< Terug naar overzicht

Betere ontslagregeling voor arbeiders

Na meer dan 27 uur onderhandelen hebben de sociale partners en de regering een compromis beklonken over de opzeggingstermijn voor arbeiders en bedienden en de carenzdag. Een aantal elementen moet nog uitgewerkt worden via sectorale arbeidsovereenkomsten.

Zoals het Grondwettelijk Hof eist, komt er een einde aan de discriminatie tussen arbeiders en bedienden inzake de opzegtermijnen en de carenzdag, de eerste ziektedag die bij veel arbeiders niet uitbetaald wordt. Het compromis dat totstandgekomen is door pendeldiplomatie van minister van Werk Monica De Coninck, haar kabinetschef Eva Van Hoorde en Yasmine Kherbache, kabinetschef van eerste minister Di Rupo, bevat twee delen.

Ontslagregeling


Vanaf 1 januari 2014 komt er een geleidelijke gelijkschakeling van de opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden waardoor arbeiders meer krijgen, lagere bedienden ongeveer hetzelfde en hogere bedienden flink inleveren.

Vandaag hebben arbeiders recht op 35 tot 112 dagen, naargelang de anciënniteit. Lagere bedienden krijgen minimum drie maanden per schijf van vijf jaar anciënniteit. Voor hogere bedienden wordt rekening gehouden met het loon, de functie en de anciënniteit. Voor hen wordt vaak de formule-Claeys gehanteerd. Grosso modo kan men zeggen dat zij een maand per jaar anciënniteit krijgen.

Bij ontslag wordt de opzeggingstermijn in verschillende fasen opgebouwd:
- na drie maanden twee weken opzeg;
- na zes maanden vier weken opzeg;
- na negen maanden zes weken opzeg.

- Vanaf 10 maanden komt er één week opzeg extra bij per kwartaal tot twee jaar, tot een opzeggingstermijn van 11 weken.
- Vanaf twee jaar komt daar één week extra bij per kalenderjaar tot vijf jaar.
- Vanaf vijf jaar anciënniteit komen er drie weken per kalenderjaar extra bij tot 62 weken bij een anciënniteit van 20 jaar.
- Vanaf 20 jaar anciënniteit komt er één week opzeg extra bij per begonnen jaar.

Bedienden die nu al aan het werk zijn, behouden alle bestaande rechten en verliezen hun anciënniteit niet. Voor anciënniteit die na 1 januari opgebouwd wordt, geldt de nieuwe regeling. Voor arbeiders komt er een fiscale compensatie voor de discriminatie in het verleden. Voor sommige sectoren met veel arbeiders, zoals de bouw, metaal en textiel, zijn uitzonderingen mogelijk.

De meerkosten voor de werkgevers zouden deels via lastenverlagingen (een vermindering van de bijdragen voor het sluitingsfonds) en andere compenserende maatregelen worden opgevangen.

Outplacement


Het recht op outplacement wordt uitgebreid naar alle werknemers die worden ontslagen vanaf het begonnen zevende jaar anciënniteit. Nieuw is dat de kostprijs voor het outplacement verrekend wordt met de opzeggingsvergoeding als die hoger is dan zes maanden. Anders gezegd: een opzeggingsvergoeding van zeven maanden bestaat uit zes maanden opzeggingsvergoeding en een pakket van vier weken outplacement.

Motivering


Het ontslag zal ook moeten gemotiveerd worden door de werkgever.

Carenzdag


De carenzdag wordt eenvoudigweg afgeschaft en ter compensatie zal er strenger en meer gecontroleerd worden op ziekteverzuim. De meerkost zal deels door de werkgevers en deels door de regering gedragen worden. Hoe de lasten zullen verdeeld worden, is nog niet duidelijk.

Andere verschillen


Over de andere verschillen tussen arbeiders en bedienden, zoals vakantiegeld, het gewaarborgd loon, de technische werkloosheid en de aanvullende pensioenen, moet er een akkoord zijn tegen het einde van het jaar.

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen