< Terug naar overzicht

Een arbeidsmarkt met twee snelheden

Recente arbeidsmarktindicatoren tonen aan dat de klassiek erg gesegregeerde arbeidsmarkt in België heterogeen blijft. Groepen die traditioneel een ongunstige positie op de arbeidsmarkt innemen – met name immigranten met een niet-EU-nationaliteit, laaggeschoolden en 55-plussers – hebben het hier moeilijker dan in de meeste andere EU-landen.

Dat blijkt uit de reeks tabellen betreffende de arbeidsmarktindicatoren die jaarlijks wordt opgesteld als bijlage bij het Nationaal Hervormingsprogramma dat elke EU-lidstaat aan de Europese Commissie moet bezorgen. Deze indicatoren worden jaarlijks uitgewerkt door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, in samenwerking met Statbel (FOD Economie, Algemene Directie Statistiek) en met de Gewesten en de Gemeenschappen.

Grote verschillen in arbeidsparticipatie

Voor de gemiddelde werkzaamheids- en werkloosheidsgraad doet België het in Europees perspectief niet zo slecht. De werkzaamheidsgraad (het aandeel werkenden bij de bevolking op beroepsactieve leeftijd 20-64 jaar) bedroeg 68,5% in 2017. Dit is weliswaar lager dan de met Europa afgesproken doelstelling van 73,2% tegen 2020 en dan het EU-gemiddelde van 72,1%,

Op het vlak van de werkloosheidsgraad presteert België wel beter dan het EU-gemiddelde: met 7,0% werkloosheid in België tegenover 7,5% in de EU-28. Bovendien is de voorbije jaren een daling van de werkloosheid in bijna alle categorieën te zien. De activiteitsgraad (het aandeel werkenden en werklozen bij de bevolking van 20-64 jaar) is wel gevoelig lager dan in de EU: 73,7% tegenover 78,0%.

Als er wordt ingezoemd op de cijfers voor een aantal specifieke kansengroepen, dan blijkt dat er toch nog werk aan de winkel is. Zo ligt de activiteitsgraad van 55- tot 64-jarigen met 51,3% ver onder die van de andere leeftijdsklassen en onder het EU-niveau (60,6%). In tegenstelling tot bij mannen, is voor vrouwen ouder dan 55 de 50%-drempel (zijnde het Belgisch engagement tegenover de EU voor 2020) nog niet bereikt (45,8%).
Daarnaast bestaan er in heel België grote verschillen tussen de opleidingsniveaus. De werkzaamheidsgraad van middengeschoolden ligt meer dan 20 procentpunten hoger dan die van laagopgeleiden, en voor hooggeschoolden komen daar nog eens 14,4 procentpunten bovenop. Ook de afstand tot de gemiddelde werkzaamheids- en activiteitsgraad voor de EU is nog groter in geval van de laagopgeleiden. Indien er geen blijvende aandacht naar deze doelgroep gaat, dreigen deze kloven de komende jaren nog groter te worden, gezien de voorspelde toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt vooral wijzen op een grotere vraag naar hoogopgeleiden. Zeker voor wie tegelijkertijd ouder dan 50 en laagopgeleid is, zijn de kansen om aan het werk te zijn op dit moment gering.

Ook de situatie van immigranten is traditioneel slecht en daarin komt voorlopig geen verbetering. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat de foutenmarge voor dit cijfer groter is vanwege de beperktere steekproef. De verschillen tussen staatsburgers en mensen met een niet-EU nationaliteit zijn groot, zowel wat de werkzaamheids- als de werkloosheidsgraad betreft. Met een werkzaamheidskloof tussen Belgen en personen met een niet-EU nationaliteit van 28,1 procentpunten zit België gevoelig boven het EU-gemiddelde (15,4) en boven de doelstelling om voor 2020 onder 16,5 procentpunten te geraken. In het geval van vrouwelijke immigranten met een niet-EU-achtergrond bedraagt de activiteitsgraad een magere 38,3% (en de werkzaamheidsgraad 28,4%). We zijn dus bij de slechtste leerlingen van de EU-klas op vlak van arbeidsmarktsegregatie.

Kwaliteit van de arbeid

België bevindt zich in de Europese kopgroep voor het gebruik van deeltijds werk: 26,8% van de loontrekkenden werkt deeltijds (bij de vrouwen zelfs 43,7%), maar er zijn verhoudingsgewijs minder Belgen die onvrijwillig deeltijds werken dan in de andere EU-landen. Het aandeel personen dat onvrijwillig deeltijds werkt, bedroeg in 2017 slechts 12,8% van de mannelijke deeltijders en 6,4% bij de vrouwen. Bij tijdelijk werk zien we het omgekeerde: België heeft een kleiner aandeel tijdelijk werk dan de EU (10,4 tegenover 14,3% van de loontrekkenden), maar daarvan geeft bij ons een groter aandeel aan onvrijwillig tijdelijk te werken (75,8% tegenover 53,9% in de EU). Voorts is het aandeel tijdelijk werk omwille van opleiding of vorming klein in België.

Uit de tabellen blijkt dat Belgen gemiddeld lang bij dezelfde werkgever blijven en dus een relatief hoge jobzekerheid hebben. Bijgevolg zijn er ook minder aanwervingen en ontslagen dan gemiddeld in de EU. Ook thuiswerk komt vaker voor bij Belgische werknemers. En hoewel Belgen relatief hoogopgeleid zijn en er weinig personen zonder diploma de school verlaten, nemen ze tijdens de rest van hun loopbaan zelden deel aan opleiding en vorming. Er bestaan dus zeker nog uitdagingen op het vlak van levenslang leren.

Arbeidsmarktbeleid in verandering?

De uitgaven voor arbeidsmarktbeleid zijn de voorbije vijf jaar telkens gedaald, maar doordat ook het aantal werklozen kleiner werd, zijn de uitgaven per werkloze in 2016 weer gestegen. Bovendien groeide het aandeel van actief arbeidsmarktbeleid in het budget sterk. Als we kijken naar het effect van de maatregelen, de activeringsgraad, zien we dat deze voor het totaal van de werklozen vrijwel gelijk blijft en dat de activeringsgraad van langdurig werklozen zelfs is gedaald. De nood aan een effectief arbeidsmarktbeleid blijft dus groot. Nog meer daar het armoederisico bij werklozen voor het tweede jaar op rij steeg tussen 2016 en 2017.

Het aantal personen dat de arbeidsmarkt al verlaat tussen 50 en 64 jaar verminderde gestaag de voorbije jaren. Mogelijke verklaringen voor die positieve evolutie zijn de diverse eindeloopbaanmaatregelen, zoals verstrenging van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en mogelijk ook de toename van de zelf ervaren gezondheid van 55-64-jarigen (vooral bij mannen). Tegelijkertijd is er een toename van ziekte en invaliditeit bij 50-plussers, en zijn er in België relatief veel 55-plussers die aangeven deeltijds te werken vanwege persoonlijke redenen en zorgverantwoordelijkheden. De werkbaarheid van loopbanen blijven verzekeren is dus van groot belang.

Bron: FOD Waso

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen