< Terug naar overzicht

Een op zes werknemers heeft een uiterst werkbare job

Een op zes Vlaamse werknemers vindt dat de kwaliteit van het werk meer dan oké is. Hun job scoort zeer goed op elk van de vier werkbaarheidsdomeinen: werkstress, plezier in het werk, leermogelijkheden en evenwicht werk-privé. Dat is niet het voorrecht van hoger geschoolde bedienden. In alle beroepen en sectoren zijn er werknemers te vinden met zeer werkbaar werk. Dat lijkt leuk, maar is het nu beter dan vroeger?

Een analyse van Stichting Innovatie en Arbeid op basis van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor bij werknemers toont dat een op zes werknemers een uiterst werkbare job heeft. Hun job scoort zeer goed op elk van de vier werkbaarheidsdomeinen: werkstress, plezier in het werk, leermogelijkheden en werk-privébalans. Dat noemt men 'werkbaar werk plus'. Deze werknemers vinden plezier in hun werk. Zij onderhouden hun competenties in functie van toekomstige inzetbaarheid, kunnen voldoende recupereren van de opgebouwde stress in het werk en kennen een evenwichtige verhouding werk-privé.

De Vlaamse Werkbaarheidsmonitor uit 2016 reveleerde dat 54,6 procent van de werknemers werkbaar werk hebben. Bij 16,3 procent is er sprake van 'werkbaar werk plus'. Al is er een minpunt. Het aandeel werknemers met werkbaar werk plus is in de periode 2004-2016 afgenomen. In 2004 bedroeg dit aandeel 19,8 procent ten aanzien van 16,3 procent in 2016.

Alle beroepen en alle sectoren

Werknemers met 'werkbaar werk plus' hebben een lagere verloopintentie en vallen minder uit door ziekte. Maar daar blijft het niet bij. Meer dan 90 procent van deze werknemers ziet zich in staat zijn job voort te zetten tot het pensioen zonder nood aan aangepast werk. Deze werknemers hebben een job die volledig strookt met het streefdoel van langere loopbanen en duurzame inzetbaarheid.

'Werkbaar werk plus' is overigens niet het voorrecht van hoger geschoolde bedienden. In alle beroepen en in alle sectoren vinden we werknemers met 'werkbaar werk plus', al zijn er wel verschillen. Van de kortgeschoolde arbeiders heeft ongeveer één op tien 'werkbaar werk plus'. Bij zorgmedewerkers is dit aandeel dan weer bijna één op vijf. De post- en telecommunicatiesector laat met 8,7 procent het laagste aandeel 'werkbaar werk plus' noteren, de overheid met bijna 20 procent het hoogste.

Ook meer mannen dan vrouwen hebben 'werkbaar werk plus'. Dit verschil is het duidelijkst bij de geschoolde arbeiders, waar de mannen ongeveer dubbel zo hoog scoren als de vrouwen. Bij 55-plussers heeft bijna een op vijf 'werkbaar werk plus'. Het aandeel verschilt niet volgens ondernemingsgrootte. Er is ook geen verschil wanneer voltijds met deeltijds werk wordt vergeleken.

Aandachtspunten

De onderzoekers wijzen echter op een aantal aandachtspunten om de groep werknemers met 'werkbaar werk plus' te doen groeien. Zo is het voor arbeiders en uitvoerende bedienden belangrijk om in te zetten op meer afwisseling in het werk. Dit geldt ook voor werknemers uit de groot- en kleinhandel, de transportsector, de voedingsindustrie en de overheid. Voor werknemers met een kader- of directiefunctie en zorg- en onderwijsmedewerkers kan aandacht voor werkdruk en emotionele belasting een aanzienlijke verbetering zijn.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen