< Terug naar overzicht

Crisis deed koopkracht niet dalen

Sinds 2008 zijn de salarissen voor de gemiddelde werknemer in België gestegen met 1,8 procent bovenop de inflatie. Ondanks de crisis is de koopkracht voor deze groep werknemers in de voorbije jaren dus licht gestegen.

Sinds de wereldwijde recessie zijn in West-Europa sinds 2008 geen significante dalingen in koopkracht waarneembaar voor de gemiddelde groep werknemers (uitvoerende functies waarvoor geen hogere opleiding vereist is). In België is de koopkracht zelfs licht gestegen met 1,8 procent. Alleen in Duitsland en Frankrijk is het besteedbaar inkomen sterker toegenomen met respectievelijk 4,2 procent en 5,1 procent. In Nederland is de koopkracht vrijwel stabiel. Met een daling in koopkracht van 3,1 procent en 2,9 procent vormen respectievelijk Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk een uitzondering. Dat blijkt uit jaarlijks onderzoek van Korn Ferry Hay Group bij 20 miljoen werknemers, verdeeld over 25.000 organisaties, in 110 landen.

Perceptie versus realiteit

De relatief stabiele koopkrachtontwikkeling in België en onze buurlanden heeft te maken met ons sociaal overlegmodel en automatische loonindexering. Daarnaast vindt loonmatiging voor hogere kaderfuncties plaats waardoor het verschil in beloning tussen de gemiddelde werknemer en de senior manager niet is toegenomen sinds 2008.

Er liggen dus kansen voor werkgevers om de vaak negatieve perceptie rond de salarisontwikkeling bij te stellen. Werknemers hebben vaak het gevoel erop achteruit te gaan, maar dat blijkt niet uit de cijfers die rekening houden met de inflatie.

Wereldwijde evoluties

De gemiddelde werknemer in de Verenigde Staten is met 14,8 procent in koopkracht achteruitgegaan sinds 2008. Opvallend hierbij is dat het Amerikaans bruto nationaal product in deze periode met 10 procent is gestegen en dat Amerikaanse senior managers hun koopkracht met 3,5 procent zagen stijgen. De groeiende kloof tussen het loon van de modale werknemer en dat van de best betaalden was dan ook een agendapunt op de recente G20-conferentie.

De salarisstijgingen binnen ‘emerging markets’ verschillen enorm. China en Indonesië kenden in de periode 2008-2015 de hoogste stijgingen met respectievelijk 11 procent en 9 procent, veroorzaakt door de krapte op de arbeidsmarkt voor hoogopgeleiden. Anderzijds werden in Turkije, Rusland en Brazilië de afgelopen jaren salarissen gereduceerd met respectievelijk 34 procent, 17 procent en 15 procent. 

Bron: Korn Ferry Hay Group (kornferry.com)


Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen