< Terug naar overzicht

Economie is hersteld van de crisis (maar de arbeidsmarkt likt nog steeds haar wonden)

Uit nieuw onderzoek over de voorbije 10 jaar blijkt dat de arbeidsmarkt nog steeds niet hersteld is van de economische crisis, de economie daarentegen staat opnieuw stevig op de sporen.

De ‘Human Capital Trends in Belgium’ is een onderzoek over een lange periode, van 2006 tot 2016. De steekproef omvat 594 bedrijven die in België actief zijn en aan de volgende criteria voldoen:  

  • Bedrijven met meer dan 250 werknemers gedurende minstens een jaar in de periode 2010-2016.
  • Financiële instellingen, uitzendbureaus en organisaties uit de openbare sector kwamen niet in aanmerking.

Belgische werknemer uiterst winstgevend

De resultaten tonen een duidelijk positief signaal: onze economie herstelt zich van de crisis, zoals blijkt uit de verbeterde omzet en winstmarges per ‘fulltime-equivalent’ (FTE), maar onze arbeidsmarkt is nog niet hersteld. De steekproef telde in 2016 dan ook nog steeds minder FTE’s (547.000) dan in 2006 (556.000).

In 2016 was het Belgische productiviteitsniveau (inkomsten/FTE) het hoogst sinds de crisis, wat impliceert dat onze economie hersteld is van die crisis. Volgens de studie stegen de inkomsten per FTE met bijna 6 procent in 2016 (296k euro per FTE) in vergelijking met 2012 (280k euro per FTE). Deze hoge productiviteit levert België zelfs de titel van tweede meest productieve land in West-Europa op (Zwitserland staat op nummer 1 in de ranglijst).

De Belgische winst per FTE is sinds 2012 met 32 procent gestegen en ligt ruim boven de Europese mediaan (alleen Zwitserse en Deense werknemers zijn winstgevender). In 2016 bedroeg de mediane winstgevendheid per FTE 7.4k euro in vergelijking met 5.0k euro voor de West-Europese mediaan.

Ondanks deze positieve resultaten ligt het personeelsbestand nog steeds onder het niveau van voor de crisis. Het aantal FTE’s in onze steekproef lag in 2016 (547.000) nog steeds onder de niveaus van voor de crisis (556.000 in 2006 en 569.000 – het hoogterecord in de steekproef – in 2008).

Er sneuvelden banen in de chemie, in engineering & manufacturing (-14 procent, - 30k jobs), in de technologiesector, in nutsbedrijven en in de communicatie- & mediasector (-1 procent, -4k jobs). Daarnaast werden er jobs gecreëerd in de farmacie, de dienstensector en de retail- en vrijetijdssector (+10 procent, +25k jobs).

Mannen grootste slachtoffer

Mannen waren goed voor maar liefst 97 procent van het verlies aan voltijdse banen. Deze cijfers houden duidelijk verband met de verschuivingen in de industrie. In de afgelopen 10 jaar was er een verlies van 39.000 voltijdse banen, wat een daling betekent van 9 procent. Bij de vrouwen registreerden we een verlies van slechts 1000 voltijdse banen, een daling van 3 procent. Dat staat in contrast met een verlies van 38.000 voltijdse banen bij de mannen.

Bedrijven die overwegend mannen tewerkstellen, leden het hoogste verlies van voltijdse banen (een afname met 18 procent). 86 procent van de bedrijven die verantwoordelijk zijn voor die afname, ressorteren onder de sector engineering & manufacturing.

In dezelfde periode zagen bedrijven met een overwegend vrouwelijk personeelsbestand hun voltijdse banen groeien met 22 procent. Deze bedrijven behoren overwegend tot de sector van de dienstverlening (verantwoordelijk voor 56 procent van de stijging) en de retail- & vrijetijdssector (38 procent van de stijging).

Nieuwe jobs zijn vaak deeltijdse jobs

De deeltijdse banen namen aanzienlijk toe: er werden 30.000 nieuwe deeltijdse jobs gecreëerd. In 2006 was 75 procent van alle deeltijdse banen in handen van vrouwen. Van de nieuwe posities die sindsdien werden gecreëerd, ging het grootste deel (54 procent) echter naar mannen, waarmee er meer dan 16.000 deeltijdse werkers bijkwamen (een stijging met 40 procent sinds 2006). In 2016 was 15 procent van de mannen deeltijds aan het werk, wat een stijging betekent met 5 procent in vergelijking met 2006.

Dat weerspiegelt de behoefte aan een meer flexibele inzet op de arbeidsmarkt. In 2016 is een derde van de jobs in de steekproef deeltijds. Als het huidige tempo aanhoudt, zal tegen 2040 bijna de helft van alle banen deeltijds zijn.

Bedrijven met een divers personeelsbestand presteren beter

Bedrijven met een goede mix van mannen en vrouwen genereren veel meer omzet per FTE dan bedrijven die overwegend vrouwen of overwegend mannen tewerkstellen. Dat feit benadrukt de positieve impact van diversiteit op de prestaties van bedrijven.

Het oeroude Belgische pijnpunt: loonkosten

De gemiddelde kosten per FTE stegen in België met 16 procent in de laatste 10 jaar. In 2016 bedroegen de kosten per FTE in België 271k euro en lagen ze hoger dan in 2015 (269k euro). Naast dit negatieve gegeven liggen onze kosten per FTE veel hoger dan in Europa (de West-Europese mediaan is 150k euro). Bovendien slaagde West-Europa erin de kosten te verlagen in 2016 (in 2015 was de mediaan 168k euro).

De gemiddelde vergoeding steeg in België (+26,5 in vergelijking met 2006). We zien ook een toename van de gemiddelde vergoeding in West-Europese landen. Het Belgische mediaanloon lag echter veel hoger (64,8k euro) dan het West-Europese (53,6k euro) in 2016.

België worstelt dan ook nog steeds met zware totale kosten en loonkosten, wat ons land verhindert om zijn topproductiviteit te vertalen in een zeer hoge 'return on investment' voor medewerkers. Dat heeft dan ook een negatief effect op de aantrekkingskracht voor investeerders.

Inefficiënte opleidingen

In 2016 steeg het aantal opleidingsuren voor werknemers in België (gemiddeld 22,6 uur per FTE, +23 procent in vergelijking met 2006). De mediaan van de opleidingsuren steeg eveneens in 2016 (13,5 versus 13,3 in 2006). In tegenstelling tot België, verstrekt West-Europa minder opleidingsuren aan werknemers dan in 2006 (mediaan van 17 uren per FTE in 2016, -6 procent), maar werknemers in West-Europa krijgen toch nog steeds meer opleidingsuren dan werknemers in België.

Verrassend genoeg investeert België meer in opleiding dan West-Europa. In 2016 investeerde België 679 euro per FTE (tegenover 454 euro per FTE in 2006), terwijl West-Europa 568 euro per FTE investeerde (724 euro per FTE in 2006). België staat dan ook voor een heuse uitdaging om zijn opleidingen beter en efficiënter te organiseren.

Bron: PwC (pwc.be)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen