< Terug naar overzicht

Eén jaar re-integratiewetgeving: 2 op de 3 aanvragen leiden tot definitieve arbeidsongeschiktheid

Na ruim één jaar re-integratiewetgeving maakt Mensura de balans op. Het aantal aanvragen blijft stijgen, maar van een effectieve terugkeer naar het werk is meestal nog geen sprake. Tot dusver leiden maar liefst 2 op de 3 aanvragen tot definitieve arbeidsongeschiktheid voor het overeengekomen werk. Opvallend: slechts 1 op de 4 aanvragen gebeurt door werkgevers.

In 2017 behandelde Mensura, Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, in totaal 3091 aanvragen voor re-integratietrajecten. Na één kwartaal waren er 544 trajecten gestart, na een half jaar stond de teller op 1366. Het aantal aanvragen vertoont dus een duidelijk stijgende tendens.

Het initiatief om een traject op te starten, komt hoofdzakelijk van de werknemer zelf (64 procent), gevolgd door de werkgever (25 procent), het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV, 11 procent) en de behandelende arts (1 procent).

Qua sector staat de dienstensector bovenaan (22 procent), gevolgd door de groot- en detailhandel (19 procent), de zorgsector (14 procent), de bouwsector (11 procent) en industrie (8 procent).

Aanvragen leiden vaak niet tot re-integratie

Globaal genomen kan een re-integratietraject leiden tot tijdelijke of definitieve arbeidsongeschiktheid voor het overeengekomen werk. In sommige gevallen is de werknemer wel nog in staat om ander of aangepast werk uit te voeren. In 2017 leidden 2 op de 3 aanvragen (59 procent) tot de beslissing definitief arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk, zonder de mogelijkheid om ander of aangepast werk uit te voeren bij dezelfde werkgever. Slechts in iets meer dan 1 op de 10 (12 procent) uitspraken ‘definitief arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk’, was ander of aangepast werk een optie.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid blijkt minimaal: in 6 procent van de gevallen is er nog een mogelijkheid tot tussentijds ander of aangepast werk.

Oorzaken van langdurige uitval

De meest voorkomende reden van langdurige ziekte zijn locomotorische klachten, psychische of sociale problemen, problemen van het zenuwstelsel of cardiovasculaire klachten. De beslissing definitief arbeidsongeschikt komt het vaakst voor bij psychosociale problemen (72 procent), gevolgd door psychische problemen en problemen van het zenuwstelsel (beide 67 procent).

Gebrekkige kennis procedure en verplichtingen

Om na te gaan hoe werkgevers staan ten opzichte van re-integratie en in hoeverre ze dit praktisch kunnen toepassen, liet Mensura bijkomend ruim 250 werkgevers bevragen.

Marie-Noëlle Schmickler, Geneesheer Directeur bij Mensura: “Langdurige ziekte (minstens 4 weken afwezigheid) is voor het gros van de Belgische ondernemingen een bekend fenomeen: 3 op de 4 werkgevers kreeg daar in 2017 mee te maken. Een grote meerderheid (72 procent) van de ondervraagde werkgevers heeft al eens gehoord van het re-integratietraject, maar minder dan de helft is ook op de hoogte van de verplichtingen en de procedure hiervan. Bij kmo’s gaat het zelfs om slechts 1 op de 3 werkgevers.”

Doel: duidelijkheid over mogelijke terugkeer

De meerderheid (89 procent) van de ondervraagde werkgevers geeft aan te overwegen om een re-integratietraject op te starten; slechts 1 op de 5 van de respondenten deed dat daadwerkelijk al. De belangrijkste reden voor werkgevers om een re-integratietraject op te starten, was om duidelijkheid te krijgen over het al dan niet terugkeren van de werknemer (59 procent), gevolgd door het kunnen afsluiten van het dossier (42 procent) en het behouden van talent (29 procent).

Sinds 1 januari 2018 kunnen werkgevers ook een re-integratietraject opstarten voor werknemers die al langer dan 2 jaar afwezig zijn. Uit het onderzoek blijkt dat bijna 2 op de 5 (38 procent) Belgische werkgevers te maken krijgen met afwezigheden van dergelijke duur. 15 procent van hen heeft ondertussen al een re-integratietraject opgestart.

Onder degenen die dat nog niet deden, overwegen 2 op de 5 dat te doen. Ook hier is de bekommernis in de eerste plaats om duidelijkheid te krijgen over een al dan niet mogelijke terugkeer (77 procent), gevolgd door afsluiting van het dossier (51 procent).

Ander of aangepast werk grootste struikelblok

Geen ander of aangepast werk kunnen aanbieden, is de belangrijkste motivatie voor werkgevers die aangeven geen werk te maken van re-integratie. De grootste belemmering zien zij in de aard van het werk, waardoor het niet mogelijk is om aangepast werk te kunnen aanbieden (68 procent). Andere drempels zijn dat de werknemer onvoldoende competenties heeft voor ander of aangepast werk (38 procent) of dat dergelijk werk slechts voor een bepaalde periode haalbaar is (28 procent).

Marie-Noëlle Schmickler (Mensura): “Dat definitief arbeidsongeschikt de voornaamste uitkomst is tot dusver van re-integratietrajecten, lijkt haaks te staan op de bedoeling van de wetgeving. Maar het betekent niet noodzakelijk dat een werknemer die niet langer aan de slag kan bij dezelfde werkgever automatisch veroordeeld is tot een ziekte-uitkering. Bovendien mogen we niet vergeten dat re-integratie niet alleen via het officiële re-integratietraject gebeurt. Werkgevers doen er goed aan meer in te zetten op het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting. Dat laat toe om in een vroeg stadium re-integratie bespreekbaar te maken op een laagdrempelige manier, zonder een zware formele procedure te moeten opstarten.”

Bron: Mensura (mensura.be)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen