< Terug naar overzicht

Fors lagere opkomst voor sociale verkiezingen

Sinds zondagavond zijn de sociale verkiezingen afgelopen. Volgens de eerste gegevens liggen de nationale opkomstcijfers in vergelijking met 2012 beduidend lager (61,41 procent tegenover 70,17 procent in 2012). Grote verschuivingen in het kiesgedrag zijn er niet: het ACV blijft de absolute koploper. Opvallend is wel de vooruitgang van de liberale vakbond ACLVB.

HR-dienstenverlener SD Worx begeleidde 25 procent van alle stemprocedures in België, gespreid over het hele land, in verschillende sectoren en bij bedrijven van verschillende grootte. De cijfers van SD Worx bieden dan ook een eerste zicht op de resultaten. Het kabinet van federaal minister van Werk Kris Peeters pakt later deze week uit met de definitieve cijfers.

ACLVB boekt vooruitgang

De resultaten tonen aan dat werknemers relatief trouw blijven aan hun vakbond: met gemiddeld 56 procent van de verkozenen voor zowel het CPBW als de ondernemingsraad, blijft het ACV de absolute koppositie behouden, gevolgd door het ABVV en het ACLVB. Deze laatste boekt wel een substantiële vooruitgang ten opzichte van de vorige verkiezingen in 2012. Ondanks deze vooruitgang, behoudt het ACV wel zijn quasi-monopolie in de kleinere ondernemingen.

In ongeveer een kwart van de ondernemingen vertegenwoordigt slechts één vakbond de overlegorganen. In 78 procent van alle gevallen is de vertegenwoordigde vakbond dan het ACV. In bijna 17 procent van de gevallen waarbij de onderneming slechts één vakbond telt, is dat het ABVV. Het ACLVB sluit met 5 procent het rijtje af.

Lagere opkomst

In vergelijking met 2012 liggen de opkomstcijfers lager: 61,41 procent van de stemgerechtigde werknemers bracht een stem uit in 2016, ten opzichte van 70,17 procent in 2012. De geografische verschillen zijn opmerkelijk, maar logisch, gezien de economische context: regio’s die de afgelopen jaren sterk werden geraakt door herstructureringen in de maakindustrie, zoals Henegouwen (78,35 procent) en Limburg (72,44 procent) hebben hogere opkomstcijfers.

Regio’s die vooral afhankelijk zijn van de dienstensector, kennen dan weer een lagere opkomst: in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Vlaams-Brabant kwamen respectievelijk 54,26 procent en 57,22 procent van de stemgerechtigde werknemers opdagen.

Er is ook een duidelijk verband tussen opkomstcijfers, en leeftijd en geslacht. In bedrijven met vooral jongeren ligt de opkomst beduidend lager. Zo bedraagt het opkomstcijfer amper 43,16 procent in bedrijven waar het werknemersbestand voor meer dan 60 procent uit min-35-jarigen bestaat.

Hetzelfde geldt voor bedrijven met overwegend vrouwelijke werknemers: hoe meer vrouwelijke werknemers een bedrijf telt, hoe lager de opkomst. Zo bedraagt het opkomstcijfer 73,33 procent in een bedrijf met minder dan 20 procent vrouwelijke werknemers. Voor bedrijven waar 80 tot 100 procent van de werknemers vrouw zijn, daalt dit cijfer tot amper 50,45 procent.

Verkozene is man met hogere anciënniteit

Geslacht en anciënniteit bepalen het typische profiel van de verkozene. Mannen zijn goed voor 63,23 procent van de verkozenen. De factor geslacht is het meest prominent bij arbeiders en kaderleden, terwijl de verdeling man-vrouw meer in evenwicht is bij de bedienden. Dat is te verklaren doordat in die categorieën het aandeel van mannen gewoon ook hoger is. In de categorie jongeren zijn er dan weer meer vrouwelijke vertegenwoordigers, wat een hoopgevend signaal voor de toekomst kan zijn.

Anciënniteit en daaraan gekoppeld de leeftijd van de verkozenen, speelt ook een bepalende rol: verkozenen zijn gemiddeld rond de 45 jaar, met een uitschieter naar 50 jaar voor de categorie kaderleden en ze hebben vaak al een lange staat van dienst in de onderneming waar ze gaan zetelen.

Bron: SD Worx (sdworx.com)


Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen