< Terug naar overzicht

Een op zes werkende Vlamingen kampt met burn-outklachten of loopt risico

Ruim 7 procent van de werkende bevolking in Vlaanderen heeft burn-outklachten en nog eens 9 procent zit in de gevarenzone. Dat blijkt uit een meting door de onderzoeksgroep Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie van de KU Leuven. Via een nieuw ontwikkelde vragenlijst, de ‘Burn-out Assessment Tool’, hebben de onderzoekers het probleem voor het eerst op een betrouwbare manier in kaart kunnen brengen.

Burn-out is geen hedendaags fenomeen: de eerste wetenschappelijke studies dateren al van de jaren 1970. Toch is er tot op de dag van vandaag discussie over de aandoening en is er geen duidelijk beeld van de omvang van het probleem. Dat komt doordat de wetenschappelijke definitie van burn-out verouderd is, waardoor het moeilijk is het probleem op een betrouwbare manier te meten.

De onderzoeksgroep Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie van de KU Leuven heeft deze lacune de voorbije jaren weggewerkt. Aan de hand van een nieuwe meting hebben de onderzoekers voor het eerst de prevalentie van burn-out in Vlaanderen vastgesteld. Een enquête bij 1500 werkende Vlamingen toont aan dat 17 procent, meer dan een op zes, in de gevarenzone zit: 9,5 procent loopt risico op burn-out en 7,6 procent is meer dan waarschijnlijk opgebrand.

Risicogroepen

Bepaalde groepen lopen een groter risico op burn-out. Met name het type beroep, het opleidingsniveau en de leeftijd zijn belangrijke factoren. Zo hebben administratief bedienden en arbeiders meer te kampen met burn-out. Ook werknemers in het hogere middenkader lopen een iets groter risico. Verder blijkt burn-out vaker toe te slaan bij mensen met een lager opleidingsniveau. Ook leeftijd speelt een rol: tussen 18 en 34 jaar is het risico het hoogst.

“Deze factoren spelen wel degelijk een rol, maar verklaren het probleem van burn-out niet”, zegt Hans De Witte, professor Arbeidspsychologie. “De kern van het probleem ligt bij het werk zelf. Mensen lopen kans op een burn-out wanneer de eisen op het werk te hoog liggen en er te weinig hulpbronnen zijn om met die belasting om te gaan. De concrete jobs van mensen binnen deze risicogroepen liggen dus aan de basis van de burn-out.”

Nieuwe fundamenten

Om tot deze resultaten te komen, moesten de onderzoekers eerst de definitie van burn-out op punt stellen. “De wetenschappelijke basis van burn-out-onderzoek is de Maslach Burnout Inventory (MBI), maar die methode is al 30 jaar oud en dus niet meer hanteerbaar”, zegt professor Wilmar Schaufeli. “De oorspronkelijke definitie beschouwt burn-out als een syndroom van drie samenhangende verschijnselen: uitputting, cynisme en competentieverlies. Op basis van gesprekken met praktijkexperten hebben we een nieuwe definitie ontwikkeld die meer factoren in rekening brengt.”

In de nieuwe definitie heeft burn-out vier kernsymptomen:

  • Uitputting, zowel fysiek als mentaal
  • Mentale distantie: sterke weerstand tegen het werk
  • Cognitieve ontregeling, zoals geheugenproblemen, aandachts- en concentratiestoornissen
  • Emotionele ontregeling: oncontroleerbare heftige emotionele reacties

Er zijn ook drie bijkomende dimensies:

  • Psychische spanningsklachten, bijvoorbeeld slaapproblemen, piekeren of paniekaanvallen 
  • Psychosomatische spanningsklachten: lichamelijke klachten van psychische oorsprong
  • Depressieve stemming: zich somber en terneergeslagen voelen

Bron: KULeuven

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen