< Terug naar overzicht

Aansprakelijkheid op de werkvloer

Een werknemer veroorzaakt een ongeval met zijn bedrijfswagen. Een bouwvakker laat per ongeluk een baksteen vallen op een voorbijrijdende wagen. Tijdens een ruzie op het werk gaan twee bedienden op de vuist. In al deze gevallen rijst de vraag wie de schade moet vergoeden. In dit artikel gaan we op zoek naar een antwoord. We onderzoeken de positie van de werknemer, van de werkgever en van het slachtoffer.

> Potje breken, potje betalen... maar niet op de werkvloer
Weinig wetteksten zijn zo bekend als artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel verwoordt dan ook een basisbeginsel van ons rechtstelsel: iedereen is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout veroorzaakt. Of letterlijk: "Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden."
In arbeidsrelaties wordt deze regel op een aantal punten fundamenteel aangepast:

de aansprakelijkheid van de werknemer wordt beperkt: hij is niet aansprakelijk voor lichte fouten
de werkgever krijgt een uitgebreidere aansprakelijkheid: hij moet niet alleen instaan voor zijn eigen fouten, maar ook voor de fouten van zijn werknemers
de aansprakelijkheid van de werkgever ten aanzien van zijn werknemers wordt beperkt: wanneer een werknemer door een fout van de werkgever lichamelijke schade oploopt, zal hij slechts op forfaitaire basis vergoed worden.

De combinatie van deze drie aanpassingen levert een complex beeld op. Wij overlopen hieronder de situaties die zich in de praktijk voordoen.
> De werknemer berokkent schade aan de werkgever
Zonder bijzondere regeling zou een werknemer persoonlijk aansprakelijk zijn voor alle schade die hij veroorzaakt tijdens de uitvoering van zijn werk. De metser zou aansprakelijk zijn voor een ingestorte muur, de handelsvertegenwoordiger zou zelf moeten opdraaien voor de schade aan zijn bedrijfswagen wanneer hij een verkeersongeluk veroorzaakt op weg naar een klant en de financieel directeur zou aangesproken kunnen worden voor een slechte belegging. De wetgever was van oordeel dat niemand bereid zou zijn onder die omstandigheden te werken en daarom werd de normale aansprakelijkheidsregeling aangepast.
Tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst is de werknemer alleen aansprakelijk in geval van bedrog, zware fout of vaak voorkomende lichte fout. Wanneer de werknemer een gewone lichte fout begaat, is hij dus niet aansprakelijk. De werkgever kan hem dan niet aanspreken om de schade te vergoeden.
De beperking van de aansprakelijkheid geldt uiteraard alleen voor fouten in het kader van de tewerkstelling, dat wil zeggen fouten begaan tijdens de arbeidsuren. Een werknemer die een auto-ongeval veroorzaakt, geniet dus wel van de beperking van zijn aansprakelijkheid wanneer dat ongeval plaatsvindt op weg naar een klant, maar niet wanneer het voorvalt op weg van huis naar het werk. Het is echter niet vereist dat de fout rechtstreeks verband houdt met het werk. Wanneer een kantoorbediende door een onvoorzichtigheid een voorwerp door het raam laat vallen, heeft dit niets te maken met zijn werk zelf, maar hij zal toch genieten van de immuniteit.
De immuniteit geldt enkel voor lichte fouten. De werknemer blijft wel persoonlijk aansprakelijk voor zijn bedrog, voor zware fouten en voor lichte fouten die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomen. Het onderscheid tussen een lichte en een zware fout is niet altijd evident. De zware fout wordt doorgaans omschreven als een onopzettelijke fout die zo ernstig is dat zij niet verschoonbaar is. De meeste rechtbanken aanvaarden bijvoorbeeld dat een zware verkeersovertreding ook een zware fout is in deze context. Andere voorbeelden van zware fouten uit de recente rechtspraak: een ploegbaas die als grap een bommetje laat ontploffen in een metalen container, een journalist die uit sensatiezucht in een krantenartikel een met naam genoemd persoon van pedofilie beschuldigt zonder het minste bewijs, een arts die tijdens een appendixoperatie besluit om de patiënt ook te steriliseren (!) zonder daarvoor de toestemming te hebben gekregen, een vrachtwagenchauffeur die tegen een brug rijdt hoewel de hoogte van de brug duidelijk was aangegeven enz.
Tot zover de theorie. In de praktijk stelt men vast dat werknemers vaak aanvaarden toch de schade te vergoeden voor bepaalde lichte fouten. Soms gaat dit te ver: zo kan een éénmalig kastekort moeilijk als een zware fout worden beschouwd. Daarom wordt soms een marge vastgelegd: enkel wanneer het kastekort op maandbasis een bepaald bedrag overschrijdt, is het ten laste van de werknemer. Die regel gaat er van uit dat een groot kastekort wijst op herhaalde fouten, waarvoor de werknemer wel persoonlijk aansprakelijk is. In geval van betwisting zal de werkgever dit ook effectief moeten bewijzen.
Ook het reglement voor het gebruik van de bedrijfswagen zondigt dikwijls tegen de immuniteit van de werknemer. Niet weinig car policies bepalen dat de werknemer zelf de franchise moet betalen wanneer hij een ongeluk veroorzaakt. Ook dit kan eigenlijk niet. Wanneer het ongeluk plaatsvindt in de uitvoering van het werk (bijvoorbeeld op weg naar een klant), is de werknemer arbeidsrechtelijk niet aansprakelijk, ook al is hij verkeersrechtelijk wel in fout.
Akkoorden die de aansprakelijkheid van de werknemer uitbreiden, zijn nietig wanneer ze worden gesloten voordat de schade zich heeft voorgedaan. Eens de fout is begaan, kan de werknemer zich daarentegen wel geldig verbinden om de schade te vergoeden.
> De werknemer berokkent schade aan een derde
De fout van een werknemer zal soms schade berokkenen aan iemand anders dan de werkgever. Denk bijvoorbeeld aan het hoger aangehaalde voorbeeld waarbij een bouwvakker per ongeluk een steen laat vallen op een voorbijrijdende auto. In die gevallen ontstaat een driehoeksverhouding werknemer – werkgever – derde. We onderzoeken elke relatie van naderbij.
* Relatie derde - werknemer
De werknemer geniet ten aanzien van de derde van dezelfde beperking van zijn aansprakelijkheid als ten aanzien van de werkgever. De derde kan de werknemer dus alleen aanspreken in geval van bedrog, zware fout of vaak voorkomende lichte fout.
Er is nog een tweede beperking. In sommige gevallen kan de werknemer helemaal niet aangesproken worden door de derde (de hypothese van schade voortvloeiend uit strafrechtelijke inbreuken wordt hier buiten beschouwing gelaten), zelfs niet wanneer hij een zware fout heeft begaan. Dat is het geval wanneer het slachtoffer geen 'toevallige voorbijganger' is, maar hij een contractuele relatie heeft met de werkgever. Het gaat dan bijvoorbeeld om een klant van de werkgever, een leverancier of een andere werknemer.
Dit vraagt om een voorbeeld uit de praktijk. Een transportbedrijf vervoert het vlees voor een supermarktketen. Na een ruzie met zijn werkgever zet een chauffeur de koelinstallatie van zijn vrachtwagen af, waardoor het vlees bederft. Dit is een zware fout van de werknemer en normaal gesproken zou hij dus persoonlijk aansprakelijk zijn. Omdat de supermarktketen een contractuele relatie heeft met de werkgever (de vervoerfirma), is dat niet het geval. De supermarktketen kan geen rechtstreekse vordering instellen tegen de werknemer en moet zich wenden tot de vervoerfirma, wil zij een schadevergoeding verkrijgen voor het bedorven vlees. Daarmee zijn we aanbeland bij de relatie derde – werkgever.
* Relatie derde - werkgever
Volgens artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek is iedereen aansprakelijk voor zijn eigen fouten. Maar de werkgever is daarenboven ook aansprakelijk voor de fouten van zijn werknemers. In de woorden van de wet: "Men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men veroorzaakt door zijn eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan (...). De meesters en zij die anderen aanstellen [zijn aansprakelijk] voor de schade door hun dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen gebezigd hebben."
Die aansprakelijkheid geldt in alle gevallen. Het maakt dus niets uit of het gaat om een lichte of een zware fout van de werknemer. De derde kan zich altijd tot de werkgever richten.
Ook de hoedanigheid van het slachtoffer is irrelevant. Wanneer de fout van de werknemer leidt tot een contractuele tekortkoming van de werkgever ten aanzien van zijn contractpartij (zoals het geval is in het hoger aangehaalde voorbeeld), zal die laatste zich weliswaar op de contractuele aansprakelijkheid moeten baseren. Het resultaat blijft nochtans gelijk: de werkgever kan rechtstreeks aangesproken worden voor tekortkomingen die te wijten zijn aan de werknemer.
* Relatie werknemer - werkgever
Wanneer de derde op basis van de hoger besproken regels een schadevergoeding verkrijgt van de werkgever voor een fout die werd begaan door de werknemer, zal de werkgever uiteraard trachten zijn geld te recupereren via de werknemer.
Dat zal enkel lukken voor zover de werknemer bedrog heeft gepleegd, een zware fout heeft begaan of een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. In het hoger aangehaalde voorbeeld van de vervoerfirma die een schadevergoeding moet betalen aan de supermarktketen omdat het vlees is bedorven door de schuld van de werknemer, kan de vervoersfirma dus een regresvordering instellen tegen de werknemer. Daarmee belanden we weer bij de eerste hypothese (aansprakelijkheid van de werknemer ten aanzien van de werkgever).
> De werkgever berokkent schade aan de werknemer
Tot nu toe hadden we het steeds over gevallen waarbij de werknemer een fout beging. Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk, namelijk dat de werkgever een fout begaat waardoor een werknemer schade lijdt. Denk bijvoorbeeld aan een arbeidsongeval dat te wijten is aan een onvoldoende onderhoud van de machines.
In die hypothese geldt de normale aansprakelijkheidsregeling. De werkgever zal dus de schade van de werknemer moeten vergoeden.
Voor lichamelijke schade is er nochtans een beperking. De gevolgen van een arbeidsongeval zijn immers wettelijk geregeld en de werknemer heeft dus enkel recht op de schadevergoedingen bepaald door de wet. Hij kan niet bewijzen dat zijn reële schade hoger ligt.
Toch zijn er een uitzonderingen. De werknemer kan wel een bijkomende schadevergoeding vorderen in de volgende gevallen:

wanneer de werkgever het ongeval opzettelijk heeft veroorzaakt
wanneer het een verkeersongeval betreft waarvoor de werkgever aansprakelijk is (bijvoorbeeld een ongeval tussen een werknemer en zijn werkgever of een ongeval tussen tussen werknemers)
wanneer de werkgever de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake arbeidsveiligheid en -hygiëne zwaarwichtig heeft overtreden en de werknemers aan het risico van arbeidsongevallen heeft blootgesteld, terwijl hij door de inspectie reeds schriftelijk was gewezen op het gevaar waaraan hij zijn werknemers blootstelt.

De werknemer kan zijn werkgever ook altijd aanspreken voor alle materiële schade die hij lijdt door een fout van die laatste.
> Besluit
De werknemer geniet een uitgebreide bescherming tegen fouten die hij begaat tijdens het werk. Hij is niet aansprakelijk voor de gevolgen van zijn lichte fouten, niet tegenover zijn werkgever en ook niet tegenover derden. Ter compensatie is de aansprakelijkheid van de werkgever uitgebreid: hij is in alle gevallen aansprakelijk voor de fouten van zijn werknemers.
In sommige gevallen zal de werknemer toch aanvaarden de schade die hij veroorzaakt heeft, te vergoeden. Dit kan maar geldig gebeuren nadat de schade is veroorzaakt. Zorg in een dergelijk geval voor een schriftelijke overeenkomst. Wanneer de betaling gebeurt via inhoudingen op het loon, moeten ook de regels terzake worden nageleefd.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen