor een ander gevaar: “Hogere pensioenleeftijden kunnen ertoe leiden dat een groter beroep zal worden gedaan op werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor de pensioenleeftijd.” Om dat te voorkomen is, voor de laatste fase van de carrière, meer aandacht nodig voor de relatie tussen werk en gezondheid. Andere onderzoekers stellen dat mensen met fysiek zwaar werk zich na hun 50e jaar beter kunnen laten omscholen. Anders worden ze elk jaar dat ze doorwerken 16 maanden ouder. Blijft de pensioenleeftijd voor iedereen hetzelfde, dan hebben zij jaren minder profijt van hun pensioen.

Mentale gezondheid

Bij personen met een slechte fysieke gezondheid is de kans op arbeidsongeschiktheid dus wel veel groter als ze langer (moeten) doorwerken. Maar dat geldt mogelijk ook voor oudere werknemers die psychisch opzien tegen langer doorwerken. Dat zijn niet zozeer mensen met een motivatieprobleem, het gaat vooral om een gevoel overbodig te zijn, ook 'obsoletie' genoemd. In grote trekken zijn er drie vormen van obsoletie.

  • Technische obsoletie ontstaat door fysiek wat teruglopende prestaties en vermogens, ook wel slijtage. Door de hogere leeftijd worden spieren wat minder soepel, de topprestaties van een dertiger haalt u niet meer boven de 50 jaar. Bij fysiek zware beroepen gaat die slijtage nog harder. Mensen in die beroepen kunnen daar somber of zelfs depressief van worden. Aanvaarden dat je niet meer zo makkelijk tilt, bukt of buigt is niet voor iedereen even gemakkelijk. Maar iedereen kan het overkomen als hij iets verleert dat hij vroeger wel (beter) kon.
  • Economisch obsoleet geraken mensen door technische innovaties en veranderingen die op het werk ‘doordringen’. Hierdoor veranderen werk, functies en vaardigheden of ze geraken overbodig. Zoals de zelfscankassa de meeste kassamedewerkers dwingt iets anders te gaan doen. Hun werk verdwijnt meestal niet helemaal, maar het wordt anders. Op tijd meeveranderen of meegaan met de ontwikkelingen in het vak is dan essentieel.
  • Wie dat niet, onvoldoende of te laat doet, geraakt zijn inzetbaarheid geheel kwijt. Perspectivische obsoletie heet dat, en het geldt voor mensen die vinden dat het werk helemaal niet hoeft te veranderen. Ze willen er dan ook niet aan meewerken, houden de ontwikkelingen het liefst zo lang mogelijk tegen. Uiteindelijk lukt dat niet en dan blijft alleen aftellen tot het pensioen over.

Duurzame inzetbaarheid

Een hogere levensverwachting betekent volgens de onderzoeker niet automatisch dat mensen meer jaren gezond kunnen blijven werken. Jongeren zullen langer leven, maar ook meer jaren werkend doorbrengen. Dat betekent meer kans op gezondheidsproblemen. Boissonneault heeft alleen feitelijk kunnen vaststellen dat gezonde mensen langer kunnen doorwerken dan mensen met een slechte gezondheid. “Er moet dus tijdig aandacht zijn voor de conditie”, vindt hij. “Ook moet goed gekeken worden of de eisen die de baan stelt, overeenkomen met de capaciteiten van mensen.”

De mogelijkheid om langer te werken hangt af van de werkcapaciteit. Daaronder verstaat hij de balans tussen capaciteiten van de werknemer en de baaneisen. Daarom is het van belang de gezondheid te stimuleren voordat iemand oud is. Bevorderen van een gezonde leefstijl en een goede preventieve gezondheidszorg zijn belangrijk. Ook de duurzame inzetbaarheid van werknemers moet bevorderd worden, door een leven lang leren. Daarnaast bepleit de onderzoeker een verbetering van de arbeidsomstandigheden. Werk moet fysiek minder zwaar worden en minder stress opleveren.

Maar het gevoel van overbodig zijn (obsoletie) en alle nare gevolgen van dien kunnen net zo destructief zijn voor duurzame inzetbaarheid als lichamelijke slijtplekken. Wat helpt daartegen? Een leven lang leren, waar je het hele werkende leven mee bezig blijft. Maar dan bijna nooit grootschalig. Wel op vele momenten tijdens het normale werk, in kleine stappen er wat bijleren. Juist die geleidelijke, dakpansgewijze manier van nieuwe kennis, ervaring en inzichten opdoen maakt de oudere werknemer steeds breder inzetbaar. En dus waardevoller op de arbeidsmarkt. Een tweede, minstens zo essentiële voorwaarde om niet obsoleet te worden is erkenning en waardering van de leidinggevende.

Bron: overduurzaaminzetbaarheid.nl

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen