< Terug naar overzicht

arbeidsduur op jaarbasis.Vorming in de voedingsindustrie: Een opleiding voor één op twee werknemers

De tweede grootste en een van de meest stabiele industriële werkgevers is de voedingsnijverheid. Het IPV zorgt er al vijftien jaar voor opleiding en vorming. Hoe werkt dit paritair sectoraal vormingsfonds en waarom is vorming zo noodzakelijk in voedingsbedrijven?

Het Instituut voor Professionele Vorming van de Voedingsnijverheid (IPV), recent herdoopt tot Initiatieven voor Professionele Vorming, vierde eind januari zijn vijftienjarig bestaan. Het is een van de paritaire sectorale vormingsfondsen die ontstonden naar aanleiding van het Interprofessioneel Akkoord van 1988. "Ook een geschoolde vakman met heel wat werkervaring vraagt om opleiding."

Werkgevers en vakbonden van de voedingssector gaven het IPV vorm in 1989 door de oprichting van twee vzw's met een werking voor arbeiders en bedienden. De eerste jaren lag het accent op de toekenning van opleidings- en tewerkstellingspremies aan bedrijven en de uitbouw van opleidingsprojecten voor werkzoekenden. Later begon IPV ook zelf opleidingen te organiseren voor werknemers en startte het met de ondersteuning van alternerend leren voor deeltijds lerende jongeren. Op het einde van de jaren 1990 maakte het Instituut een grote sprong voorwaarts. IPV staat vandaag ten dienste van meer dan 7000 bedrijven die samen 87.000 personen tewerkstellen.
IPV in een hogere versnelling
Jaar na jaar werkt IPV met meer voedingsbedrijven samen in opleidingsprojecten voor werknemers, werkzoekenden, leerkrachten of leerlingen. In 2003 steeg dit aantal tot 750 bedrijven. Het aantal deelnemers aan IPV-opleidingen nam toe tot bijna 14.000. Daarnaast volgden 325 werkzoekenden een opleiding van IPV en haar partners. FormAlim, het Waals competentiecentrum van Forem en IPV, vormde nog eens 245 werkzoekenden. Ongeveer 120 leerlingen namen deel aan het industrieel leerlingenwezen.
In 2003 bereikte het IPV ook meer KMO's: één op vier bedrijven met 20 tot 50 werknemers en één op twee bedrijven met 50 tot 100 werknemers. De kleinste bedrijven (minder dan 10 werknemers) blijven erg moeilijk te strikken, al werd ook daar een verdubbeling vastgesteld.
Sectorspecifieke opleidingen over voedselveiligheid en zelfcontrole blijven groeiers: HACCP, hygiëne, BRC en GMP waren in 2003 goed voor de helft van het aantal deelnemers. Het opleidingsaanbod op dit vlak werd eveneens uitgebreid met introductiesessies IFS. IPV introduceerde aan Nederlandstalige zijde bovendien een specifieke HACCP-opleiding voor KMO's en een opleiding voor productieverantwoordelijken over de praktische toepassing en dagelijkse opvolging van het HACCP-plan. Aan Franstalige zijde voert IPV diverse nieuwe modules in over bijvoorbeeld de transfer van de hygiëneboodschap naar de operatoren en de hygiëneregels bij opslag en transport. In samenwerking met CEQUAL introduceert IPV een clusterformule voor opleiding en begeleiding van voornamelijk KMO's, gericht op het bereiken van de vereisten van de nieuwe wetgeving op autocontrole.
Ook de adviesverlening bleef aan belang winnen: over het opleidingsaanbod of subsidies, maar ook over coaching bij opleidingsplanning, het opzetten van instroomprojecten of diversiteitsplannen. Daarvoor legden IPV-adviseurs jaarlijks meer dan 500 bedrijfsbezoeken af.


De bestuursorganen zijn paritair samengesteld en tellen evenveel vertegenwoordigers van werkgevers als van werknemers. Volgens IPV-directeur Henk Dejonckheere schept dat geen enkel probleem: "Juridisch bestaan we nog steeds uit twee vzw's, maar die worden als één vzw bestuurd en aangestuurd. Er is een gezamenlijke strategie met langetermijndoelstellingen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Die wordt met de sociale partners om de twee à drie jaar bepaald over CAO-periodes heen."
> Bijblijven en voedselveiligheid
Bijdragen tot het evenwicht op de arbeidsmarkt en de verdere groei van de voedingsindustrie ondersteunen via vorming en begeleiding is de missie van IPV. De objectieven zijn dus veelvoudig. Eerst en vooral staat het aanzwengelen van de levenslange vorming van werknemers op de agenda, zodat er snel kan ingespeeld worden op hun behoeften, ze hun werk efficiënter kunnen uitoefenen en ze op die manier hun werk en hun waarde voor de arbeidsmarkt kunnen behouden.
Bij een vergelijking tussen de voedingsindustrie en het bedrijfsleven in het algemeen valt op dat in de voeding veel meer werknemers een diploma hebben van lager, lager secundair of hoger secundair onderwijs. Gediplomeerden van het hoger onderwijs korte en lange type zijn veel schaarser. Er valt dus nog heel wat in te halen. Bovendien vereisen de technische evoluties en de nieuwe productiemethodes steeds meer gekwalificeerd personeel. Zolang de techniek vooruitgaat, kan het opleidingsbeleid niet op routine draaien en is permanente bijscholing noodzakelijk om de concurrentie het hoofd te bieden. Ook een geschoolde vakman met heel wat werkervaring, vraagt dus om opleiding.
Sectorale vormingsfondsen
De voorbije tien jaar hebben de sectorale vormingsfondsen een plaats bemachtigd op de opleidingsmarkt. De meeste daarvan zijn ontstaan naar aanleiding van het Interprofessioneel Akkoord van 1988. Deze fondsen beperken zich niet tot een louter vormingsbeleid. Ze fungeren meer en meer als een soort denktank, een centrum waar de sectorale knowhow en expertise worden gebundeld om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te verbinden. Vorming blijft de hoofdbrok, maar daarnaast wordt ook geïnvesteerd in sectorale behoeftestudies, wordt geëxperimenteerd met toeleidingstrajecten, trajectbegeleiding en outplacement. Meestal wordt eveneens een uitgebreide dienstverlening verzorgd voor de bedrijven uit de sector.
De belangrijkste sectorale vormingsfondsen zijn:

Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector (www.horecanet.be)
CEVORA is het opleidingscentrum van het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden (www.cevora.be)
COBOT staat voor Centrum voor Opleiding, Bij- en Omscholing in de Textiel- en Breigoednijverheid (cobot.skynet.be)
EDUCAM is de Stichting Beroepsopleiding Autosector en aanverwante sectoren zoals metaalhandel, terugwinning van metalen en edele metalen (www.educam.be)
FOPAS staat voor Fonds ter bevordering van de werkgelegenheid en de opleiding in de verzekeringssector (www.fopas.be)
FVB is het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid (www.fvbffc.be)
GRAFOC is het Grafisch Opleidingscentrum voor de grafische sector (www.grafoc.be).
INOM is het sectoraal vormingsfonds voor arbeiders en bedienden werkzaam in de metaal- en technologische industrie (www.inom.be)
IPV staat voor Initiatieven voor Professionele Vorming van de Voedingsnijverheid (www.ipv-ifp.be)
IVOC is het Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie (www.ivoc.be)
LOGOS is het vormingsfonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken (www.logosinform.be)
OCH is het Opleidingscentrum voor de Houtsector (www.och-cfb.be)
OCS is het Opleidingscentrum van de Schoonmaak (www.absugbn.be)
VCL werd reeds opgericht in 1975 om lassers te vervolmaken (www.v-c-l.be)
voor de scheikundige nijverheid is er het Fonds voor Vorming arbeiders en bedienden (www.fondschem.be)
voor de social profit zijn er VESOFO (www.afosoc-vesofo.org) en VSPF (www.vspf.org)
voor de transportsector is er het Sociaal Fonds voor het goederenvervoer en aanverwante activiteiten
Vormelek staat de bedrijven uit de elektrotechnische sector bij in hun opleidingprojecten (www.vormelek.be).

Daarnaast bestaan er nog provinciaal georganiseerde sectorale vormingsfondsen (bijvoorbeeld in de metaalsector).


Voor de voedingsnijverheid maakt 'bijblijven' slechts een van de motieven uit om te investeren in opleiding. De dioxinecrisis zorgde voor een mentaliteitsverandering. Zowel de overheid als private instanties leggen de voedingsbedrijven strenge normen op en voeren veelvuldig audits uit. Ze eisen permanente controles en een correcte behandeling van de voedingswaren voor, tijdens en na de productie. Opleiding helpt het personeel om met die hoge eisen om te gaan. Er bestaat bovendien geen standaardopleiding voor een veilige voedingsproductie. Elke onderneming heeft haar eigenheid qua grondstoffen, productie en werkwijze, zodat een bedrijfsspecifieke aanpak nodig is. Voedselveiligheid is dan ook een centraal thema voor IPV met opleidingen en coaching rond HACCP (Hazard Analysis of Critical Control Points), BRC (British Retail Consortium), GMP (Good Manufacturing Practices), hygiënebeleid, reiniging en desinfectie. De voorbije drie jaar volgden meer dan 10.000 werknemers opleidings- en begeleidingstrajecten over deze thema's.
> Krapte op de arbeidsmarkt
Brood- en banketbakkers, vleesbewerkers, technici: voor tal van functies in de voedingsindustrie is het moeilijk om op de arbeidsmarkt mensen te vinden. Te weinig jongeren kiezen voor een studierichting die hen voorbereidt op een job in de voedingsnijverheid. Toch moeten de vacatures ingevuld geraken, of er nu geschikte kandidaten zijn of niet. Dit zet bedrijven ertoe aan te investeren in bijscholingen voor personeel dat reeds in dienst is, waarvan het takenpakket dan uitgebreid of gewijzigd wordt. IPV zorgt eveneens voor opleiding van werkzoekenden, van uitzendkrachten voor seizoensgebonden productiepieken en van leerlingen, opdat zij gemakkelijker werk vinden in de sector. "Zolang de techniek vooruitgaat, kan het opleidingsbeleid niet op routine draaien."
Daarnaast verstrekt IPV informatie en advies over financiële steunmaatregelen, functieprofielen, de instroom van verschillende kansengroepen bij diversiteitsplannen, opleidingen bij herstructurering, sluiting of collectief ontslag, en de organisatie van regionale opleidingsplatformen. Er wordt gewerkt aan de uitbouw van een kenniscentrum dat al deze expertise bundelt.
Henk Dejonckheere meent dat er voor IPV nog heel wat uitdagingen voor de toekomst zijn, waar nu al mee gestart werd: "We trachten de bedrijven te sensibiliseren en te ondersteunen om competentiemanagement structureel in te voeren en werkplekleren vorm te geven. We willen ook nog meer KMO's over de streep trekken. Dat lukt nu al aardig, maar er is nog een lange weg te gaan. En we hebben eveneens al heel wat stappen gezet om onderwijs en industrie dichter bij elkaar te brengen, maar toch is er ook daar nog werk aan de winkel."
> Wie zal dat betalen?
Alle activiteiten van IPV worden gefinancierd door de bedrijven uit de sector via een opleidingsbijdrage van 0,20% van de loonmassa. "Die investering in vorming is de basisafspraak", zegt Dejonckheere. "Dat bedrag wordt aangevuld met gelden van verschillende overheden voor projectfinanciering. Hoewel we enorm veel zaken opzetten en realiseren, geraken we daarmee toch rond. Onze basisstrategie is zoveel mogelijk te zorgen voor inplanting en bekendheid in de sector. Dat is al vrij goed gelukt, want 80% van de bedrijven met meer dan tien medewerkers kent ons. Dat maakt het mogelijk dat onze open opleidingen, die vroeger gratis waren, nu voor een deel betalend zijn en de deelnemers toch volop blijven komen. Ook met die middelen kunnen we dan weer creatief omspringen."
De jongste jaren werden de sectorale opleidingsinstanties meer en meer een beleidspartner en zoeken overheidsinstanties de samenwerking op. Tijdens de viering van 15 jaar IPV riep minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke de voedingsindustrie op tot een pioniersrol bij de uitvoering van het Vlaams Werkgelegenheidsakkoord. "De toepassing van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid in de sectoren zal, meer dan nu het geval is, nood hebben aan meetbare doelstellingen op lange termijn. Ik zou dan ook de overeenkomsten met de sectoren, de zogenaamde sectorconvenants, graag zien evolueren van intentionele naar harde engagementen", zo stelde de minister. De sociale partners van de voedingsindustrie repliceerden met hun ambitie om tegen 2010 jaarlijks voor een aangepaste opleiding te zorgen voor één op twee werknemers uit de sector. Wie doet het hen na?

Info en brochure: www.ipv-ifp.be


Henk Dejonckheere (IPV): "Er zijn nog heel wat uitdagingen: bedrijven ondersteunen om competentiemanagement in te voeren, werkplekleren vormgeven, meer KMO's over de streep trekken, onderwijs en industrie dichter bij elkaar brengen."
Hendrik De Schrijver

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen