< Terug naar overzicht

Alleenstaande werknemer houdt amper 44,8 euro over van elke 100 euro loon die hij aan zijn werkgever kost

Volgens het laatste ‘Taxing Wages 2009’-rapport van de OESO houdt een alleenstaande werknemer amper 44,8 euro over van elke 100 euro loon die hij aan zijn werkgever kost. 55,2 euro wordt afgeroomd ten voordele van de overheid en sociale zekerheid, tegenover 36,4 euro gemiddeld in de 30 onderzochte landen. Dat is alvast één van de sociaaleconomische uitdagingen waar België voor staat, zo blijkt uit het nieuwe statistisch zakboekje van het VBO over lonen, werk, werkloosheid, de arbeidsorganisatie en de sociale zekerheid.

Het VBO publiceert voor de zevende keer op rij zijn statistisch zakboekje over lonen, werk, werkloosheid, de arbeidsorganisatie en de sociale zekerheid. Deze publicatie brengt de kerncijfers en beknopte duiding bij een uitgebreide selectie van brandend actuele sociaaleconomische thema’s. Deze editie kreeg ook een thematische focus op een duurzaam loonbeleid. “Het VBO hamert met deze publicatie aan de hand van feiten en cijfers op de sociaaleconomische uitdagingen waar ons land voor staat”, aldus Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO.

Drie blikvangers uit de publicatie:

1 Schaarste als ernstig symptoom van een zieke arbeidsmarkt

55 procent van de Belgische ondernemingen ondervindt moeilijkheden om geschoold personeel te vinden tegenover 36 procent gemiddeld in Europa. Voor de laaggeschoolde profielen meldt 22 procent problemen. Dat is de hoogste score van de ‘oude’ EU-15.

Naast de kwantitatieve mismatch bestaat er ook een kwalitatieve mismatch. Maar liefst één knelpuntvacature op de twee vereist geen enkel diploma of ervaring. Tot slot heeft een derde reden waarom vraag en aanbod elkaar niet vinden, te maken met de geografische mobiliteit van werkzoekenden.

Lichtpunt op de arbeidsmarkt is het opnieuw toenemend jobaanbod. Na een terugval van het aantal openstaande vacatures via de websites van de VDAB, Forem en Actiris in het crisisjaar 2009, zitten we momenteel met 73.000 openstaande jobs opnieuw op het niveau van voor de crisis. Bij de geringste herneming van de economie duikt blijkbaar onmiddellijk de problematiek van de niet ingevulde vacatures op, wat wijst op een vastgeroeste arbeidsmarkt.

2. Het financiële ziektebeeld van de gezondheidszorg en andere uitgavenmechanismen

In zijn economische vooruitzichten 2010-2015 wond het Federaal Planbureau er geen doekjes om:

< De vergrijzing slaat al op korte termijn toe: tussen 2010 en 2015 zullen de pensioenkosten met 5,7 miljard euro toenemen (+31 procent).

< De gezondheidszorg kende in de voorbije jaren bij wet een groeinorm van 4,5 procent bovenop de geschatte inflatie, ook al was de economische groei in 2009 negatief. Indien dit voortgezet wordt, zullen de gezondheidsuitgaven tussen 2010 en 2015 nog eens met 7,3 miljard euro toenemen (+35 procent).

< De sociale uitkeringen worden om de twee jaar selectief verhoogd via het mechanisme van de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Indien deze politiek wordt voortgezet, dan zou dit (exclusief pensioenen) nog eens 4,7 miljard euro kosten.

Een meerkost op 5 jaar van 17,6 miljard euro, inclusief inflatie, toont dat de sociale-uitgavendynamiek dringend onder controle gebracht moet worden door groeiritmes te voorzien die aangepast zijn aan wat ons economisch weefsel kan dragen.

3. Toevlucht tot alternatieve verloning populair

Volgens het laatste ‘Taxing Wages 2009’-rapport van de OESO houdt een alleenstaande werknemer 44,8 euro over van elke 100 euro loon die hij aan zijn werkgever kost. 55,2 euro wordt afgeroomd ten voordele van de overheid en sociale zekerheid, tegenover 36,4 euro gemiddeld in de 30 onderzochte landen.

Die hoge loonwig duwt de werkgevers en werknemers naar alternatieve verloningsvormen die een hoger netto garanderen dan cash loon en dus op dat vlak populair zijn bij beide partijen. Respectievelijk 1,5 miljoen en 850.000 loontrekkenden ontvingen maaltijdcheques en/of ecocheques in 2009. Bonussen (de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen) worden uitbetaald aan ongeveer 3,5 procent van de werknemers in de privésector. Twee derde van de loontrekkenden genieten momenteel een aanvullend bedrijfs- of sectorpensioen.

“Dit is slechts een selectie uit de sociaaleconomische paradoxen die onze welvaart op lange termijn hypothekeren. De kiezer heeft de kaarten geschud. Nu is het tijd voor verantwoordelijkheid en dialoog om de zaken aan te pakken, niet alleen op het institutionele vlak, maar ook op economisch en sociaal vlak. De uitdagingen zijn enorm. Bovenop de vergrijzings-, globaliserings- en ecologische uitdagingen is sinds twee jaar de financieel-economische crisis gekomen. De impact op het Belgische bedrijfsleven is groot geweest. Gelukkig hebben de stelsels van tijdelijke werkloosheid en de crisismaatregelen de nodige zuurstof kunnen geven. Na de tijdelijke maatregelen is het nu echter tijd voor structurele ingrepen. Alleen zo kunnen we het uitgestippelde begrotingspad richting begrotingsevenwicht blijven volgen en onze welvaartsstaat in de toekomst echt vrijwaren”, waarschuwt Pieter Timmermans.

U vindt het Statistisch zakboekje 2010 integraal offline en online terug op de VBO-website, rubriek Publicaties, Cijfers en feiten: www.vbo-feb.be.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen