< Terug naar overzicht

België doet het goed in Europese opleidingsklas

De meeste sectoren in Vlaanderen zijn nog een heel eind verwijderd van de vooropgestelde streefcijfers inzake opleidingsinvesteringen en opleidingsparticipatie van werknemers. Anderzijds doen we het in Europees perspectief niet zo slecht. We behoren tot de betere middenmoot.

In een nieuwe 'arbeidsmarktflits' bekijkt het Steunpunt Werk en Sociale Economie de opleidingsinvesteringen en de opleidingsparticipatie van werknemers in de bedrijfssectoren in het licht van enkele frequent gehanteerde opleidingsdoelstellingen.

Investeringsdoelstelling en participatiegraad


Al verscheidene jaren bestaat er op federaal niveau een opleidingsinvesteringsdoelstelling die beoogt dat 1,9 procent van de loonmassa in ondernemingen wordt besteed aan de vorming van werknemers. Daarnaast bestaat de ambitie om tegen 2010 een opleidingsparticipatiegraad van 50 procent onder werknemers te bereiken.
Op basis van een raming door het Steunpunt WSE, aan de hand van gegevens uit de sociale balansen van de ondernemingen over formele voortgezette beroepsopleiding, blijkt er nog een lange weg af te leggen om deze doelstellingen te bereiken. En dit zowel op Belgisch als op Vlaams niveau.
In 2006 werd in de Vlaamse bedrijven 0,98 procent van de loonmassa aan de opleiding van werknemers besteed. Daarnaast nam drie op de tien werknemers (30,3 procent) deel aan voortgezette beroepsopleiding.
Voor België liggen de cijfers iets hoger (een opleidingsinvesteringsniveau van 1,04 procent van de loonmassa en een participatiegraad van 31,4 procent), vooral te danken aan de hogere scores voor de Brusselse bedrijfswereld, die wordt gekenmerkt door de sterke aanwezigheid van bedrijven en werknemers in eerder opleidingsgerichte dienstensectoren (zoals de financiële sector).

Sectorale verschillen


Geen sector in België bereikt beide opleidingsdoelstellingen. Komen wel dicht in de buurt: de financiële en chemische sector.
In de financiële sector wordt wel de investeringsdoelstelling ruimschoots behaald (2,4 procent van de loonmassa), maar blijft de participatiegraad nog net steken onder de 50 procent. In de chemische nijverheid is het net omgekeerd: de participatiegraad loopt er alvast op tot net geen 70 procent, terwijl de financiële investeringsindicator nog net onder de doelstelling blijft (score van 1,83 procent van de loonmassa).
Twee andere sectoren flirten met de 50 procent-participatiedoelstelling: de vervaardiging van transportmiddelen (waaronder de automobielsector) en de gezondheidszorg. In beide sectoren bedraagt de participatiegraad 48 procent. De transportmiddelensector neigt met een opleidingsinvesteringsniveau van 1,6 procent van de loonmassa tevens in de richting van de financiële doelstelling.
Het gros van de bedrijfssectoren is echter nog een heel eind verwijderd van beide doelstellingen. Verscheidene sectoren hebben een investeringsniveau van minder dan 1 procent van de loonmassa en een opleidingsdeelname van nauwelijks 20 procent (zoals de horeca, de bouwnijverheid of de collectieve diensten, waaronder de socio-culturele sector).
Enige kanttekening bij de financiële opleidingsdoelstelling is wel op zijn plaats: een hoge opleidingskost garandeert niet steeds een hoge opleidingsinspanning.

In de betere Europese middenmoot


In Europees perspectief doen we het niet zo slecht. Zo vergeleek het Steunpunt WSE de scores op de opleidingsindicatoren voor de verschillende Europese landen op basis van de CVTS-enquête, een Europees geharmoniseerde bedrijfsbevraging naar opleidingsinspanningen in bedrijven vanaf tien werknemers. Hierin behoren België en Vlaanderen tot de betere middenmoot.
Op het vlak van:
  • [ONDERLIJND]de financiële opleidingsinspanningen[/ONDERLIJND] bevindt ons land zich op het niveau van het gemiddelde voor de Europese Unie. In Vlaanderen liggen de opleidingsinvesteringen 12 procent lager in vergelijking met België of de EU.

  • [ONDERLIJND]de opleidingsparticipatie van werknemers [/ONDERLIJND]doen Vlaanderen en – vooral – België het beduidend beter dan het Europees gemiddelde. In België ligt de participatiegraad verhoudingsgewijs 21 procent hoger dan gemiddeld in Europa, in Vlaanderen is dit 9 procent hoger. In de grotere bedrijven doet België het zelfs nog heel wat beter.

  • [ONDERLIJND]de opleidingsduur[/ONDERLIJND] scoort België ook hoog in Europees perspectief. Enkel in Zweden is het aandeel opleidingsuren ten opzichte van de totale werkduur hoger dan in ons land. In België wordt bijna dubbel zoveel tijd van de werkduur gespendeerd aan de opleiding van werknemers dan gemiddeld in Europa. In Vlaanderen is dit iets minder, maar nog steeds meer dan het Europees gemiddelde.


  • Tot slot nog dit: de meest recente cijfers waarop het Steunpunt WSE kan terugvallen, dateren van 2006 (sociale balansen) of 2005 (CVTS). Wellicht zijn onder de verslechterde economische omstandigheden de opleidingsinspanningen en –investeringen van Belgische en Europese bedrijven sterk onder druk komen te staan.

    De volledige arbeidsmarktflits waarin het Steunpunt WSE de opleidingsinspanningen in de bedrijven toetst, vindt u hier.

    Geef als eerste een reactie

    Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
    < Terug naar overzicht

    U zoekt, u vindt !

    HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

    Word nu lid !
    Geniet van de voordelen