< Terug naar overzicht

Aantal pensioenmaatregelen teruggeschroefd

De federale regering heeft tijdens het kernkabinet beslist om een aantal ongewenste effecten van de pensioenhervorming weg te werken. Ze hoopt daarmee tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de vakbonden en werkgevers. Aan de essentie van het beleid - langer werken - wordt echter niet geraakt.

Volgens de nieuwe pensioenmaatregelen kon vanaf 2015 niemand met brugpensioen die geen loopbaan had van 40 jaar en jonger was dan 60 jaar. Dit wordt aangepast: wie 40 jaar heeft gewerkt, kan toch voor zijn 60 jaar met brugpensioen.

Mensen die voor hun 60ste met vervroegd pensioen konden gaan, maar dat niet deden, zullen niet verplicht worden alsnog te werken tot 65 jaar.

Er komt een speciaal regime voor werknemers en ambtenaren die al te abrupt door de nieuwe pensioenregels worden getroffen. Het gaat om 60-jarigen met een onvolledige beroepsloopbaan, bijvoorbeeld van 34 jaar. Die stonden op de drempel van hun pensioen na een loopbaan van 35 jaar, maar omdat de loopbaanvoorwaarde is opgetrokken tot 40 jaar, zouden ze tot hun 65ste moeten doorwerken. Voor hen wordt een ‘tussenstap' ingebouwd: twee jaar langer werken volstaat dan in plaats van 5 jaar, tot hun 65ste.

Mensen met een zwaar beroep kunnen nu toch na een loopbaan van 35 jaar vanaf 58 jaar met brugpensioen gaan. Ze krijgen ook weer recht op tijdskrediet en een landingsbaan vanaf 50 jaar. De leeftijd was eerst vastgelegd op 55 jaar.

Voor werknemers in een speciaal stelsel, bijvoorbeeld mensen met een loopbaan in nacht- of ploegarbeid of zelfs militairen, zouden er zachtere maatregelen komen. Die zouden opnieuw gebruik kunnen maken van de ‘klassieke' periodes van gelijkstelling (dus ook van het tijdskrediet) bij hun (brug)pensioenberekening. De aangekondigde strengere regeling van de gelijkstellingen wordt voor deze groep dus teruggeschroefd.

Voor zelfstandigen komt er ook een aanpassing van de pensioenregeling. De situatie van zelfstandigen en werknemers zou geleidelijk naar elkaar toe groeien.

De regering zou ook werkgevers tegemoet komen. De aftrekbaarheid van bijdragen voor de tweede pijler bij de zeer hoge pensioenen zou aangepast worden. Daar bestaat al een 80 procentregel, waarbij het pensioen, de som van het wettelijke en het aanvullende bedrijfspensioen, van de werknemer niet meer mag bedragen dan 80 procent van het laatst verdiende brutoloon. Aan die regel werd een tweede voorwaarde gekoppeld. De som van het wettelijke en aanvullende pensioen mag niet hoger zijn dan het hoogste ambtenarenpensioen. Dat zagen werkgevers niet zitten en die kritiek zou bij de regeringsleiders niet in dovemansoren zijn gevallen.

Woensdag zit het kernkabinet opnieuw samen om het luik pensioenen en werk af te handelen.

Bron: De Standaard

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen