< Terug naar overzicht

23 procent van jonge dertigers wil op korte termijn van werkgever veranderen

Het afgelopen jaar bracht nauwelijks verloop op de Belgische arbeidsmarkt: werknemers veranderden weinig van baan en ook werkgevers hielden hun vaste mensen aan boord. Waar wel beweging is: de tijdelijke contracten. In 2016 liepen heel wat meer tijdelijke contracten af dan de voorbije jaren. Er worden ook enkele opvallende trends en intenties geregistreerd.

In 2016 verstreek de einddatum van bijzonder veel tijdelijke contracten. 9 procent van alle werknemers verzeilde in deze situatie. Wat er precies gebeurt als een tijdelijk contract afloopt, is niet duidelijk op basis van het onderzoek. Krijgen werknemers een vast contract, opnieuw een tijdelijk contract of houdt de samenwerking helemaal op? Met andere woorden: moeten we de cijfers lezen als goed of slecht nieuws?

Directeur-generaal van het VBO Bart Buysse interpreteert ze hoopvol: “Als een tijdelijke werknemer lang genoeg in dienst kan blijven, volgt vaak een vast contract. Dat zien we ook heel duidelijk in de evolutie van de werkgelegenheidscijfers sinds de crisis: zodra de conjunctuur herneemt, groeit eerst de tijdelijke arbeid, vervolgens blijft de werkgelegenheid groeien en dan zie je dat tijdelijke contracten meer worden omgezet in vaste jobs. Overigens, niet alleen in grotere deeltijdse jobs, maar vooral ook voltijdse. Het feit dat werkgevers vast aanwerven, duidt erop dat ze meer vertrouwen hebben in de toekomst. Bedrijfsleiders bieden immers enkel vaste contracten als ze geloven dat er voldoende continuïteit is. Eigenlijk is dat dus goed nieuws voor wie tijdelijk in dienst is: zo’n contract geeft wel degelijk kansen.”

Vooral jonge werknemers beschikken over een contract van bepaalde duur: bijna 7 op de 10 tijdelijke contracten staan op naam van een werknemer jonger dan 35 jaar. Ongeveer de helft van hen is jonger dan 25.

De stijging van het aantal contractbeëindigingen heeft vooral te maken met het feit dat er in de voorbije jaren ook meer tijdelijke contracten werden afgesloten. Vooral kleine ondernemingen (met minder dan 9 medewerkers) nemen mensen tijdelijk in dienst. Maar ook in grote bedrijven is tijdelijke arbeid populair: een vijfde van alle contracten van bepaalde duur verstreek in een bedrijf met meer dan tweehonderd werknemers.

Brussel is koploper als het gaat over tijdelijke contracten (27 procent van de beëindigde contracten). 88 procent daarvan liep over minder dan één jaar. Dat blijkt uit de jaarlijkse studie van HR-dienstverlener Securex naar het personeelsverloop in België.

Werkgevers en werknemers blijven elkaar trouw

Op het vlak van de arbeidscontracten van onbepaalde duur bleef het in 2016 windstil. Uit de jaarlijkse studie van Securex blijkt dat er maar weinig onvrijwillig verloop was: slechts 4 procent van de werknemers met een vast contract moest zijn werkgever verlaten. Ook het vrijwillige verloop bleef binnen de perken: slechts 5 procent van de werknemers met een vast contract verliet zijn werkgever op eigen houtje.

Verandering op komst?

Maar de toekomst lijkt wel verandering te brengen van de kant van de werknemers. Gevraagd naar hun voornemens, geven meer werknemers aan dat ze plannen hebben om van job te veranderen. 11 procent wil op korte termijn elders aan de slag gaan, tegenover 9 procent in 2015. En dubbel zoveel (20 procent) werkkrachten hebben andere jobplannen op lange termijn. Dat is een stijging van maar liefst 5 procent ten opzichte van vorig jaar.

We noteren vooral een uitschieter bij de 30-34 jarigen. Maar liefst 23 procent geeft aan dat ze van plan zijn op korte termijn van werkgever te veranderen, 26 procent op lange termijn. We zien het omgekeerde bij werknemers jonger dan 25: 44 procent zegt op lange termijn de switch te willen maken, 12 procent op korte termijn.

De verloopintentie bij hooggeschoolden ligt ook beduidend hoger dan die bij laaggeschoolden. 13,5 procent heeft andere jobplannen op korte termijn en 23,7 procent op lange termijn, tegenover 8,9 procent op korte termijn en 15,2 procent op lange termijn bij de laaggeschoolden.

Tegelijk groeit de onzekerheid over de toekomst: het percentage werknemers dat bang is zijn job te verliezen, gaat in stijgende lijn: van 20 procent in 2013 naar 30 procent in 2017. Het hoogste percentage vinden we bij werknemers tussen 25 en 29 jaar. Van hen is 37 procent van mening dat de kans bestaat dat ze binnenkort hun job verliezen.

In tegenstelling tot jongeren, schatten oudere werknemers de kans op jobverlies kleiner in (toch nog 20 procent van de werknemers tussen 50 en 54 jaar en 22 procent van de werknemers ouder dan 55 jaar).

Bron: Securex (securex.be)

 

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen