< Terug naar overzicht

Echte kostenvergoedingen of verdoken loon?

Kostenvergoedingen zijn bijzonder populair, aangezien ze niet onderworpen zijn aan RSZ-bijdragen. Om die reden trekken kostenvergoedingen bij controles steevast de aandacht van de inspectiediensten. Gaat het om ‘echte kostenvergoedingen’ of om ‘verdoken loon’?

In twee recente arresten zette het arbeidshof van Brussel de krijtlijnen op het gebied van de onkostenvergoeding nog eens duidelijk uiteen. In de eerste zaak was de RSZ van mening dat een forfaitaire kostenvergoeding van 371,84 euro, toegekend aan een financieel directeur, verdoken loon was. De RSZ vorderde hierop RSZ-bijdragen. Het arbeidshof volgde de RSZ niet en meende dat de kostenvergoeding voldeed aan alle voorwaarden om vrijgesteld te worden van RSZ-bijdragen. Het moet vooreerst gaan om kosten die het gevolg zijn van de tewerkstelling. Dit betekent niet dat ze inherent moeten zijn aan de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, al mogen het geen privékosten zijn.

Kosten voor opleidingen die door de directeur vrij konden gekozen worden en bovendien in de privétijd werden gevolgd, zijn daarom niet noodzakelijk privékosten. Ze werden immers door de directeur gemaakt om op de hoogte te blijven van de laatste nieuwigheden in zijn beroepsdomein. De arbeidsovereenkomst van de directeur verplichtte hem bovendien uitdrukkelijk om zich voortdurend bij te scholen. Daarnaast is vereist dat de vergoeding werkelijk gemaakte kosten dekt. Ze mag dus niet worden toegekend om de werknemer te verrijken.

Het arbeidshof beklemtoonde in beide arresten dat het aan de RSZ toekomt om aan te tonen dat een forfaitaire kostenvergoeding geen reële ‘kosten ten laste van de werkgever’ dekken. Wanneer de RSZ er echter in slaagt om feiten aan te brengen die doen vermoeden dat de onkostenvergoeding ‘loon’ uitmaakt (bijvoorbeeld omdat de kosten ook afzonderlijk worden terugbetaald op voorlegging van onkostennota’s), is het aan de werkgever om aan te tonen dat de onkostenvergoeding wel reële kosten dekt. In casu bleek dat de financieel directeur vaak telefonische vergaderingen had met de Amerikaanse moedervennootschap die, omwille van het tijdsverschil, enkel ’s avonds konden plaatsvinden. Om deze reden aanvaardde het arbeidshof de relatief hoge vergoeding voor de inrichting van een bureau thuis en de daaraan verbonden werkingskosten (telefoon, internet,…).

Deze arresten herinneren ons aan de voornaamste principes bij de toekenning van kostenvergoedingen. Hieruit blijkt ook dat de arbeidshoven en –rechtbanken in geval van discussie grondig onderzoeken, per kostenpost en per werknemer, of het gaat om ‘echte kostenvergoedingen’. Hierbij wordt rekening gehouden met alle concrete omstandigheden, eigen aan de zaak. Indien er wordt gewerkt met een kostenforfait, kan het nuttig zijn om gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld één kwartaal) bewijsstukken bij te houden van de reële kosten, zodat de toegekende forfaitaire vergoeding bij een eventuele controle gemakkelijker kan worden verantwoord.


Arbeidshof Brussel, 8 januari 2008 en 21 februari 2008, J.T.T. 13/ 2008, 212 en 227


src="http://www.hrsquare.be/Images/logos/ce.jpg" alt="images" border="0" width="150" height="27" />

images

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen