< Terug naar overzicht

De loonhandicap, andermaal

Bij ongewijzigd beleid stevenen de Belgische ondernemingen eind 2008 af op een loonkostenhandicap van 12% ten opzichte van hun concurrenten in de drie buurlanden. Dat is één van de blikvangers waarmee het VBO zijn Statistisch Zakboekje heeft geactualiseerd.

Het VBO brengt het derde nummer uit – het tweede in gedrukte vorm – van zijn Statistisch Zakboekje over lonen, werk, werkloosheid, arbeidsorganisatie, welzijn op het werk en sociale zekerheid. Het is een werkstuk van de departementen Arbeidsverhoudingen en Sociale Zekerheid en werpt een bijzonder licht op 25 specifieke thema’s door telkens onder een sprekende titel een grafiek of tabel en een korte commentaar te plaatsen. Het VBO hoopt dat de regering deze bevindingen voor ogen houdt als ze in juli belangrijke beleidsbeslissingen neemt.

Enkele blikvangers.



Bij ongewijzigd beleid stevenen de Belgische ondernemingen eind 2008 af op een loonkostenhandicap van 12% ten opzichte van hun concurrenten in de drie buurlanden. Deze berekening houdt rekening met de recentste vooruitzichten (juni 2008) van de OESO i.v.m. de loonkostenontwikkeling. Alleen al in de lopende periode 2007-2008 van het interprofessionele akkoord (IPA) dreigt de ontsporing op 2,7% uit te komen.
De hogere inflatie holt de koopkracht van de Belgische werknemers niet uit. Sinds 1996 zijn de brutolonen in België 9% sterker gestegen dan de inflatie. De werkelijke koopkracht van de werknemers is er dus sindsdien gemiddeld met 9% op vooruitgegaan. Hierin is trouwens nog geen rekening gehouden met koopkrachtverhogingen als gevolg van belastingverminderingen. Voor de laagste inkomensgroepen, die daadwerkelijk te lijden hebben onder de prijsstijgingen van de voorbije maanden, zijn gerichte maatregelen die de bedrijven niet op kosten jagen aangewezen.
De Belgische minimumlonen horen bij de hoogste ter wereld: 1336 euro bruto per maand (toestand in juni 2008) is het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Op 1 oktober 2008 komt daar normalerwijze ten gevolge het IPA 2007-2008 nog eens 25 euro bovenop. Enkel Luxemburg en Ierland doen nog beter in een rangschikking van 20 Europese lidstaten plus Turkije.
Tijdelijk werk is in 7 op 10 gevallen een opstap naar vast werk. Van alle Belgische werknemers die aan de slag gaan met een tijdelijk contract - een contract van bepaalde duur of een uitzendcontract – heeft 70% drie jaar later een contract van onbepaalde duur, bij dezelfde of een andere werkgever. België is met deze score koploper in Europa.

Het Statistisch Zakboekje 2008 kan u vinden en downloaden op www.vbo.be (rubriek ‘Publicaties-Cijfers en feiten’).

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen