< Terug naar overzicht

De hoogste inkomens zijn zelden openbaar

Belgische bedrijven sparen zich geen moeite om openbaar inzicht te verschaffen in de werking van hun bestuursorganen. Dat feit heeft professor Christoph Van Der Elst van de Universiteit Gent “aangenaam verrast” toen hij 40 vennootschappen onderzocht naar aspecten van corporate governance. De individuele bekendmaking van de inkomens van de CEO en van de niet-uitvoerende bestuurders ligt moeilijker. Zeker als die hoog zijn.

In oktober 2004 kwam de exuberante beloning van gedelegeerd bestuurder Jan Coene bij het Ieperse bedrijf Picanol aan het licht en ze shockeerde half België.

De feiten leidden snel tot het wetsontwerp van Patrik Vankrunkelsven (VLD), dat beursgenoteerde bedrijven zou verplichten de bezoldigingen bekend te maken van de gedelegeerd bestuurder of CEO, van alle leden van de raad van bestuur en het directiecomité en van de drie best bezoldigde personen met leidinggevende verantwoordelijkheid. Maurice Lippens en zijn Commissie voor Deugdelijk Bestuur stelden op hetzelfde moment een corporate governance-code op. Die Code Lippens vraagt enkel de openbaarmaking van de vergoedingen van de CEO als individu en van het directiecomité als groep.

Het gebrek aan communicatie tussen de regering (premier Verhofstadt drong aan op een snelle regeling) en de commissie Lippens was pijnlijk, het gelijktijdig verschijnen van beide documenten haast schrijnend.

Het was een voorbeeld van de paarse haastpolitiek: het wetsontwerp dat in de Senaat was goedgekeurd, geraakte in het voorjaar niet door de Kamer, “amendementen zouden worden ingevoerd”. De kamercommissie Handelsrecht vroeg in juli advies aan de Raad van State, het debat werd uitgesteld tot oktober. Coene is al lang uit het publiek geheugen gewist, de herrie is voorbij, zo ook de politieke ijver. Plots grijpen de liberalen, het is frappant, opnieuw naar de Code Lippens. “Globale openbaarheid van de directielonen kan volstaan”, luidt het.

Nuttige idioot Vankrunkelsven wordt bedankt.

Ondertussen ging professor Van Der Elst na hoever bedrijven op dit moment staan met de openbaarheid van topbezoldigingen. Hij nam 40 willekeurig gekozen ondernemingen onder de loep, waarvan negen Bel-20-vennootschappen. Hij doorpluisde de jaarverslagen en bestudeerde de corporate governance-charters die sommige bedrijven op hun website plaatsten. Uit die analyse besluit Van Der Elst tot zijn tevredenheid dat Belgische ondernemers wel degelijk werk maken van het verwerven van inzicht in en controle op de bestuursorganen en de interne werking.

De lonen van topmanagers prijsgeven, ligt al wat moeilijker. Ongeveer de helft van de ondernemingen vermeldt de individuele vergoeding van niet-uitvoerende bestuurders en vijf van de 40 bedrijven geeft het prijskaartje voor de gehele groep. “Een vermelding in groep verbergt meestal een hogere gemiddelde vergoeding dan in andere bedrijven”, stelt Van Der Elst vast. Stille waters hebben diepe gronden. Verder geeft amper tien van de 40 bedrijven informatie over de inkomsten van de CEO, hoewel de Code Lippens dit voorschrijft.

Toch ziet Van Der Elst het allemaal wel goed komen. Veel bedrijven beloven in hun jaarverslag dat ze volgend jaar werk maken van die openbaarheid van toplonen. “Bedrijven zijn duidelijk bereid om transparanter te worden”, zegt de professor. “Het lijkt me in elk geval geen goed idee om de bedrijfswereld bij wet tot transparantie te verplichten.

Gun hen het voordeel van de twijfel. Later kan je nog altijd ingrijpen.”

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen