< Terug naar overzicht

Een onderzoek naar werken met tilhulpmiddelen

Een Nederlands onderzoeksbureau onderzocht de belasting tijdens het rijden en manoeuvreren met tilliften en andere zorgvoorzieningen. Het blijkt immers dat de tilhulpmiddelen soms andere problemen veroorzaken, wat uiteraard niet de bedoeling kan zijn.

Degelijk hulpmiddel?
Het rijden met tilhulpmiddelen kan wel eens voor problemen zorgen. En zorgverleners moeten door ruimtegebrek in toiletten en slaapkamers vaak lastige manoeuvres in kleine, beperkte ruimtes uitvoeren. Dit leidt tot klachten aan schouders en rug. 
De laatste tijd zijn er innovatieve voorzieningen op de markt gekomen die een oplossing moeten bieden voor deze knelpunten (met joystick te verrijden tillift, plafondsystemen,…). Het gebruik hiervan is nog beperkt. De opdrachtgevers van de studie vonden het de moeite waard te onderzoeken welke voor- en nadelen aan dit soort voorzieningen zijn verbonden.


Met dit als uitgangspunt, stonden in dit onderzoek de volgende vragen centraal:



    Wat is het verschil in fysieke belasting tussen het gebruik van reguliere liften, plafondsystemen, gemotoriseerde liften en andere producten die gekoppeld kunnen worden aan zwaar rijdend materieel om de manoeuvreerbaarheid te verbeteren?
    Welke positieve en negatieve aspecten worden gesignaleerd los van de fysieke belasting?
    Tot welke aanbevelingen leidt dit voor het gebruik en de financiering van gemotoriseerde tilliften en vergelijkbare producten en voor de voorlichting aan instellingen, inkopers en zorgverleners?

    De methodes

    De onderzoekers maakten gebruik van verschillende methodes. Er is gemeten in werkelijke en in nagebouwde praktijksituaties en bij een aantal instellingen zijn ervaringen in kaart gebracht.


    Enkele gehanteerde methodes:



    krachten meten om na te gaan of voldaan wordt aan de ergonomische of biomechanische grenswaarden voor duwen, trekken en manoeuvreren;
    simulatie. Voor zover noodzakelijk zijn de bewegingen van de zorgverlener gesimuleerd binnen het biomechanische 3D SSPP model van Chaffin (zie marge);
    meten van ruimtelijk beslag. De ruimtelijke eisen van de verschillende voorzieningen zijn in kaart gebracht omdat een gebrek aan ruimte het gebruik in vele zorgsituaties ernstig kan belemmeren;
    de technische vaardigheidseisen die nieuwe voorzieningen (bv. joystick) stellen aan de gebruiker. De ervaringen van instellingen die dergelijke voorzieningen gebruiken, werden nagegaan en er is een test in een proefopstelling uitgevoerd;
    een globaal beeld van de financiële aspecten, opgesteld per onderzochte optie.

     


    De eerste onderzoeksvraag


    Wat betreft de eerste onderzoeksvraag naar fysieke belasting, blijkt dat er bij optimale omstandigheden geen normoverschrijding is. Het gaat hier om het zonder motor rechtdoor rijden over een harde, gladde ondergrond, met technisch goede en goed onderhouden hulpmiddelen. In dat geval valt de fysieke belasting over het algemeen binnen gezondheidskundige grenswaarden.
    Bij minder optimale omstandigheden ontstaan er wel problemen. Dan wordt de praktijknorm van 200 N wel eens overschreden. Vooral de volgende factoren kunnen ongunstig zijn:



    scherpe bochten nemen, draaien en manoeuvreren in kleine ruimtes;
    gewone bochten nemen als de wielen van het object zwenkbaar zijn. Het object heeft de neiging een eigen koers te gaan;
    de beweging starten. Vooral bij het explosief in gang zetten van de beweging komen grote piekkrachten (> 200 N) voor;
    rijden over een minder goede ondergrond (zacht, tapijt,…), met technisch minder goed materieel (kleine, slecht lopende en draaiende wielen), met een ongunstige startpositie van de wielen (dwars), met een zwaarder hulpmiddel met zware patiënt en bij een minder optimale techniek van de werknemer.

    De belasting onder de grenswaarde van 200 N leidt niet tot een grote rugbelasting. Wel is er in een aantal situaties een te forse nek-schouder- en arm-polsbelasting. Dit is reeds het geval bij kleine krachten als de werknemer geen gebruik kan maken van zijn lichaamsgewicht (moet dus vooral vanuit armen en schouders werken). Meer concreet gaat het om houdingen met een rechte romp en asymmetrische werkhoudingen (vaak veroorzaakt door beperkte ruimte). De onderzoekers pleiten er dan ook voor om bij de beoordeling van arbeidssituaties niet alleen te kijken naar de uitwendige belasting maar ook de werkhouding erbij te betrekken. Ook de belasting bij het maken van startbewegingen (bij zorgverlening rondom het toilet 6 tot 10 handelingen per keer) is vaak forser dan bij het gewoon doorrijden. Dit verhoogt de kans op overbelasting. Training en instructies moeten meer aandacht besteden aan het in gang zetten van een beweging (niet te explosief).


    De nieuwe gemotoriseerde hulpmiddelen leiden tot een veel lagere of zelfs geheel afwezige fysieke belasting. De onderzoekers plaatsen wel een aantal kanttekeningen bij deze innovaties. Enkele voorbeelden: nadelen van een plafondsysteem zijn de beperkte range en het ontbreken van een goede mogelijkheid tot actief tillen. Dit wordt opgevangen door de zelfverrijdbare lift, maar deze is niet goed inzetbaar in kleine ruimtes. Plafondtilsystemen worden als eerste keus voorgesteld. Verder zou de positie van de gemotoriseerde zelf verrijdbare lift versterkt kunnen worden door een verdere technische verbetering zodat de gebruiker ook in kleine ruimtes kan manoeuvreren met aangekoppelde motor.


    De tweede onderzoeksvraag

    De onderzoekers polsten ook naar positieve en negatieve aspecten, los van de fysieke belasting. De gebruikservaringen met de zelf verrijdbare tillift zijn over het algemeen positief tot zeer positief. Vooral in situaties die tot nek-schouderklachten kunnen leiden en bij het manoeuvreren vermelden de respondenten positieve ervaringen.


    Wat betreft het ruimtebeslag stellen plafondtilsystemen de minst hoge eisen aan de werkruimte. Bij gewone tilliften varieert het ruimtebeslag met de gebruikte techniek en de indeling van de ruimte. De zelfverrijdbare tillift neemt een tussenpositie in. De zorgverlener neemt een minimum aan ruimte in (moet niet van lichaamsgewicht gebruikmaken) maar het systeem is iets groter.


    De vaardigheidseisen voor het gebruik van gemotoriseerde voorzieningen liggen hoger bij handmatig te verplaatsen voorzieningen en bij de zelfverrijdbare lift. Voor alle systemen zijn er veiligheidsaspecten waarmee de gebruiker rekening moet houden (zie kader).


    De derde vraag

    Om zowel de fysieke belasting te beperken als ruimte te besparen blijven de plafondsystemen de eerste keuze van de onderzoekers. De zelfverrijdbare tillift komt op de tweede plaats. Het is echter aanbevolen dit hulpmiddel verder te ontwikkelen zodat het ook optimaal geschikt is om in kleine ruimtes te manoeuvreren.
    Wat betreft de concrete kosten: dit punt komt aan bod in de tabel.
     


    Wat is Wat?

    Plafondtilsystemen zijn tilliften waarbij de patiënt en de sling (de band om de patiënt heen) aan een cassette aan het plafond hangen. De cassette bevat een elektromotor die de patiënt omhoog en omlaag kan bewegen. De cassette zelf beweegt langs een rail die zowel een vast als een volledig vrij traject kan volgen. De bewegingsvrijheid is beperkt tot het gebied waar de rails hangen.


    De zelfverrijdbare tillift wordt onder een bestaande tillift gemonteerd. Daarmee wordt deze laatste elektrisch verrijdbaar gemaakt. De bediening gebeurt via een handset met een joystick. De tillift kan met of zonder deze optie gebruikt worden. Extra motor en accu maken het totale systeem wel zwaarder.


    De gewone tillift is de klassieke over de vloer verrijdbare tillift. Dat wil zeggen dat de tilhandeling zelf veelal elektrisch en niet meer hydraulisch gebeurt. Ook het kantelen van het juk gebeurt steeds vaker elektrisch. Het verrijden van de lift zelf gebeurt slechts zelden elektrisch.


    Wat betreft de trekkersystemen zijn de volgende systemen onderzocht:



    stoelcarriers verrijden een stoel met de patiënt erop. Ze zijn elektrisch of deels elektrisch;
    trek-duwsystemen zijn vooral ontwikkeld voor het interne transport van bedden, maaltijdwagens, waskarren, linnenwagens,… Het systeem tilt twee wielen iets van de grond af waarna bv. het bed kan weggereden worden;

    heavy duty trekkers zijn vooral gericht op het zwaardere, frequente transport of op het transport over langere afstanden. Het kan gaan om zowel gekoppelde als losse karren/rolcontainers, variërend van vuilcontainers, linnenkarren, maaltijdwagens tot bv. winkelkarretjes. De gebruiker moet hier een trek- en geen duwbeweging uitvoeren.



    De rijregels 



    Maak gebruik van je lichaamsgewicht. Ga naar voren hangen als je duwt en naar achteren als je trekt.
    Duw en draai nooit tegelijk.
    Als je draait, loop dan om het object heen en neem het in die beweging met je mee. Laat het object nooit om je heen draaien, het verwringt dan je rug.
    Plaats een van je voeten op het onderstel. Dat helpt bij het duwen.
    Beweeg gelijkmatig en rustig. Gebruik de 3-seconden-regel: neem altijd drie tellen de tijd om een kar rustig in beweging te krijgen.
    “Keep ‘m rolling”: vermijd veelvuldig stoppen en starten wanneer lange afstanden gereden moeten worden.




    Het rapport ‘Van voor naar achter, van links naar rechts…’ is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en ZorgOnderzoek Nederland en is integraal beschikbaar op http://www.arbozw.nl/fsmk/include/evi_imagebank/img.asp?id=422&number=1&object_type=0&src=image

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen